Dartele linksbuiten slalomt op gevoel

VUGHT, 25 OKT. Gekromde ruggen, dikke benen. Een sport die fysiologen doet huiveren. Zodat het opvalt wanneer een sierlijke hockeyspeelster over het kunstgras rent. Rechtop, mooi postuur. Cécile Vinke is zo'n uitzondering. Een onvervalste linksbuiten die slalomt op gevoel. Gisteren stichtte zij gevaar in de Kampong-defensie, forceerde ze vele strafcorners. Haar club MOP profiteerde niet en bleef op 0-0 steken. Kampong, met de succesvolle coach Tom van 't Hek langs de kant, verspeelde zijn eerste punt maar blijft ook na de vijfde speeldag de ranglijst in de hoofdklasse aanvoeren.

Goudvinkie noemt bondscoach Bert Wentink haar. “Een echte topper hoor. Ze kan alles en heeft alles voor haar sport over. Een geweldige meid.” Cécile Vinke is pas 20 jaar en een van de vele jeugdige speelsters van Oranje, het geheel vernieuwde Nederlands team dat twee maanden geleden zo verrassend goed presteerde bij de strijd om de Champion's Trophy in Amstelveen. “Ik heb dat toernooi als een roes beleefd. Zoveel publiek, zoveel pers. 's Avonds speelde ik de wedstrijd in het hotel helemaal na. Ik kon me elke minuut nog herinneren.”

In het Wagenerstadion had ze nog een rekening te vereffenen. “In 1986 werd ik niet geselecteerd voor het Zuidnederlands jeugdteam. Anders was ik ballenmeisje geweest bij het WK dat toen in Amstelveen werd gespeeld. Nu zat ik op de tribune. Waarom ik niet gekozen werd? M'n voeten stonden te veel naar binnen , zeiden ze. Ik zou te veel over de bal struikelen. Blijkbaar ben ik daar over heen gegroeid.” Zeven jaar later komt die redenering vreemd over. Ze struikelt niet, ze dartelt. “Ik heb vroeger aan wedstrijdturnen gedaan. Daar heb ik de lenigheid van. Eerst mocht ik niet op hockey, dat was slecht voor m'n rug.”

Op haar tiende werd ze toch maar lid van het Bredase Push, waar haar vader keepte. Via Den Bosch kwam ze in Vught bij hoofdklasser MOP terecht, de club die momenteel vijf volwaardige internationals telt. Ze is Brabantse in hart en nieren. Houdt van het gemoedelijke sfeertje. Stap voor stap door de provincie, op weg naar de top.

Vinke valt op door haar snelheid, haar fluwelen techniek. Een echte linksbuiten, hoewel ze bij MOP vaak van positie wisselt in de voorste linie. Niet al haar acties lukken. Wentink: “Ik laat haar bij het Nederlands team veel in de middenpositie trainen. Dan krijgt ze van die lullige ballen aangespeeld. Nu is ze nog te vaak al in gedachten bij de volgende actie. Maar eerst moet die bal onder controle. Ze is eigenlijk te doel gericht. Ze wil te graag. Vergeet soms nog voor tempowisselingen te zorgen. Maar verdedigend is ze al minder wild worden. Ze maakte vroeger te veel onnodige overtredingen.”

Vinke zegt veel te leren van de bondscoach en van haar clubtrainer Theo de Kanter. En toch lijkt ze geheel op gevoel te hockeyen. Iemand die geen leidraad nodig heeft. Iemand van momenten. Komt ze voor een spelbepalende speelster niet te weinig aan de bal? Wentink: “Cécile is een echte spits. Die moet je niet naar achteren halen, hoewel ze genoeg overzicht heeft.” Theo de Kanter geeft toe dat Vinke tegen Kampong minder in het spel betrokken werd. “We speelden bewust veel over onze rechterkant. Daar ligt de zwakte van Kampong.” De concessie van de trainer vermindert het kijkplezier. Veel geschuif, weinig wol. Tot Cécile Vinke vlak voor tijd in haar eentje zes Kampong-verdedigsters bezighoudt. Alleen de afwerking ontbreekt nog. Het is de laatste stuiptrekking van de 'ongeslepen diamant', zoals Wentink haar typeert.

Haar wisselvallige spel tegen Kampong is kenmerkend voor de kleine terugval die ze dit seizoen doormaakt. De Kanter: “Ik spreek niet van een vormcrisis, zo erg is het niet. Maar het is natuurlijk allemaal heel snel gegaan. Deze zomer heeft ze eerst de Champion's Trophy, daarna de WK voor junioren gespeeld. Dat toernooi sprak veel minder tot de verbeelding. En dan meteen de competiestart er achteraan. Dat is mentaal moeilijk op te brengen.”

De terugval werd vorig jaar al voorspeld door Roelant Oltmans, toen nog verantwoordelijk voor de Oranje-vrouwen. Binnen acht maanden maakte Vinke de stap van het Nederlands jeugdteam, via Jong Oranje, naar het nationale elftal. In Barcelona, waar ze debuteerde in Oranje, speelde Vinke in totaal slechts 17 minuten. De oude garde deelde intern de lakens uit. Het eindresultaat viel tegen. De nieuwe lichting mocht vervolgens de opgelopen schade herstellen. Vinke: “Een enorm verschil, zeker qua sfeer. Die was in Barcelona heel slecht. Nu is het gelukkig hartstikke leuk.”

Met het Nederlands elftal bereidt ze zich in 1994 voor op het wereldkampioenschap. Met MOP geniet ze na van het gelijke spel tegen de koploper. De Brabantse bank juicht alsof de tien strafcorners alle zijn benut. Waarom pushte ze zelf geen corner in? “Ik hoef niet zo nodig te scoren. Een voorzet geeft me even veel voldoening.”