Aanslag van IRA ondermijnt "enige reële' vredesscenario

LONDEN, 25 OKT. Noord-Ierland maakt zich op voor een golf van nieuw en intensiever geweld in de komende weken, nu de Ulster Freedom Fighters hebben laten weten dat ze alle troepen hebben gemobiliseerd om de IRA-aanslag op de Shankill Road te wreken. Dat is niet langer een loze bedreiging. Van de 61 slachtoffers die dit jaar in Belfast zijn vermoord, zijn de meesten gevallen door de hand van loyalistisch-protestante terroristen.

Een van hen koestert de erenaam "Dolle Hond'. Zijn bijzondere tactiek bestaat uit het willekeruig neerschieten van mensen in de katholieke wijk van West-Belfast, bijvoorbeeld door een geweer leeg te schieten in een volgepakte zwarte taxi-bus: elke “Tag” is er een en hij heeft al dertien katholieke doden op zijn naam staan. De politie kent hem, maar kan hem niet betrappen. "Dolle Hond' is naar verluidt een van degenen die afgelopen zaterdag op het nippertje ontsnapten aan de aanslag op de viswinkel. De vergadering van de (verboden) loyalistische Ulster Freedom Fighters was net voorbij toen de bom afging.

De IRA, het eveneens verboden Iers Republikeinse Leger, gaat er prat op dat haar aanslagen uitsluitend gericht zijn tegen strategische doelen: politie, Britse militairen, aannemers (degenen die voor de veiligheidsdiensten durven werken) en hun personeel, informanten en loyalistische voormannen. De IRA ziet de slachting die haar tactieken onder burgers aanrichten (de aanslag op een dodenherdenking in Enniskillen, die op een winkelstraat in Warrington bij Manchester) als een treurige bijkomstigheid van de oorlog die zij voert tegen de Britse onderdrukker.

De toenemende professionalisering van de loyalistische terroristen valt samen met de groeiende vrees in de protestante gemeenschap in Noord-Ierland dat de regering in Londen op het punt staat te bezwijken voor het “pan-nationalistisch front” en accoord zal gaan met een oplossing, waarbij de provincie losgemaakt wordt uit de Unie (Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland) om deel te gaan uitmaken van de republiek Ierland, die dan weer het hele eiland zou bestrijken.

De Unionisten zien twee aanwijzingen dat het zover zou kunnen komen. Ze vrezen ten eerste het voortbestaan van het Anglo-Iers Accoord, een overeenkomst tussen Londen en Dublin, die de regering van de republiek een zekere inspraak geeft in de belangen van de nationalistische (katholieke) minderheid in Noord-Ierland. En dan is er het vredesinitiatief Hume-Adams, waarvan niemand nog de inhoud kent, maar dat volgens Unionistische politici voorziet in een terugtrekking van de Britse troepen op termijn en in een hereniging van Noord-Ierland met de republiek op een tevoren te bepalen datum over tien à twintig jaar.

De regering in Londen heeft altijd volgehouden dat ze niet onderhandelt met terroristen. Maar iedereen weet dat ze Gerry Adams en Martin McGuinness, voormannen van Sinn Fen, ooit voor geheime besprekingen naar Londen heeft gevlogen en de Unionisten wantrouwen sindsdien de hardheid van die belofte. Voortgezette initiatieven van Britse ministers voor Noord-Ierland om partijen - met uitzondering van Sinn Fen dat het geweld niet wilde afzweren - binnen de provincie om de tafel te krijgen, zijn de laatste jaren opnieuw verzand in “gesprekken over gesprekken”. Ondertussen nam het geweld toe.

In dat klimaat heeft John Hume, leider van de nationalistische, maar tegen geweld gekeerde Social Democrat and Labour Party (SDLP), zijn nek uitgestoken en contact gezocht met Gerry Adams. Dat die nek niet meteen is afgehakt is te danken aan het respect dat Hume allerwege - behalve bij de Unionisten - afdwingt. Hij wordt gezien als een onvermoeibaar strijder voor een vreedzame oplossing, welke obstakels er ook op zijn weg worden gelegd. Hume's pogingen zijn in Londen met meer skepsis dan in Dublin afgewacht. De uitkomst van de besprekingen is inmiddels gepresenteerd aan de regering van de republiek die gezegd heeft dat het Hume-Adams-document op onderdelen “potentiëel” heeft. In Londen heerst ijzig stilzwijgen: de regering is - officiëel althans - “niet op de hoogte van de inhoud van het plan”. Maar Hume zelf houdt vol dat zijn plan de kiemen voor een mogelijke oplossing in zich bergt en pleit ervoor dat het tenminste ernstig wordt overwogen, als het enige reële scenario om tenminste het geweld te doen ophouden.

Dat pleidooi is nu ernstig ondermijnd door de IRA-aanslag van zaterdag in Belfast en van dit weekeinde in Engeland. Hume betoonde zich vanmorgen vastbesloten om niet op te geven en Gerry Adams zei tegen de BBC - middels een acteur die zijn stem nasynchroniseerde omdat de Britse wet rechtstreeks gesproken woord van Sinn Fen-vertegenwoordigers via radio en televisie verbiedt - dat hij ervoor kan zorgen dat de IRA haar campagne van geweld opgeeft, op voorwaarde dat de regering in Londen “positief reageert” op het Hume-Adams initiatief. Hij gaf ook toe dat er geen excuses zijn voor de aanslag op Shankill Road, “wat de bedoelingen daarachter ook geweest zijn.”

    • Hieke Jippes