Een cursus fietsen in de gymzaal

Tara Oedayraj Singh Varma, gemeenteraadslid voor GroenLinks in Amsterdam, woont al 25 jaar in Nederland, maar ze heeft het nog nooit gedaan. Veel te eng. Net als de meeste allochtonen in Amsterdam kan het raadslid niet fietsen. Tot haar grote spijt. Want fietsen is volgens Varma het symbool van de Nederlandse samenleving. Als je kan fietsen kan je veel meer.

Dat is de reden waarom GroenLinks in het nieuwe verkiezingsprogramma heeft geschreven dat elke nieuwe migrant in Amsterdam een fietscursus moet krijgen. Aanvankelijk wilde de partij aan elke nieuwkomer ook een fiets cadeau doen, maar om financiële redenen werd daarvan afgezien. Dit jaar kwamen tot nu toe ruim zestienduizend migranten naar Amsterdam.

Hoe ziet Varma nu deze de fietscursus voor zich? “Misschien met zijwieltjes, ergens op een rustige plek en een witte vrouw die je zadel vasthoudt”, oppert ze. Maar Varma weet niet dat in een aantal stadsdelen al jarenlang fietscursussen worden gegeven aan allochtone vrouwen? “Goh zeg, dat is fantastisch.”

Als een sergeant die een peloton toespreekt, buldert de stem van de fietsdocente door de gymzaal: “Ok dames, allemaal even op de fiets. Eén trapper hoog, één trapper laag. Linkervoet op de hoge trapper, andere voet op de grond.” In de sportruimte van buurthuis De Tulp staan zeven vrouwen achter zeven vouwfietsen. “Kan het zadel nog ietsje lager?”, vraagt een Marokkaanse vrouw. Het zadel reikt tot net boven haar knie en is al maximaal in de fietsbuis gezakt. “Lager kan niet Fatima.” De vrouw lacht zenuwachtig. “Ok, iedereen klaar? Met de voet op de grond duw je hard af en... fiets maar weg.”

Zeven vrouwen steppen door de gymzaal. Ze lachen om hun voeten en om elkaar. De Marokkaanse vrouw concentreert zich op haar voorwiel. Ze hangt over het stuur, haalt diep adem en knijpt nog harder in de handvaten. Dan, als ze al haar moed verzameld heeft, zet ze ook haar rechtervoet op de trapper. Ze fietst. Wat zwieberig weliswaar, maar ze fietst. Even vergeet ze haar hoofddoek en de wollen broek die ze eigenlijk van haar man niet dragen mag. Slingerend gaat ze door de ruimte. Even is Marokko ver weg. Tot ze met een schok tegen de radiator tot stilstand komt.

De woonwijken met de meeste migranten in Amsterdam zijn tevens de woonwijken met het laagste aantal fietsen. Met name voor Turken en Marokkanen, maar ook voor veel Surinamers heeft de fiets een lage status. Fietsen is "not done'. Voor vrouwen van islamitische afkomst komt daar nog eens bij dat tijdens het fietsen een deel van het been blootkomt, en dat geeft geen pas.

Zelf lijken de migranten weinig last te hebben van hun "handicap'. Probeert GroenLinks migranten een fietsprobleem aan te praten? De Surinaamse publicist Anil Ramdas schreef ooit hoe medestudenten hem meewarig aankeken toen hij - nog maar net in Nederland - elke dag van zijn studentenflat naar de universiteit liep. Op een keer vroeg een jongen of hij niet liever achterop wilde. Hij zou zo'n mistroostige indruk maken met die zware tas in de kou en de wind. “Maar fietsen tegen de wind is toch veel vermoeiender”, antwoordde Ramdas.

Maar Ramdas wilde integreren, en dus kocht ook hij een fiets. Toch lijkt fietsen eerder het resultaat van, dan het middel tot integratie. Zoals een Turkse cursiste in buurthuis de Tulp het zegt: “Door fietsen leer je niet Hollandse mensen kennen. Dat moet je willen in je karakter.”

Slechts twee van de tien vrouwen maken na afloop van de cursus ooit nog gebruik van de fiets, is de ervaring van de fietsdocente. Maar raadslid Varma gelooft erin: “Door te fietsen raken migranten "ingeburgerd'.”

Hoeveel migranten kunnen eigenlijk schaatsen?

    • Monique Snoeijen