CIA: Aristide is geestelijk ziek

Terwijl het Amerikaanse Congres zich beraadt over de vraag of het verstandig is militaire adviseurs ter beschikking te stellen van de afgezette Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide, doet een weinig flatteuze CIA-beschrijving van Aristide de ronde op Capitol Hill.

In dat document, waarin voor een deel informatie is vervat die twee jaar geleden is verspreid, beschrijft deze Amerikaanse inlichtingendienst Aristide als een man die psychische stoornissen heeft gehad en die betrokken is geweest bij een politieke moord en bij geweld door benden. In het document wordt beweerd dat hij zijn aanhangers in Haïti ooit heeft geadviseerd over te gaan tot het zogeheten necklacing, waarbij mensen worden vermoord door ze een autoband om het lichaam te leggen en die in brand te steken.

De inlichtingenofficier Brian Latell, die bij de CIA verantwoordelijk is voor Latijns Amerika, heeft vorige week zeker tien Republikeinse en drie Democratische senatoren in een speciale ruimte van het Capitool, gereserveerd voor de besprekingen van geheime informatie, hiervan op de hoogte gesteld. Om de breefing was gevraagd door senator Jesse Helms uit North Carolina, een tegenstander van de Amerikaanse steun voor Aristide.

Deze slaagde er vorige week donderdag niet in de Senaat ertoe te bewegen te besluiten dat voor elke troepenzending naar Haïti toestemming van het Congres nodig is. Helms en diverse andere Republikeinen wezen op de CIA-informatie zonder over de inhoud ervan uit te wijden toen ze trachtten de regering-Clinton te overreden de steun aan Aristide in te trekken en haar plannen te laten varen om Amerikaanse troepen in te zetten om militaire actie tegen Aristide te verhinderen.

Amerikaanse functionarissen en Democraten op Capitol Hill trachtten de Republikeinse beschuldigingen te ontzenuwen. Een van hen vond het CIA-rapport “flinterdun” en een andere zei dat het “oude” informatie bevat en dat op Aristide's banden met Washington dit jaar niets aan te merken is.

Regeringswoordvoerders hebben geweigerd direct in te gaan op de informatie van de CIA omdat het om geheim materiaal gaat. Volgens één bron wordt Aristide gezien als een “rare, instabiele vent”, maar bestaat er geen aanleiding om te geloven dat “zijn vermogen om de functie van president van Haïti uit te oefenen, daardoor wordt aangetast”.

Terwijl de CIA woensdag de Congresleden informeerde dronk Aristide elders in het Capitool koffie met leden van de Commissie voor buitenlandse betrekkingen van de Senaat om hen ertoe te brengen hem te helpen bij zijn terugkeer naar Haïti. Hij wees de beschuldiging als zou hij instabiel zijn van de hand en ontkende volgens senatoren die bij het gesprek waren bij geweld betrokken te zijn geweest.

Volgens bronnen die het CIA-materiaal hebben gezien beschrijft de inlichtingendienst hoe Aristide in 1980 in Canada een psychiatrisch ziekenhuis heeft bezocht. Ook wordt uiteengezet hoe hij als priester in Haïti aanhangers in een bende heeft georganiseerd die op meedogenloze wijze geweld gebruikte. Latell zette tijdens de informatieve ontmoetingen met Congresleden uiteen dat Aristide in september 1991 in een toespraak tot aanhangers heeft gepleit voor de praktijk van necklacing tegen tegenstanders. Aristide zelf zei tegen de senatoren dat het enige “instrument” dat hij ooit de Haïtianen heeft aangeraden te gebruiken de grondwet is geweest, zo meldde later een deelnemer aan het gesprek.

De CIA citeerde ook Haïtiaanse bronnen met de bewering dat Aristide bevel heeft gegeven tot de moord op zijn politieke tegenstander Roger LaFontant, in de periode waarin Aristide in 1991 door een militaire staatsgreep ten val werd gebracht. Die beschuldiging heeft op Capitol Hill tot een controverse geleid tussen Congresleden die het aangevoerde bewijsmateriaal geloofwaardig achtten en anderen die het zwak vonden en zeiden dat het vooral is gebaseerd op beschuldigingen, afkomstig van luitenant-generaal Raoul Cédras, de leider van de coup tegen Aristide.

De Republikeinse senator Larry Pressler, die de bijeenkomst met Latell bijwoonde, heeft gezegd te vrezen dat “de regering-Clinton probeert ten aanzien van Haïti een slecht besluit in de doofpot te stoppen”. De ontmoeting met de CIA heeft aangetoond, zei hij, dat “de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet”.

Toen Pressler trachtte Aristide's geestelijke gezondheid in de Senaat ter sprake te brengen stuitte hij op bezwaren van de Democratische fractieleider George Mitchell: “Als we nu gaan zeggen dat we psychologische onderzoeken krijgen door mensen die we nooit hebben ontmoet, en als we die psychologische onderzoeken gaan voorlezen - mijn hemel, ik denk dat dit iets is waar elke afgevaardigde bezorgd over moet zijn.”

Volgens een bron binnen het Congres die kritisch staat tegenover de regering heeft Latell beweerd dat de CIA niet heeft deelgenomen aan ontmoetingen waarop is besloten Aristide te steunen. Latell zou ook hebben tegengesproken dat - zoals een functionaris heeft gezegd die bij zijn ontmoeting met Congresleden aanwezig was - het oordeel van de CIA over Aristide niet wordt gedeeld door andere inlichtingendiensten.

The Washington Post