Zwart geld wordt wit via aandelenhandel

Onlangs ging de Amsterdamse commissionnair Nusse Brink failliet. Uit een rapport van het controlebureau van de beurs blijkt dat het bedrijf een belangrijke rol speelde bij het "witwassen' van zwart geld.

Om de paar maanden ging één van de directeuren van het effectenkantoor Nusse Brink naar het kantoor van een fiscaal adviseur aan de Blasiusstraat in Amsterdam. Aldaar aangekomen opende de directeur zijn koffertje en overhandigde aan de fiscalist Vestzak* een dik pakket van aan elkaar geniete effectennota's.

De nota's waren bestemd voor een cliënt van Nusse Brink, Wind*, die volgens een vertrouwelijk rapport van het controlebureau van de Amsterdamse effectenbeurs van 21 september dit jaar “een criminele achtergrond” heeft. Volgens bronnen bij justitie was Vestzak verbonden aan het syndicaat van Klaas Bruinsma. Deze Amsterdamse drugsbaron werd in 1991 op de parkeerplaats voor het Hilton Hotel in Amsterdam vermoord.

In zijn rapport stelt het controlebureau vast dat de nota's niet naar de cliënt werden gezonden, wat een zeer ongebruikelijke gang van zaken is in de effectenwereld. Het opsparen van nota's, die niet met de post werden verzonden, is één van de vele aanwijzingen voor de manier waarop bij Nusse Brink geld van een crimineel werd "witgewassen'. De gang van zaken heeft inmiddels de aandacht getrokken van Justitie dat de zaak onderzoekt.

Aan de tochten van de effectenhandelaar naar de Blasiusstraat kwam in augustus dit jaar voorlopig een eind, toen Nusse Brink failliet ging. De ondergang van de commissionair deed veel stof opwaaien op de Amsterdamse effectenbeurs door de schade die hieruit voortvloeide voor de bank MeesPierson, dochter van ABN Amro, en voor het premie-kantoor Van den Broek, onderdeel van James Capel, die allebei zaken deden met Nusse Brink. MeesPierson is er 2,2 miljoen gulden bij ingeschoten, James Capel 4,8 miljoen gulden. James Capel trachtte vergeefs om de schade te verhalen op het garantiefonds van de beurs en zint na de afwijzing op juridische stappen. MeesPierson heeft tot nu toe zijn kruit droog gehouden, maar studeert eveneens op eventuele juridische claims.

Enkele weken vóór de geruchtmakende déconfiture van Nusse Brink, op 22 juli, had het beursbestuur het controlebureau opdracht gegeven een onderzoek te verrichten bij de commissionair. De bevindingen van het bureau, die op 21 september in een vertrouwelijke rapportage zijn vastgelegd, geven een onthullend beeld van de gang van zaken bij Nusse Brink. In de laatste maanden voor de ondergang was er bij Nusse Brink onder meer sprake van een financiële en administratieve chaos, waarbij het beurstoezicht al dan niet opzettelijk verkeerd werd voorgelicht en beursregels met voeten werden getreden. In de conclusies van het controlebureau is dan ook onder meer sprake van “verduistering” en “onjuiste informatie”.

De bewogen laatste maanden vormden een passend sluitstuk van een roerige periode, waarin Nusse Brink de aandacht had weten te trekken met een riskante wijze van zakendoen. Nadat Robert Nusse (51) en Erik Brink (27) in 1989 met slaande ruzie waren opgestapt bij het effectenkantoor Keijser & Co, richtten zij in oktober van dat jaar gezamenlijk Nusse Brink Commissionairs op. Een derde directeurspost kwamen in handen van de boekhouder Hermanus Misdorp, die op verzoek van het beursbestuur optrad als begeleider van de jeugdige Brink (toen nog 23 jaar).

Vanaf de oprichting groeide Nusse Brink als kool, vooral doordat de commissionairs zowel voor cliënten als voor zichzelf met redelijk succes speculeerden op koersdalingen. Zo wist het kantoor 600.000 gulden te verdienen aan de ondergang van truckfabrikant Daf door begin dit jaar op termijn aandelen Daf te verkopen zonder deze te bezitten: daarvoor werden kort voor het faillissement van Daf bij MeesPierson 100.000 put-opties (deze geven het recht om stukken te verkopen) en nog eens 100.000 call-opties "geschreven' (dit verplicht iemand om stukken te leveren). Het cliëntenbestand werd intussen uitgebreid en Nusse Brink mocht zich verheugen in de klandizie van vermogende particulieren als slachterij-tycoon De Kroes van De Vleeschmeesters en Hugo Heerema, een van de vier Heerema-broers die twee jaar geleden door de vijfde broer Pieter werden uitgekocht bij het gelijknamige off shore-concern.

