De georganiseerde misdaad als nieuwe "collectieve vijand'

DEN HAAG, 25 OKT. Plotseling dook Nederland vorige week op het thema van de georganiseerde criminaliteit. Het begon op zaterdag 10 oktober met de uitspraak van minister Hirsch Ballin (justitie) in de Volkskrant dat politie, openbaar ministerie en rechterlijke macht “slag moeten leveren met de georganiseerde misdaad om de macht in de samenleving”. De Amsterdamse officier van justitie mr. M.A.A. van Capelle opende vorige week donderdag in NRC Handelsblad de jacht op het beroepsgeheim van advocaten, notarissen en accountants. De klap op de vuurpijl kwam van de Amsterdamse hoofdcommissaris drs. E. Nordholt vrijdagavond met de uitspraak dat corruptie “ook bij politieke partijen voorkomt als dat nodig is”.

De georganiseerde misdaad is al eerder geïdentificeerd als de nieuwe collectieve vijand van de Nederlandse samenleving. Zozeer dat ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) zich er sinds enige jaren mee bezighoudt. In het jaarverslag over 1991 wordt bijvoorbeeld gerept over “een heimelijke poging om vanuit Suriname onderdelen van het Nederlandse overheidsapparaat te corrumperen en te infiltreren”.

In een inmiddels roemruchte nota over de georganiseerde misdaad constateerden de ministers Dales (binnenlandse zaken) en Hirsch Ballin in september '92 dat dit type van criminaliteit “inmiddels behoort tot de grootste sectoren van de Nederlandse economie”. De geschatte omzet van deze branche in het gokwezen, de wapen- en drugshandel bedraagt tien miljard gulden per jaar. Criminaliteitsbestrijders in Nederland gaan er vanuit dat er tientallen, soms internationale, bendes actief zijn die zich behalve op wapens, drugs en gokken ook toeleggen op “grootschalige milieu- en oliefraude, handel in vrouwen, verkoop van valse identiteitspapieren en exploitatie van illegale naaiateliers”.

Ondertussen is de definitie van wat precies verstaan moet worden onder georganiseerde criminaliteit vaag. Doorgaans wordt dit verschijnsel ingeperkt aan de hand van tien kenmerken: het gaat om organisaties die zich toeleggen op op “het verkrijgen van winsten uit verschillende, snel wisselende vormen van criminaliteit”. De organisatie is “een meerjarig werkverband met hiërarchische verhoudingen”. Daarbinnen is sprake van “een intern beloningssysteem en waar nodig van sancties als geweldplegingen en liquidaties”. Verder worden de criminele inkomsten door een legale poot van de organisatie witgewassen, wordt er samengewerkt met financiële, fiscale en juridische adviseurs uit de “bovenwereld” en worden pogingen ondernomen om “zo mogelijk corrumperende contacten te leggen met relevante overheidsfunctionarissen”.

Pag.3: "Misdaad incidenteel en ad hoc bestreden'

In het beleidsplan Samenleving en Criminaliteit werd in 1985 het opkomende gevaar van de georganiseerde criminaliteit gesignaleerd. Sindsdien is er echter “zeer incidenteel” en ad hoc tegen het verschijnsel opgetreden door politie en justitie. Onder leiding van de Bossche procureur-generaal mr. R.A. Gonsalves werd in 1988 een rapport uitgebracht met adviezen voor de daadwerkelijke aanpak van misdaadorganisaties.

Er kwamen vervolgens, in de loop van 1989 zes Bureaus Financiële Ondersteuning (BFO's) die gericht waren op het "afromen' van de criminele vermogens. Daarnaast werden sinds 1988 Criminele Inlichtingen Diensten opgericht, de misdaadanalyse kwam tot ontwikkeling en er kwam een financieringsregeling voor bovenregionale onderzoeken. Bovendien wordt er sinds 1988 gewerkt aan de oprichting van interregionale rechercheteams.

Vorig jaar oordeelde het kabinet dat de misdaadondernemingen een “serieuze bedreiging vormen voor de rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit van de Nederlandse samenleving”.

In dezelfde nota over het dreigende oprukken van de georganiseerde criminaliteit van september vorig jaar signaleerden Dales en Hirsch Ballin al dat dit type misdaad door het infiltreren in de legale “bovenwereld” de samenleving op termijn zou kunnen ontwrichten: “Het bestuur in breedste zin dient zich in eerste plaats bewust te zijn van deze dreiging”.

Dales kondigde aan dat de BVD onderzoek zou doen naar “de zwakke plekken” in het systeem en Hirsch Ballin benadrukte geregeld de ernst van de situatie. Zo zei hij in juni tegen deze krant; “Ik denk dat ondanks alles wat er al over misdaad is gezegd, het verschijnsel eerder wordt onderschat dan overschat. Het beeld van de criminaliteit is zwarter dan ik tot nu toe altijd heb aangegeven.”

Ook de plotselinge aandacht voor typische "geheimhouders' als advocaten, notarissen en accountants is niet nieuw: zij werden in de nota van vorig jaar al geduid als een soort nieuwe risicogroepen.

Het lijkt erop dat rond de bespreking van de justitiebegroting in de Tweede Kamer vorige week alle, reeds eerder gesignaleerde verschijnselen, plotseling een elkaar versterkend effect gekregen hebben. Door hechte samenwerking tussen het actualiteitenprogramma Nova en de PR-afdeling van de Amsterdamse politie gebeurde vorige week iets wat nooit eerder is vertoond; er werden nachtelijke opnamen vertoond van politie-acties, gericht tegen de georganiseerde misdaad. Het discussieprogramma Het Capitool wisselde gisteren van gedachten met vertegenwoordigers van de advocatuur, het notariaat en de organisatie van registeraccountants. En in één van de ochtenbladen mocht de crimefighter van het eerste uur, de Bossche procureur-generaal Gonsalves, zich nogmaals “vierkant achter de minister opstellen”.

    • Frank Vermeulen