Linda van Dyck knap en zonder pathethiek

Voorstelling: Duet (Duet for one) van Tom Kempinski. Spelers: Linda van Dyck en Harry van Rijthoven. Vertaling: Jan Donkers. Decor: John Otto. Regie: Christiaan Nortier. Gezien: 23/10 in de Stadsschouwburg, Haarlem.

“Ik voel me wat somber, geloof ik,” zegt de door multiple sclerose getroffen violiste in het successtuk Duet for one. “Behoorlijk somber, om precies te zijn.” Ze is door haar man naar een psychiater gestuurd, die eerst anti-depressiva voorschrijft en vervolgens de confrontatie aangaat met haar verstandig en berustend ogende houding. Natuurlijk is ze in werkelijkheid de wanhoop nabij, dat kan niet anders voor een topvioliste die niet meer kan spelen. Sterker nog: ze staat, misschien onwetend nog, op het punt zelfmoord te plegen. Daar moet hij haar van af zien te helpen.

Tom Kempinski schreef het stuk in 1980 in Londen, waar het werd gespeeld met zijn echtgenote Frances de la Tour in de hoofdrol. Twee jaar later oogstte Josée Ruiter er hier veel waardering mee, evenals Julie Andrews in de uit 1987 daterende verfilming. En nu het onder de titel Duet terug is, ditmaal in een vrije produktie met Linda van Dyck, blijkt opnieuw dat er voor een kundige actrice veel eer mee is in te leggen: de tegenstelling tussen het gezegde en het verzwegene geeft alle kans om knap toneel te spelen, zonder dat daar larmoyante staaltjes van pathetiek voor nodig zijn.

In de regie van Christiaan Nortier - en in een open decor met alleen wat licht getinte, Ikea-achtige elementen - is van vette sentimenten dan ook geen sprake. Linda van Dyck speelt haar rol op een gedempte naturel-toon, bijna badinerend en zonder een spoor van huilerigheid, zelfs niet in de desolaatste momenten. Een bruuske beweging met de rolstoel, een iets te zenuwachtig lachje en niet meer dan een enkele wrijfbeweging over de lamme knie - dat is alles en het is genoeg.

Maar dan is er ook nog die psychiater, en met hem heeft Tom Kempinsky geen raad geweten. Aanvankelijk is hij nog gewoon een man die zijn vak uitoefent, al vraag ik me af of die medicijnen al zo snel nodig zijn, maar gaandeweg vindt de schrijver het nodig hem meer in de handeling te betrekken. Dan wordt die arts opeens emotioneel, barst uit in een halfzacht soort peptalk (“Er zijn nog zoveel andere dingen waar u vreugde aan kunt beleven!”) en reageert als een moralistische malloot als de vrouw opbiecht dat ze regelmatig het bed deelt met een ander. Geen wonder dat Harry van Rijthoven met zoveel rare wendingen geen raad weet.

Wat me trouwens bij het weerzien van Duet for one óók nog opviel, was de voorspelbaarheid van de bekentenissen in de therapeutische sessies die we een avond lang te zien krijgen. We zijn, denk ik, in de afgelopen dertien jaar door films, toneelstukken en tv-series - en wellicht zelfs in de eigen omgeving - zó vaak geconfronteerd met de therapie als middel om tot de waarheid door te dringen, dat haast geen enkele bekentenis ons meer kan schokken. Dat die vrouw zich heus niet zo makkelijk bij haar lot heeft neergelegd, zien we al lang voordat zij het durft te zeggen. En dat haar huwelijksleven niet zo rooskleurig is als zij beweert, zagen we al van verre aankomen.

Is dit stuk, ondanks de respectabele uitvoering, intussen misschien een beetje gedateerd? Ik ben bang van wel.

    • Henk van Gelder