Schaamte wijkt niet voor waan van superieure schoonheid

AMSTERDAM, 25 OKT. Het heeft iets droevigs, iets verwonderlijks, iets ergerlijks, het is zelfs ontmoedigend een landskampioen zo in de verdrukking te zien tegen zijn naaste concurrent. Vier nederlagen op rij (3-0, 5-0, 5-2 en 4-0) tegen de aartsrivaal mag dan ontluisterend worden genoemd, zo machteloos, zo negatief en armzalig te spelen als Feyenoord tegen Ajax neigt naar vernedering.

Na het opmerkelijke gelijk spel (2-2) in het Olympisch Stadion tegen Ajax is Feyenoord nog steeds lijstaanvoerder, nog steeds ongeslagen en heeft de club nog altijd drie punten voorsprong op Ajax, de nummer twee. Maar wie durft te spreken van een trotse lijstaanvoerder, leeft in een waan. Een droombeeld dat eigen is aan het supportersdom en sinds Feyenoord de landstitel veroverde steeds sterker is gaan leven in Rotterdam en omstreken.

In Amsterdam en bij al wie zich tot het voetbal van de hoofdstedelijke vertegenwoordiger aangetrokken voelt leven andere waanvoorstellingen. In dat milieu is men gaan geloven dat schoonheid analoog is aan doeltreffendheid. Alsof een publieksprijs een garantie is voor kwaliteit. Alsof in iets ordinairs als voetbal per definitie de mooiste wint.

Competities krijgen niet altijd de winnaars die ze verdienen. Daaraan ontlenen krachtmetingen hun aantrekkingskracht. Weinig is zo polariserend als voetbal, als wedstrijden tussen Feyenoord en Ajax. Het spel van Feyenoord voedt de verbeeldingskracht door zijn aangrijpende vechtlust en emotie, door het schoffiesgedrag, door de kenmerken van de struggle for life. Spel dat agressie uitstraalt en agressie oproept. Hoe choquerend soms, maar zo is het leven.

Dat van Ajax streelt sinds Johan Cruijff is opgestaan de samenleving die zich aangetrokken voelt tot artisticiteit, tot het onwezenlijke, tot het filosofische idee dat kunst is gedoemd het af te leggen tegen de realiteit. Deelgenoot van het Ajax-leven zijn schenkt troost. Zoals de geobsedeerde hunkering dat Johan Cruijff terugkeert op aarde en de Amsterdamse sekte zal verlossen van het onrecht dat haar steeds maar wordt aangedaan.

Niemand in voetbal verdient de overwinning, niemand verdient het kampioenschap. Brazilië wordt ook niet vaak wereldkampioen, hoe onrechtvaardig dat altijd weer is. Wanneer Feyenoord besluit fysiek te strijden, wanneer Feyenoord besluit zich defensief op te stellen dan is dat naar voetbalnormen gesproken uit taktische overwegingen begrijpelijk. Het elftal voetbalt naar zijn mogelijkheden, heet dat.

Wanneer Ajax vindt dat Ajax aanvallend moet voetballen omdat men daar in Ajax-kringen eens een principe-akkoord over heeft bereikt, moet het dat maar doen. Zeggen ze bij Feyenoord - of Besiktas. Hoe mooi, oogstrelend en promotioneel voor het voetbal in het algemeen dat ook is. Wij voetballen voor de punten, zeggen ze bij Feyenoord. En dat trekt ook heel veel publiek.

Over een paar maanden is men vergeten hoe Feyenoord tegen Ajax heeft gespeeld, zei assistent-trainer Geert Meijer. Dan telt alleen de positie op de ranglijst. Dan telt alleen het kampioenschap. Natuurlijk was hij als voetballiefhebber niet gelukkig met de manier waarop zijn elftal speelde, Maar moest hij dan ter vermaak van de toeschouwers lekker aanvallend gaan voetballen bij een zo vroeg verkregen 2-0 voorsprong? Meijer is niet gek. Het gaat om het resultaat, om de punten. En voor een overwinning krijg je maar twee punten, zei hij om begrip te kweken voor zijn standpunt.

