Renteverlaging aanleiding voor laagste tarieven sinds jaren '60

ROTTERDAM, 25 OKT. De goede stemming op de internationale obligatiemarkten hield aan, op veel beurzen konden nieuwe records worden opgetekend. Onder andere in Nederland, waar de lange rente verder onder de 6 procent dook en het laagste niveau bereikte sinds de jaren '60. Hierbij werd de obligatiemarkt mede gesteund door de Bundesbank, die veel marktpartijen verraste door haar rentetarieven te verlagen. Veel landen rondom Duitsland volgden die stap en verlaagden hun rentetarieven eveneens.

Europese renteverlagingen. Redelijk onverwacht kondigde de Bundesbank afgelopen donderdag aan dat zij haar twee belangrijkste tarieven, het disconto respectievelijk de Lombard, met een half procentpunt zou verlagen naar 5,75 respectievelijk 6,75 procent. Bundesbankpresident Tietmeyer, die pas sinds 1 oktober deze functie bekleedt, gaf aan dat in zijn ogen de ontwikkeling van de inflatie en de geldgroei zodanig is, dat de Duitse rentetarieven verder omlaag kunnen. Het eerder vorige week bekend geworden geldgroeicijfer ligt met 7 procent nog wel net boven de doelstellingszone van 4,5 tot 6,5 procent, maar toont een dalende tendens. De inflatie, die in september nog op 4 procent uitkwam, bedroeg over de laatste drie maanden slechts 2,4 procent op jaarbasis, wat ook een gunstige ontwikkeling is. Daarnaast heeft de mark, net als de gulden, de laatste maanden veel aan kracht gewonnen. De D-mark is zo sterk, dat daarmee de toch al verslechterende concurrentiepositie verder afneemt. Belangrijke overweging is ook dat de ontwikkeling van de lange rente positief is. Deze is voor de Duitse economie belangrijker dan de korte rente, daar het Duitse bedrijfsleven, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, voornamelijk is gefinancierd met lang vreemd vermogen. De Bundesbank had al eerder aangegeven bij haar (verruimende) monetaire beleid ook te zullen letten op de ontwikkeling van de lange rente.

Naast de twee officiële tarieven verlaagde de Bundesbank vorige week ook haar repo rate (vergelijkbaar met de Nederlandse beleningsrente) in twee stappen met 30 basispunten. Met dit tarief wordt de geldmarktrente gestuurd zolang deze zich, zoals nu het geval is, tussen beide officiële tarieven bevindt. Nederland, België, Italië, Oostenrijk en Zwitserland volgden de Duitse renteverlaging nog donderdag, zij het dat de tarieven soms minder werden verlaagd. Vrijdag volgden Frankrijk, Denemarken, Spanje en Ierland alsnog. De Nederlandsche Bank verlaagde de drie discontotarieven met een kwart procentpunt en de speciale beleningsrente net als de Bundesbank met 30 basispunten. De Nederlandse korte rentes liggen nog steeds onder de Duitse rentes, wat mede wordt veroorzaakt door de kracht van de gulden.

Zeer lage kapitaalmarktrente. De stemming op de Nederlandse kapitaalmarkt bleef positief, wat resulteerde in nieuwe records. De Nederlandse 10-jaars rente dook onder de 5,75 procent om daarmee het laagste niveau sinds de jaren '60 te bereiken. Sinds september vorig jaar is de 10-jaars rente, van een hoogte van 8,25 procent, met 2,5 procent gedaald. Alleen in 1982 heeft de Nederlandse kapitaalmarkt een sterkere daling gezien; de lange rente kwam toen van een hoogte van bijna 13 procent en daalde in 12 maanden tijd bijna vier volle procentpunten. De vorige keer dat de grens van 6 procent werd gebroken was in september 1986. De Nederlandse lange rente heeft echter op beduidend lagere niveau's gestaan in de jaren '50, en in mindere mate de jaren '60, toen de lange rente een 3 en een 4 voor de komma had staan. Dit is vergelijkbaar met de huidige lange rente in Japan, die momenteel ook onder de 4 procent ligt.

Niet alleen in Nederland ging de kapitaalmarktrente verder omlaag. Voor de aanhoudende dalende rentetrend was niet zozeer de monetaire verruiming door de centrale banken van belang, maar meer de aanhoudend goede stemming op de markten. De korte en lange rentes daalden in veel Europese landen al voordat de officiële rentetarieven eind vorige week werden verlaagd. In een aantal landen, waaronder Denemarken, Italië en Spanje, werden ook de laagste niveau's sinds de jaren '60 bereikt, in enkele andere landen, waaronder Duitsland, is de lange rente in 1986 nog iets lager geweest.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco