Na de techniek telt bij het IRCAM nu de muziek

Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard met muziek van Manoury, Essl, Lindberg, Boulez en Hurel: 26/10 Paradiso Amsterdam; 29/10 Kunsthal Rotterdam; 1/11 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Met deels andere programma's: 3/11 Centre Pompidou Parijs; 6, 7/11 Konzerthaus Wenen.

Het Parijse nieuwe muziek-instituut IRCAM en het Nederlandse Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard geven de komende dagen een presentatie van IRCAM-muziek in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Parijs en Wenen. Op de conservatoria in Rotterdam en Den Haag zijn er workshops. Tijdens de concerten gaan twee nieuwe werken van Philippe Hurel en Karlheinz Essl, in opdracht van IRCAM gecomponeerd voor het Nieuw Ensemble. Peter Peters bekeek in Parijs hoe het het ondergrondse IRCAM, naast het Centre Pompidou, nu functioneert.

PARIJS, 24 OKT. In de computerruimte van het IRCAM in Parijs staat het onttakelde karkas van de wereldberoemde 4X-computer. Een controlepaneel ontbreekt, losse kabels hangen langs het zwartstalen frame. Het apparaat werd in de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld onder leiding van Pierre Boulez om het geluid van traditionele muziekinstrumenten tijdens het spelen elektronisch te vervormen. Twee jaar geleden was de machine nog in Amsterdam te beluisteren tijdens de uitvoeringen van Boulez' interactieve compositie Répons, nu al wacht de 4X een plaatsje in het in 1995 te openen Musée de la Musique.

Bij het IRCAM heeft de toekomst haast. De 4X is vervangen door een reeks muzikale werkstations, krachtige microcomputers die in een netwerk aan elkaar gekoppeld zijn tot een audio-digitaal platform voor compositie en onderzoek. De onderzoekers en componisten van het IRCAM gebruiken dit Station d'Informatique Musical om synthetische geluiden te maken of om de akoestische signalen van muziekinstrumenten, stemmen of andere geluiden te analyseren en te bewerken.

“De tijd van het pionierswerk is voorbij”, zegt artistiek directeur Risto Nieminen van het Institut de Recherche et de Coordination Acoustique/Musique. “In de eerste jaren na de opening van het instituut in 1977 waren er geen computers en programmatuur om de utopie van Pierre Boulez te verwezenlijken: een machine die als een niet-menselijke musicus direct kon reageren op levende muziek. De musicus zou zich eindelijk kunnen bevrijden uit de dwangbuis van de geluidstape, die immers geen enkele flexibiliteit toestaat aan de uitvoerenden.”

Het real time bewerken van akoestische signalen met de computer werd een sleutelbegrip in het onderzoekprogramma van het IRCAM. Nieminen erkent dat het accent soms heeft gelegen op onderzoek ten koste van de creatieve arbeid. “Tegenwoordig is veel van wat het IRCAM ooit zelf moest ontwikkelen gewoon op de markt verkrijgbaar. De technologie is krachtiger, goedkoper en handzamer geworden. We concentreren ons nu op het creatieve proces en op het leggen van dwarsverbanden met opera, cinema en beeldende kunst.”

Begin vorig jaar trad Pierre Boulez terug als directeur van het IRCAM en werd opgevolgd door zijn artistieke rechterhand Laurent Bayle. Onder Bayle voert het IRCAM een beleid van openheid, deels als reactie op de kritiek dat het kostbare instituut te veel een bastion van technologen was geworden en te weinig artistiek rendement opleverde. Nieminen: “Door samen te werken met buitenlandse ensembles, zoals deze maand met het Nieuw Ensemble uit Nederland, proberen we een nieuw publiek te interesseren voor ons werk.”

Het Nieuw Ensemble geeft samen het IRCAM een aantal concerten in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Parijs en Wenen. Het speelt muziek van componisten als Pierre Boulez, Philippe Hurel, Magnus Lindberg, Jonathan Harvey en Karlheinz Essl die in hun muziek het interactieve computerplatform van IRCAM gebruiken.

Dirigent Ed Spanjaard van het Nieuw Ensemble kent de noten van hun partituren, maar weet niet hoe de computer daarop zal reageren tijdens het concert. “Dat voelt alsof je door je vader wordt uitgehuwelijkt aan een onbekende vrouw. Maar ik heb een groot vertrouwen in de componisten. Ze kennen het computerprogramma en weten wat ze doen.”

Behalve concerten met buitenlandse ensembles organiseert het IRCAM dit seizoen een aantal projecten waarin componisten muziek schrijven voor dans-, theater-, operavoorstellingen, films en videoinstallaties. Zo componeerde de Duitse componist Michael Obst muziek bij Doktor Mabuse, een film van Fritz Lang uit 1922. Naast de nieuwsgierigheid naar de resultaten van deze versmelting met andere disciplines, speelt ook hier de wens mee om nieuwe publieksgroepen te bereiken.

Risto Nieminen zegt veel te verwachten van de kruisbestuiving tussen verschillende kunstvormen. “Behalve synthetisch geluid kan de computer ook een kunstmatige visuele ruimte genereren, de zogenaamde virtual reality. De resultaten op dat terrein zijn technologisch imposant, maar stellen artistiek nogal teleur. Ik kan me voorstellen dat een beeldend kunstenaar met de computer een ruimtelijke installatie ontwerpt waarbij een van onze componisten interactieve muziek schrijft.”

De hernieuwde aandacht voor het creatieve gebruik van de computer bij het IRCAM gaat volgens Nieminen niet ten koste van het budget voor wetenschappelijk onderzoek. Het instituut blijft trouw aan het programma dat Boulez in 1974 formuleerde en waarin componisten, musici en onderzoekers samen speuren naar nieuwe grondslagen voor de muziek.

Boulez kreeg in 1970 van de Franse president Pompidou carte blanche om een instituut op te zetten voor eigentijdse muziek. Zeven jaar later werd het door de architecten Piano, Rogers en Franchini ontworpen ondergrondse complex naast het Centre Georges Pompidou geopend met een reeks concerten onder de titel Passage du XXe siècle. De studio's en onderzoekruimtes van het prestigieuze instituut ademden tot in de details een modernistisch geloof in een toekomst waarin muziek, wetenschap en technologie onlosmakelijk verbonden zouden zijn.

De concertzaal ("Espace de projection') is geschikt voor elk denkbaar klankexperiment. De wanden bestaan uit honderdzeventig draaibare panelen waarmee de nagalmtijd van de zaal ingesteld kan worden tussen een halve en viereneenhalve seconde. Het plafond van de zaal bestaat uit drie delen die onafhankelijk van elkaar kunnen zakken tot een meter boven de vloer. Er is ruimte voor 250 bezoekers. “Dat is eigenlijk te weinig”, zegt Nieminen. “We wijken vaak uit naar de grote zaal van het Centre Pompidou.”

Het instituut beschikt zelfs over een werkplaats en een eigen instrumentenbouwer, die zijn eigenlijke vak overigens niet vaak meer uitoefent. Zijn laatste project was de bouw van een kop voor een dwarsfluit waarmee kwarttonen geblazen kunnen worden. Terwijl de man het verfijnde kleppenmechaniek laat zien, legt Nieminen uit dat de computer de tonen van een dwarsfluit net zoveel kan verhogen of verlagen als de componist wil - en veel sneller, goedkoper en preciezer.

De gemiddelde leeftijd van componisten die bij het IRCAM werken ligt rond de 35 jaar. Risto Nieminen ziet daarin het bewijs dat een nieuwe generatie de computer als een vanzelfsprekend hulpmiddel bij het componeren beschouwt. Niet alleen om synthetisch geluid te maken of akoestische klanken te bewerken, maar ook als compositiehulp dankzij het zogenaamde Computer Aided Composition (CAC). “Een componist kan dit systeem gebruiken om zijn muzikale materiaal - toonhoogte, ritme, klanksterkte - te ordenen.”

Niet iedereen deelt de droom van het IRCAM. Er is in Parijs een schaduw-IRCAM ontstaan van componisten die er óf niet slagen door te dringen tot de studio's aan de Place Igor Stravinsky en daarom hun toevlucht zoeken tot de veel goedkopere commerciële apparatuur, óf er geen heil in zien muziek te componeren met een computer.

Het budget van het IRCAM mag door de economische recessie met een kwart zijn teruggeschroefd, het instituut heeft uitbreidingsplannen. Nadat de kantoren twee jaar geleden zijn ondergebracht in een roodstenen kantoortoren van architect Renzo Piano, zullen de educatieve activiteiten van het IRCAM binnenkort worden verplaatst naar een aangrenzend badhuis. Het Ensemble InterContemporain, dat tot voor kort was verbonden aan het IRCAM, vertrekt in 1995 naar de nieuwe Cité de la Musique in het noordoosten van Parijs, maar de nauwe banden met het ensemble dat sinds de oprichting wordt geleid door Pierre Boulez, blijven bestaan.

Over de huidige rol van Boulez binnen het IRCAM zegt Nieminen: “Behalve ere-directeur is hij 'invited composer' en werkt hij aan zijn compositie ...Explosante-fixe... voor interactieve dwarsfluit en een ensemble van 28 spelers. Hij is erg geïnteresseerd in wat we doen, maar intervenieert niet in het artistieke beleid. In zijn afscheidsspeech zei hij er zeker van te zijn dat het IRCAM ook zonder hem de weg zal vinden naar een nieuw muzikaal universum.”

    • Peter Peters