Dordt fonkelt weer van voetbalvreugde

DORDRECHT, 25 OKT. Ze komen weer in stromen naar de Krommedijk. En als ze van verre de lichtmasten zien, dan gaan ze sneller lopen. Dan wordt hun tred ook lichter. Een avondje voetbal in Dordrecht, dat is de belofte van genieten. Geen zelfkwelling meer.

Ze juichen weer als ze het stadion binnenkomen. Ze steken vuurwerk af, hangen spandoeken op, heffen spreekkoren aan. Ze wapperen trots met hun wit-groene dassen. Ze slaken rauwe kreten als hun club het veld op komt. Omdat zij de supporters zijn.

Omdat zij de supporters zijn, roepen ze "schitterend' en "o, wat mooi', zolang hun club het spel dicteert. Als hun team de bal verkwanselt, lopen ze over van toegeeflijkheid. Wijst de grensrechter in het voordeel van een tegenstander, kan hij rekenen op hun onverdeelde gramschap.

Ze durven zich weer te bekennen tot Dordrecht '90, ze durven zich weer te identificeren met Dordrecht '90. Wat een verschil met vorig jaar. Toen stonden ze op de tribune in weerwil van zichzelf, de laatste getrouwen, de enkelingen. Ze morden, ze schimpten. Ze lachten vol zelfhaat als hun club weer verloor.

Het waren niet eens de nederlagen waarvoor ze zich schaamden, al went verliezen nooit. Ze geneerden zich voor de rellen in de club, de sfeer van ziekte en verrotting, de spiraal van negativiteit. Hoe kun je bouwen op een elftal als de spelers elkaar niet vertrouwen? Hoe kun je geloven in een club die niet gelooft in zichzelf?

Elke club streeft naar hoger, beter. Anders zou de competitie geen competitie heten. Maar misschien was de promotie naar de eredivisie twee seizoenen geleden wel het slechtste wat Dordrecht '90 kon overkomen. Omdat zo nodig met SVV moest worden samengegaan. Omdat water en olie zich opeens moesten mengen, opdat er wijn zou ontstaan.

Wat een waanzin. Wat een hoogmoed. Spelers die hun lot hadden verbonden aan SVV, werden achteloos veroordeeld tot Dordrecht. En Dordrecht werd opgezadeld met een elftal vol Schiedamse spelers, onbekende namen, onbekende gezichten. Nog voordat de transplantatie voltooid was, begon het afstotingsproces.

Het vervolg is bekend. Eerst vertrok een trainer: Dick Advocaat. Toen een hoofdsponsor: John van Dijk. Vervolgens ook het spelplezier: de spelers voetbalden alleen nog maar met woede in het lijf. Uiteindelijk bleven ook de toeschouwers weg.

Degradatie was de verlossing voor Dordrecht '90. De club leeft weer helemaal op in de eerste divisie. Dordrecht '90 wint weer, pakte moeiteloos de eerste periodetitel, staat na de 2-0 overwinning van zaterdag tegen FC Zwolle royaal aan kop, met zes punten voorsprong op ADO Den Haag.

Wat oorzaak is en wat gevolg, dat valt soms moeilijk vast te stellen, maar het Dordtse spel fonkelt weer van voetbalvreugde. Spelers zijn bereid voor elkaar te werken, achter onmogelijke ballen aan te rennen, de fouten van een ander te corrigeren. Hier staat weer een team in het veld.

Wat er is veranderd? Piet Lagarde, de oud-keeper van het Nederlands elftal die sinds 1 juli optreedt als parttime-manager, kijkt liever niet om. Hij wil niet zeuren over het verleden. Wel zegt hij dat “het recht-door-zee-gevoel” weer terug is bij de club. Dat er “duidelijke afspraken” zijn gemaakt. Dat alle partijen “nu op dezelfde golflengte zitten”.

Wat hij bedoelt is dat de club zich heeft ontdaan van oude lasten. Spelers die als onruststoker of splijtzwam werden beschouwd, hoefden niet meer terug te komen. Gezichtsbepalende voetballers als Joop Hiele, Peter Barendse, Jimmy Simons, Romano Sion werden geloosd zonder aanzien des persoons. Dat kostte geld en kwaliteit, maar dat was de prijs voor de rust die de club maar al te graag betaalde.

Dat trainer Han Berger werd opgevolgd door assistent-coach Nico van Zoghel, kwam de vrede ook ten goede. Voor Berger was Dordrecht '90 niet meer dan een noodgreep geweest, een tussenstation. Hij had er nooit een geheim van gemaakt dat hij zich veel te goed voelde voor dat "zootje'. Terwijl Van Zoghel wel kan leven met de beperkingen van een club, die in het schemergebied tussen eerste divisie en eredivisie doolt.

Lagarde, die zich al jarenlang met de marketing van sportkleding bezighoudt, verkoopt nu ook Dordrecht '90 alsof het gaat om voetbalschoenen. Hij heeft het steeds over “het produkt dat goed moet zijn”. Dan komen de prestaties vanzelf. En de sponsors. En het publiek.

Die filosofie mag simpel lijken, voorlopig werkt ze wel. Het aantal leden van de business club is met de helft gestegen tot 92. Het aantal toeschouwers per wedstrijd is zelfs nog sterker gegroeid: van 1600 tot 2800. Terwijl de club een klasse lager speelt. En nog vindt Lagarde het bedrijfsleven en de toeschouwers “veel te afwachtend”.

Hij zou willen dat de club minder afhankelijk was van Kees den Braven, de lijmfabrikant die Dordrecht '90 financieel overeind gehouden heeft. Den Braven heeft beloofd dat hij ook volgend seizoen nog als hoofdsponsor beschikbaar zal blijven. “Maar Den Braven wil best met zijn naam van het shirt af”, zegt Lagarde. “Daar valt over te praten. Voor shirtsponsors is er ook nog plaats op het dijbeen en de rug.”

Is het voor Dordrecht '90 niet beter te blijven schitteren in de eerste divisie in plaats van weer te verkommeren op het hoogste niveau? Piet Lagarde vindt van niet. Want: “De eredivisie blijft toch trekken”. En: “Waarom zou het volgende keer weer mis gaan?”

“Als we maar een goed produkt blijven leveren.”