Boodschap & boodschapper

DE HOOFDCOMMISSARIS heeft gesproken en de opwinding is groot. Erik Nordholt - de man van de tienduizend illegale Ghanezen in de Bijlmer, de criminele Antilliaanse jongeren die naar Nederland werden gestuurd - staat in de schijnwerpers wegens zijn mededeling dat de georganiseerde misdaad ook tot politieke partijen is doorgedrongen. De politiek reageert navenant: overwegend vol ongeloof en met vermanende woorden aan het adres van de boodschapper. Om de ernst van de situatie te onderstrepen eist de voorzitter van de Tweede Kamer opheldering van minister Hirsch Ballin van justitie.

Voor een juiste beoordeling is het van belang te weten wat Nordholt precies heeft gezegd en in welke context. Ondervraagd voor de televisie over het fenomeen criminele organisaties en corruptie, zei Nordholt dat dit “zich voordoet en zal voordoen bij de rechterlijke macht, bij het bestuur, bij bedrijven.” Op de vraag of ook politieke partijen met dit verschijnsel te maken hadden, antwoordde Nordholt bevestigend. Hij zei vervolgens dat de betrokken politieke partijen op de hoogte zijn gesteld en gaf verder toe dat de criminele elementen inmiddels uit de politieke partijen waren gezuiverd.

IS HIERMEE DE politiek in diskrediet gebracht? De politiek brengt eerder zichzelf in diskrediet door verbaasd te doen over de uitlatingen van Nordholt. Want bevatten zijn woorden nu werkelijk zoveel nieuws? Minister Dales waarschuwde al in juni 1992 in een toespraak voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor de beïnvloeding door de georganiseerde misdaad in de vorm van systematische corrumpering van politici, overheids- en semi-overheidsfunctionarissen. In een samenleving waar de onderwereld zich steeds vaker manifesteert in de normale wereld, is het eigenlijk ondenkbaar dat de politiek buiten schot blijft. Waar het om gaat is dat de politieke partijen zich van dat gevaar bewust zijn. De vraag is of dat bij iedereen het geval is. Wat dat betreft zijn de afkeurende reacties uit de politiek heel wat veelzeggender en verontrustender dan de woorden van Nordholt zelf.