Een beetje schaamte voelde hij wel als voormalige voetballer. En dat gaf ook Meijers meerdere Wim van Hanegem grif toe. Ze hadden geen keus. Maar dat beken je alleen wanneer je ongeschonden uit de strijd bent gekomen. Daarom was de pathetische reactie van Ajax-trainer Louis van Gaal ook begrijpelijk. Zo superieur, zoveel kansen, zoveel ongeluk, slechts een gelijk spel, dan rest niets anders dan alle omstandigheden ter discussie te stellen. Verantwoordelijk te zijn voor een reeks teleurstellende prestaties van de kampioenskandidaat werkt op de zenuwen.

Van Gaal nam het scheidsrechter Blankenstein kwalijk dat hij de terugspeelbalregel niet naar behoren hanteerde. Alsof per ongeluk op de doelman terugspelen te allen tijde bestraft dient te worden. Terecht hekelde hij weliswaar de arbitrage van Blankenstein omdat deze Silooy een gele kaart gaf, terwijl Blinker eerst een overtreding maakte door de Ajacied aan diens shirt te trekken. Maar de trainer vergat dat de scheidsrechter verzuimde Blind een tweede gele kaart (dus rood) te geven toen de Ajacied Blinker vastgreep. Nou ja, gaf Van Gaal tenslotte toe, je weet niet meer wat je aan scheidsrechters hebt.

Dat Litmanen een strafschop verdiende, toen de Fin in de eerste helft door Refos onderuit was gelopen (tv-beelden waren duidelijk), liet Van Gaal nog ongemoeid. Dat Blinker een strafschop wilde versieren en niet kreeg, had hij ook kunnen aanvoeren. Dat de scheidsrechters het ook niet meer aankunnen, willen de trainers en voetballers niet begrijpen. Blinker, Van Loen en (de afwezige) Taument - Feyenoorders, ja - behoren tot de zich steeds uitbreidende soort voetballers die simuleren, strafschoppen versieren en tegenstanders een gele kaart aansmeren. Houd je als scheidsrechter maar eens staande in die verraderlijke wereld.

Het getuigt van overspannenheid en machteloosheid om scheidsrechters de schuld te geven van al het onheil dat zich op de voetbalvelden afspeelt. It's all in the game, zeiden Engelsen vroeger toen sport nog geen commerciële sport was. Wat wil men dan? Twee, desnoods drie scheidsrechters? Televisiebeelden als bewijsmateriaal. Nee, dat toch maar niet. Want dan zou alle misdaad op de velden worden benadrukt, dat zou het aantal schorsingen niet meer te overzien zijn. En de selectie zijn volgens de trainers altijd al te smal. Het voetbal moet beschermd worden, vindt men. Tegen mensen die het commerciële voetbal in een kwaad daglicht willen stellen.

Waarom klagen over spelers die gemist worden? Fräser, Van Gobbel, Taument, Kiprich en Maas bij Feyenoord. Rijkaard, Petersen, Davids, Van Vossen en Oulida bij Ajax. Dat is toch inherent aan competitievoetbal. Onvoorspelbaarheid betekent spanning. En wie heeft zich niet vermaakt in het koude Olympisch Stadion?

Dat Jari Litmanen luttele minuten voor het einde Ajax alsnog op gelijke hoogte met Feyenoord bracht, dat de Fin zijn tweede doelpunt maakte, hoewel hij bijna tachtig minuten op fascinerende wijze door Peter Bosz aan banden was gelegd. Dat is toch hartveroverend. Dat is toch strijd, competitie. Litmanen was eigenlijk de matchwinnaar. Omdat hij niet zeurde bij de scheidsrechter, omdat hij bleef vechten en geloven in zijn overwinning. Dat is nu rechtvaardigheid.

    • Guus van Holland