De specialiteit van het huis was het innemen van zogeheten baisse-posities, waarbij een belegger speculeert op het dalen van de koers van een bepaald aandeel. Een belegger verkoopt daarbij op termijn aandelen zonder deze te bezitten in de hoop de stukken later voor een lagere koers te kunnen inkopen. Nusse Brink zat permanent voor tientallen miljoenen guldens "short'. Volgens het controlebureau bedroeg de waarde van de aandelen waarmee veertien cliënten van Nusse Brink à la baisse speculeerden (onder meer 127.500 stukken DSM, 99.300 Akzo en 78.000 Philips) op 2 augustus dit jaar in totaal 50,8 miljoen gulden. Deze manier van beleggen is bijzonder riskant, doordat koersstijgingen - in plaats van de verwachte koersdalingen - de verliezen ongelimiteerd kunnen opjagen. Deze riskante maar ook zeer lucratieve wijze van zakendoen oefende een sterke aantrekkingskracht uit op criminele cliënten, die met baisse-transacties hun illegaal verdiende geld kunnen "witwassen'.

Pag.16: Koersstijgingen legden de witwasmachine stil

In 1989 kwam een van de directeuren van Nusse Brink in contact met Wind, die zich later zou ontwikkelen tot de op één-na-grootste cliënt. De samenwerking kwam tot stand via de fiscaal adviseur Vestzak, die in Amsterdam ook een bemiddelingsbureautje voor onroerend goed heeft. Deze Vestzak had volgens bronnen bij justitie contacten met het drugssyndicaat van Klaas Bruinsma, die in 1991 op de parkeerplaats voor het Hilton Hotel in Amsterdam werd vermoord. Het contact met Wind was niet toevallig, want Vestzak verzorgde ook de salarisadministratie van Nusse Brink in zijn kantoor aan de Blasiusstraat.

Op 13 november 1989, ruim twee weken na de officiële oprichting van het effectenkantoor, tekende één van de directeuren op het kantoor van Vestzak een volmacht voor de rekening van Wind bij de Kas Ass. De Kas Ass, waarin de Amsterdamse effectenbeurs een belang heeft van 60 procent, is de bank voor kleinere commissionairs die niet zelf (effecten)rekeningen voor cliënten mogen aanhouden.

De ongewoon vergaande volmacht gaf een van directeuren van Nusse Brink praktisch de vrije hand over de rekening van de cliënt met de volgens het beursrapport “criminele achtergrond”. Het controlebureau van de beurs omschrijft deze volmacht als “een in zeer ruime bewoordingen gestelde vrije handrekening”. Op de volmacht, die als bijlage bij het rapport van het controlebureau is gevoegd, staat tevens het rekeningnummer 22.28.12.001 van de cliënt met “criminele achtergrond” bij de Kas Ass. Het begincijfer 22 bewijst dat het inderdaad een Kas Ass-rekening betreft. Het cijfer 28 staat bij de Kas Ass voorts voor binnenlandse particuliere rekeningen.

Behalve met bovengenoemde cliënt Wind ondertekende dezelfde directeur van Nusse Brink op 26 oktober 1989 een volmacht met de grootste cliënt van het kantoor, van wie de identiteit in duisternis is gehuld. De fiscale adviseur Vestzak die deze Wind als cliënt aanbracht, bracht ook het op Jersey gevestigde Seacat (rekeningnummer bij de Kas Ass: 22.30.12.572) en Nusse Brink samen. Het Kanaaleiland Jersey staat bekend als een belastingparadijs, waar veel ondernemingen een "brievenbusmaatschappij' opzetten om de fiscus te ontlopen. Seacat was tevens de grootste klant van Nusse Brink. Seacat nam volgens het beursrapport op 2 augustus dit jaar met een actueel bedrag aan baisse-posities van bijna 33,5 miljoen gulden meer dan zestig procent van het totaal (50,8 miljoen) voor zijn rekening.

