Kwaliteit van het bos dit jaar beter door het natte en koele weer

DEN HAAG, 25 OKT. Het Nederlandse bos heeft zich het afgelopen jaar hersteld van de terugslag die vorig jaar werd geconstateerd. De verbetering van de vitaliteit is grotendeels te danken aan het regenachtige en vrij koele weer in de tweede helft van de zomer.

Dat blijkt uit onderzoek van het ministerie van landbouw, visserij en natuurbeheer, waarvan de resultaten vandaag bekend zijn gemaakt. Gelijktijdig gepubliceerde onderzoeksgegevens van de Vereniging Natuurmonumenten laten zien dat eik en beuk er dit jaar ook beter aan toe zijn.

De vitaliteit van het bos ging vorig jaar sterk achteruit, vooral als gevolg van luchtverontreiniging en het droge weer in het naseizoen. Natuurmonumenten noemde de situatie toen dramatisch en wees de veehouderij als hoofdschuldige aan.

Omdat niet in elke provincie voldoende "opnamepunten' worden geïnventariseerd om statistisch betrouwbare uitspraken te kunnen doen, verstrekt het ministerie alleen vitaliteitscijfers voor de bosrijke provincies Drente, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg. Dit jaar wordt meer dan de helft van het bos (52,6 procent) als vitaal gekwalificeerd, vorig jaar 42,9 procent. De hoeveelheid minder vitaal bos is met 22,4 procent nagenoeg gelijkgebleven, 20,8 procent is weinig vitaal (in 1992 nog 28,8 procent). De hoeveelheid niet vitaal bos nam af van 5,8 procent tot 4,2 procent.

De verbetering van de vitaliteit is vooral te danken aan de loofboomsoorten, zoals eik, beuk en populier. Ook de meeste naaldboomsoorten gingen iets vooruit, met uitzondering van de douglas en de fijnspar. Deze laatste twee gaan al tien jaar in vitaliteit achteruit.

In alle bosrijke provincies is de vitaliteit in het algemeen verbeterd, stelt het ministerie vast. Maar in geen van de provincies is het niveau van voor 1992 bereikt. Voor veel boomsoorten leidt de hoge stikstofbelasting tot een onevenwichtige voedingstoestand. Met name bij de douglas lijkt de wanverhouding tussen stikstof en fosfor in de naalden het herstel van de vitaliteit te belemmeren. Met de kwaliteit van de struik- en kruidlaag in de bossen, de zogenoemde ondergroei, is het volgens Natuurmonumenten ook dit jaar nog erg zorgelijk gesteld.

Een combinatie van factoren bepaalt de vitaliteit van bomen en bossen. Droogte, ook veroorzaakt door daling van het grondwater, insectenvraat en luchtverontreiniging zijn het meest bepalend. Volgens Natuurmonumenten is er ook sprake van een onderlinge versterking. Droogte en insectenvraat kunnen zoveel schade aanrichten omdat de bomen door luchtvervuiling verzwakt zijn.

Omdat heiden, vennen en duinen nog veel gevoeliger zijn voor luchtverontreiniging, zijn de verliezen daar erg groot, aldus Natuurmonumenten. De vereniging ziet de landbouw nog steeds als grootste boosdoener voor de uitstoot van verzurende en vermestende stoffen. Daarnaast baart de toename van het wegverkeer, met name van vrachtwagens, haar zorgen.