Rocard krijgt eindelijk zijn kans

LE BOURGET, 25 OKT. Het verleden is te pijnlijk voor zelfonderzoek. Pleisters op de wonden. Verzoening van de onverzoenlijken. Een nieuwe banier van linkse solidariteit en hervonden trots moest wapperen in de hangar waar het congres werd gehouden. Zo had Michel Rocard het gewild. En zo kreeg hij het. Met triomfantelijke verlegenheid nam de nieuwe eerste-secretaris de rode rozen van zijn Parti Socialiste in ontvangst.

Voor de zekerheid had de partij-regie in plaats van De Internationale een nieuw, eigentijds elektronisch lied in gebruik genomen, Un Autre Monde van de groep Téléphone. Het zette hard en snel genoeg in om de applausmeters vroegtijdig buiten gebruik te stellen. Zelfs als Rocard na zijn 58 minuten durende toespraak zou zijn weggezwegen, was het 69ste congres van de Parti Socialiste feestelijk aan zijn eind gekomen. Maar het was niet nodig. Michel Rocard kreeg zijn grote kans. Bijna bij gebrek aan alternatief.

Er is veel gebeurd in een half jaar. Na twaalf jaar socialistisch presidentschap en een groeiend aantal schandalen van regerende landelijke en regionale partijgenoten, kregen de socialisten in maart een duidelijk signaal van de Franse kiezers: wegwezen. De president had nog tot 1995 voor zijn zevenjarig mandaat afloopt, maar een terugval van 252 naar 54 parlementszetels was duidelijke taal.

De opvolging, straks, van de Grote Baas was al lang een bron van twist. Door de verkiezingsuitslag werd het een betrekkelijk theoretisch probleem. Dat hielp, maar niet om de partij te verenigen. Daarvoor was de bitterheid te groot tussen de "olifanten', de strijdende kopstukken. Michel Rocard, eerder al premier onder Mitterrand, greep de macht zonder al te veel raadpleging van de statuten en liet zich tot interim-manager benoemen. Wat hem tegen Mitterrand nooit was gelukt, werkte wel tegen de overige concurrenten.

Functionerend partijleider, ook al oud-premier, Laurent Fabius, moest het veld ruimen. Hij was de favoriet van Mitterrand en dat viel binnen de vernederde partij nog slechter dan de eigenwijze, protestantse versie van het socialisme waar Rocard voor staat. Andere oudgedienden, zoals Poperen en Jospin, trokken zich in verschillende richtingen ook wat terug van het vuur.

Rocard heeft van de tussenliggende traumatische maanden gebruik gemaakt om orde op zaken te stellen. Overleg met de bank heeft daar zeker toe behoord. De partij lijdt onder ledenverlies en krijgt aanzienlijk minder subsidie na het instorten van de kiezersgunst. De organisatie in het land is weer wat op poten gezet. Na dit congres in Le Bourget volgen een Europees congres en zowaar een volksfeest.

De president had het congres en Rocard op de eerste dag, vrijdag toch nog even bij de neus. Zou hij komen, zou hij iets laten weten, zou hij Rocard steunen? Het Elysée was op voorname wijze verwarring blijven zaaien. Tot vrijdagochtend een vertrouweling van het staatshoofd met een persoonlijke boodschap het podium beklom. Het waren inderdaad persoonlijke woorden, geen letter hartelijkheid aan het adres van zijn oude rivaal Rocard.

“Het belangrijkste voor mij is niet te weten wie u kiest, Als u maar trouw blijft aan de lijn die wij volgen sinds het congres van Epinay-sur-Seine, waar wij de eenheid van de linkse krachten hebben bezegeld.” Het is de codetaal voor de ego-politiek, die ter linker zijde even welig tiert als in het centrum en op rechts. "Epinay' was het congres waarop Mitterrand in 1971 zijn eigen greep naar de macht in links Frankrijk deed. Zoals Le Bourget het congres van Rocard zal zijn in de geschiedenis. Kortom: u ziet maar, als u mij naar niet vergeet. “Bon travail au Bourget”.

Voor Rocard was het al lang mooi. De Oude had hem geen spaak tussen de benen gestoken. Zijn openingstoespraak legde de basis voor een rocardisme dat, als het aan hem ligt, lang mag duren. Zijn motie gaf ruimte aan discussies van een onbegrensde breedte en solidariteit met de laagste en nog minder betaalden. En zijn slottoespraak bood hem de kans een platform te timmeren waarop hij zijn leiderschap kan bouwen.

Was het enige concrete punt van discussie op het congres al de herverdeling van werk geweest, Rocard schoot zijn duidelijkste pijl ook in die richting. En hij gaf een voorproefje van zijn type leiderschap. De vraag in linkse kring is niet òf de werkweek terugmoet (tot 35 of 32 uur), maar of het salaris mee naar beneden moet. Rocard koos vierkant voor de vierdaagse werkweek en navenante verlaging van het inkomen. Alleen de laagste lonen moeten daarbij worden ontzien.

Gezien de waardering voor herverdeling van werk binnen de centrum-rechtse coalitie, is de opstelling van de socialisten ook voor de praktische politiek van belang. Voor de partij zo mogelijk nog veelzeggender dan de directheid van de leider. Rocard wil kennelijk verder gaan dan het vasthouden van de hamer of de touwtjes achter de schermen.