Spannende Othello voor jeugdig publiek

Jeugdtheater: Othello door het Muztheater, vanaf 14 jaar. Tekst: William Shakespeare. Regie: Allan Zipson. Spel: Herman Bolten, Machiel van Cooten e.a. Gezien: 16/10, Krakeling Amsterdam. Informatie: 02159 - 48628.

Je hoeft niet erg oud te zijn om warm te lopen voor de verzengende liefde van de Moorse generaal in Shakespeares Othello, of om iets te begrijpen van het "groenogig monster' Jaloezie.

Het Muztheater viert dit seizoen zijn tienjarig bestaan als toneelgroep voor jongeren. In de loop der jaren waren de meeste voorstellingen geheel voor de doelgroep op maat gesneden en betroffen onderwerpen als vandalisme, zelfdoding en zwerfjongeren.

Binnen het artistieke beleid van het Muztheater is de programmering van Shakespeares Othello verrassend, maar zeker verdedigbaar. Shakespeare bouwt zijn verhaal rondom Jago's intriges zo kunstig op dat het qua spanning elke hedendaagse televisieserie ver achter zich laat. De voor de hand liggende vraag of het jeugdig publiek dan niet net zo goed kan gaan kijken naar de Othello van Toneelgroep Amsterdam moet ontkennend beantwoord worden.

De voorstelling van het Muztheater - in lengte teruggebracht tot anderhalf uur - concentreert zich op het zo rechtstreeks en duidelijk mogelijk vertellen van het drama. Daartoe is gezocht naar pakkende, verhelderende beelden die de toeschouwer steunen in het opnemen van de toch altijd ingewikkelde, want buitengewoon geserreerde teksten (die dan ook niet alle acteurs even soepel de mond uitrollen). De door Othello aan Desdemona geschonken zakdoek duikt als corpus delicti voortdurend op, van de erotische tango aan het begin tot aan de wurgende slotdans van het paar. Indrukwekkend is de openingsscène. Een militaristische parade zet de toon voor een schouwspel waarin sterk de nadruk ligt op het macho vertoon van flinke kerels, in wie tegelijkertijd het gedrag zichtbaar is van onzekere, verwende jongetjes. Met de streek zwarte schmink op zijn voorhoofd kroont Othello zich als Napoleon tot heerser, maar met hetzelfde gebaar brandmerkt hij zich als "outsider' en verliezer.

Het is jammer dat dit soort rituelen niet nog meer de voorstelling bepaalt. Verder wordt het toch meer "gewoon' Shakespeare spelen. Dat spel draagt overigens ook bij aan genoemde duidelijkheid. De Othello en Jago van Theo Fransz en Herman Bolten zijn beter met elkaar in evenwicht dan die van Rik van Uffelen en Pierre Bokma bij Toneelgroep Amsterdam. Waar Van Uffelen zijn gekweld "zijn' naar binnen richt, stort Fransz zich met volle kracht in zijn emotionele afgrond. Voor mij had het wel een onsje minder gemogen, maar ik heb dan ook al - anders dan de meesten uit het beoogde publiek - afgeleerd om me uit te leveren aan het grote gebaar en het bijbehorende gevoel.