ARCHIEFVERNIETIGING

Het stuk onder de titel De "verdwenen' burgerbrieven van dr. C. Wiebes (NRC Handelsblad, 19 oktober) deelt slechts de halve waarheid mee.

In mijn brief aan dr. Wiebes van 17 juni stond dat er in de collectie "burgerbrieven' was geselecteerd zonder machtiging op grond van de Archiefwet 1962. De vóór de inwerkingtreding van deze wet (in 1968) geldende selectielijsten werden gehandhaafd. Op 6 juli stuurde ik Wiebes een kopie van de bij de selectie gebruikte vernietigingslijst van 23 augustus 1962. Volgens die lijst mogen vernietigd worden “Correspondentie, geen algemene voorschriften of richtlijnen bevattende, betreffende inlichtingen en mededelingen van algemene eenvoudige aard” en “Geleide- en doorzendbrieven voor zover zij geen bijzondere opmerkingen bevatten”. Ik citeer uit mijn brief aan dr. Wiebes:“Met name de doorzendbrieven, in de gevallen waarin de afhandeling van de "burgerbrieven' door een andere instantie is overgenomen én brieven zonder concrete inhoud e.d. zijn op grond van genoemde categorieën vernietigd. De brieven inzake concrete onderwerpen zijn bij het betreffende beleidsdossier gevoegd en zullen niet worden vernietigd.”

Het is goed dat onderzoekers de overheid in de gaten houden. Aan het uitzoeken van de door hen aangebrachte zaken hebben Kamerleden, ministers, ambtenaren van Algemene Zaken en van de Rijksarchiefdienst veel tijd en belastinggeld gespendeerd. Teleurstellend om dan via de krant te horen dat "de respons van de voor het archiefbeheer verantwoordelijke instanties is echter niet altijd bemoedigend is te noemen'.

    • Prof.Dr. F.C.J. Ketelaar