Nusse Brink nam het witwassen van het geld van cliënt Wind vanaf 1989 voortvarend ter hand. De afgelopen vier jaar verrichtte het effectenhuis honderden transacties voor Wind op basis van de vergaande volmacht, bij elkaar voor enkele miljoenen guldens. Het ging daarbij vooral om baisse-transacties, die meer dan normale effectentransacties geschikt zijn om geld "wit te wassen'. Bij speculeren à la baisse gaat het immers om "papieren transacties', die gedurende enige tijd aan het oog onttrokken kunnen worden. Wie aandelen koopt krijgt deze rechtstreeks via het automatische orderverwerkingssysteem van de beurs (clearing and settlement) aangeleverd. Wie stukken verkoopt wordt via het zelfde systeem van zijn aandelen afgeholpen. Wie echter op termijn stukken verkoopt zonder deze te bezitten - en dus een baisse-transactie verricht - krijgt alleen een papiertje met een leveringsverplichting zonder dat een onmiddellijke verwerking hoeft plaats te vinden.

Volgens ingewijden verliep het witwassen als volgt. De directie verkocht bijvoorbeeld op een gegeven moment 5000 aandelen in fonds X voor 20 gulden per stuk zonder deze te hebben. Met aftrek van 1000 gulden commissie (voor de commissionair Nusse Brink) zou dit op termijn 99.000 gulden opleveren. Twee dagen later was de koers van X gedaald tot 18 gulden, zodat de aandelen die moesten worden geleverd inclusief de 1000 gulden aan commissie 91.000 gulden kostten. De winst bedroeg dan 8000 gulden aan wit geld. Het bewijs voor de fiscus waren de verkoopnota en de aankoopnota, die aan elkaar werden geniet. Dit resulteerde in de praktijk in een flinke stapel nota's met transactie-winsten.

De commissionair Nusse Brink maakte langs het officiële kanaal de bij elkaar gespaarde winsten over op het rekeningnummer van Wind bij de Kas Ass. Tegelijkertijd betaalde Wind met contant zwart geld voor de nota's, waarmee de winsten op de Kas Ass-rekening konden worden gerechtvaardigd. De transactie-winsten die in de aan elkaar geniete nota's waren vastgelegd, werden op deze manier in feite "verkocht' aan de criminele cliënt. Het criminele geld was zo legaal geworden op een rekening van de Kas Ass en kon worden gebruikt voor de gebruikelijke beurstransacties, waarvoor de directeur ook een volmacht had.

De nota's werden opgespaard en soms door Wind persoonlijk opgehaald en soms door één van de directeuren gebracht naar het kantoor van fiscalist Vestzak aan de Blasiusstraat in Amsterdam. Dat gebeurde vijf, zes keer per jaar. Dat nota's niet naar de cliënt worden gezonden, maar persoonlijk worden opgehaald is zeer ongebruikelijk in de effectenwereld. Het controlebureau constateert in zijn rapport dat in ieder geval bij Wind voor de baisse-transacties “de nota's niet (...) naar de cliënt werden gezonden”.

Als de betrokken directeur van Nusse Brink de nota's afleverde kreeg hij een grote envelop met cash geld ter waarde van de transactiewinsten plus mogelijk een vergoeding voor de bewezen diensten. De vraag is wat de directeur deed met het zwarte geld waarvan hij zelf nu de herkomst niet kon verklaren. In ieder geval werd een flink gedeelte van dat geld 's ochtends op de rekening van het geheimzinnige Seacat bij de Kas Ass gestort. Volgens betrokkenen werd de Seacat-rekening door Nusse Brink onder meer gebruikt om verliesgevende transacties af te dekken.

Uit het rapport van het controlebureau blijkt dat de speurhonden van de beurs zeer geïnteresseerd zijn in het geheimzinnige Seacat. “Het vermoeden bestaat dat het gaat om een vennootschap waarin de heer Nusse (een van de directeuren van Nusse Brink, red.) een belang in heeft. Nusse weigert desgevraagd deze aandeelhouders aan het controlebureau bekend te maken”, zo valt te lezen in de rapportage van het controlebureau. Het bureau slaagde er niet in de identiteit van de aandeelhouders van Seacat te achterhalen.

