Politie en leger Belfast rekenen op terreurgolf

LONDEN, 25 OKT. Politie en leger in Belfast, Noord-Ierland, hebben een “veiligheidsdeken” over de stad gelegd in afwachting van grootschalig geweld van (verboden) loyalistisch-protestante terreurorganisaties.

Hiermee wordt rekening gehouden na de IRA-aanslag in het protestante deel van de stad zaterdagmiddag. Tien mensen onder wie een van de daders, kwamen bij die bomaanslag in Shankill Road om het leven en bijna zestig mensen raakten gewond.

In Engeland zelf plaatste de IRA gisteren bommen op twee spoorwegstations en liet zij één explosief afgaan langs de voornaamste spoorlijn tussen Londen en West-Engeland. Tienduizenden forensen zijn daardoor vanmorgen belet op tijd op hun werk te komen. De politie is ervan overtuigd dat een van de bommen, bij toeval ontdekt in een herentoilet van het station in Reading, bedoeld was om personeel van de rampendiensten (politie, brandweer en ambulance) te treffen, wanneer dat zou zijn toegesneld op de explosie langs de spoorlijn.

De IRA maakte in een verklaring zijn excuses voor het voortijdig afgaan van de bom in Shankill Road. Die was erop gericht geweest de leiders van de Ulster Freedom Fighters in hun hoofdkwartier boven een viswinkel op te blazen. Twee mannen, gekleed in slagersuitrusting, kwamen zaterdag even na het middaguur de winkel binnen en leverden een kartonnen doos af.

Voor zij hadden kunnen ontvluchten in een klaarstaande zwarte taxi, explodeerde de bom. De kracht van de explosie doodde een van de daders en acht voorbijgangers onmiddellijk. De tweede dader ligt zwaar gewond en zwaar bewaakt in het ziekenhuis. Onder de doden waren twee meisjes van zeven en veertien jaar en een hoogzwangere vrouw.

De aanslag, anders dan gebruikelijk niet voorafgegaan door een telefonische waarschuwing, werd door de politie gezien als een van de ernstigste in twintig jaar. Politieke en kerkelijke leiders aan weerszijden van de sectarische scheidslijn waren eensgezind in hun veroordeling.

Kardinaal Cahal Daly, hoofd van de rooms-katholieke kerk voor geheel Ierland, benadrukte dat de IRA niet uit naam van de katholieke gemeenschap als geheel handelde. Premier John Major, in Cyprus voor de Gemenebest-conferentie, veroordeelde het geweld als “ijskoude moord, waarvoor geen enkel excuus valt aan te voeren”.

Gerry Adams, leider van Sinn Fen, de politieke arm van de IRA, zei vanmorgen dat hij de IRA-campagne een halt zou kunnen toeroepen, indien de Britse regering positief zou reageren op het vredesinitiatief. Maar zelfs de Ierse minister van buitenlandse zaken, Dick Spring, die eerder gezegd heeft dat het Hume-Adams-plan positieve aspecten heeft, zei vanmorgen dat het nu eerst aan de IRA is om te laten zien dat ze in staat is van geweld af te zien.