Dominee

“Toen jij belde”, zegt Nini, “toen je zei: kunnen we eens praten over je ervaringen met de dood...ik dacht: o jee, daar weet ik veel te weinig van, ik doe mijn werk niet goed!”

Ze heeft een fijne stem, of eigenlijk twee fijne stemmen. Voor mij klinkt in haar stem van nu haar stem van vroeger door. “Ik richt mij”, zegt ze, “volledig op de bevestiging van het leven, zelfs bij de dood.”

We zaten bij elkaar op school, een christelijk lyceum, en zij is dominee geworden. In de eerste klas, in 1960, won ze een declamatiewedstrijd met iets ernstigs, iets van Jacqueline van der Waals of zo. Bij haar debuut op Chrysostomus deed ze een dingetje van Annie M. G. Schmidt, iets met heel veel stemmen.

Dominee. Ook om wat te betekenen voor de medemens. Dominee of verpleegster. Ziekenhuispredikant! Theologie genoot bovendien de raadselachtige reputatie een veelzijdige studie te zijn. En als meisje hoefde je je nog niet om een carrière te bekommeren. Er werd wel voor je gezorgd.

Welnee, je hoeft om dominee te worden niet super gelovig te zijn. De beste gelovigen, dat weet je toch nog wel, waren gereformeerd. Zij was en is hervormd. Geloof, dat was de zondagmorgen, leuke kleren aan, op de fiets naar Oosterbeek en maar hopen dat Victor er zou zijn, stille liefde, mooie lichtjes in de kerk.

Geloof was warmte, zekerheid, de preek, een zegenend gebaar van dominee Bergkotte.

    • Koos van Zomeren