De enorme koersstijgingen op de Amsterdamse effectenbeurs deze zomer deden de baissier-avonturiers van Nusse Brink uiteindelijk de das om en legden daarmee ook de witwasmachine stil. Om de omvang van de katastrofe van een beurs-hausse te beperken is het bij baisse-transacties gebruikelijk om de stukken te lenen bij een effectenhuis. In ruil daarvoor wordt bij de lener een bedrag gestort, dat overeenkomt met 105 procent van de waarde van de geleende aandelen. Wanneer de koersen stijgen moeten de baisse-cliënten dat bedrag aanvullen tot opnieuw 105 procent van de nieuwe waarde van de geleende stukken: de zogeheten margin-verplichting. Bij de zomerhausse zijn volgens het controlebureau “de extra margin-vereisten, die vereist zijn bij baisse-transacties, door de cliënten (van Nusse Brink, red.) vrijwel nooit gestort”.

Het premie- en effectenkantoor Van den Broek en de bank MeesPierson, bij wie Nusse Brink de transacties deels had afgedekt, zijn daardoor volgens het controlebureau “ernstig gedupeerd”. Bij MeesPierson had Nusse Brink voor 17,7 miljoen gulden aan stukken geleend, waarvoor slechts een waarborg van 14,7 miljoen gulden bestond. De constructie met Van den Broek was ingewikkelder, maar betrof kort gezegd een premie-overeenkomst waarbij Nusse Brink stukken kocht van Van den Broek zonder deze te betalen en met de afspraak deze later weer terug te verkopen. Het ging hierbij in totaal om een bedrag 25,4 miljoen gulden, dat voor 20,6 miljoen gulden was gedekt.

Toen de koersen begin juni fors omhoog gingen, vroeg Van den Broek volgens het controlebureau geen aanvullende zekerheden. Pas half juli kwam Nusse Brink na “een aantal herinneringen van vdB (Van den Broek, red.)” over de brug met 100.000 aandelen van het Amerikaanse bedrijf MSR, ter waarde van 140.000 gulden, die eigendom waren van Seacat. MeesPierson dat later zou verklaren Nusse Brink “verscheidene malen” te hebben gemaand tot bijstorten, kreeg als onderpand een dollarobligatie ter waarde van 850.000 gulden. Deze lening was geen eigendom van Nusse Brink, maar van het in Liechtenstein gevestigde Eckavit - een firma van de Belg Joseph Nuyens, die in Nashville, Tennessee woont.

In die periode heeft Nusse Brink volgens het controlebureau “onvoldoende maatregelen genomen om meer zekerheden te laten storten” door veertien cliënten. Het gevolg van het gebrek aan bijstortingen was dat de baissiers op 2 augustus voor 43,7 miljoen gulden aandelen moesten verkopen die inmiddels 50,7 miljoen gulden waard waren: een verlies van 7 miljoen gulden.

Om het kantoor overeind te houden ondernam Nusse Brink in juli een wanhoopspoging om geld los te weken bij de cliënten. Ook Wind werd gevraagd om zijn tekorten bij te storten, maar die ontstak in grote woede toen hij vernam dat er nog baisse-posities op zijn naam stonden. In maart van dit jaar zou Wind mondeling de schriftelijk afgegeven volmacht hebben ingetrokken. “Een gedeelte van de affaires die werden verricht voor rekening van cliënten, op grond van volmachten, wordt door deze cliënten betwist”, merkt het controlebureau hierover op. Wind vond om die reden, dat Nusse Brink voor het tekort moest opdraaien en wilde alleen een lening verstrekken om een faillissement af te wenden.

Uit het rapport van het controlebureau blijkt dat Wind voor een ongebruikelijke argumentatie koos: “Twee directeuren, dhr. Nusse en dhr. Brink, zijn bedreigd door deze cliënt. Dhr. Nusse heeft een schuldbekentenis aan deze cliënt van fl. 1,7 miljoen, ter zake van het uitvoeren van niet overeengekomen transacties, naar hij zegt onder dwang, getekend. Dhr. Brink heeft eveneens een overeenkomstige schuldbekentenis ter tekening voorgelegd gekregen, doch, mede op advies van zijn juridische adviseur, niet ondertekend”.

Ondanks de financiële injectie van Wind glijdt Nusse Brink vanaf eind juli dit jaar reddeloos de afgrond in. Het controlebureau licht op 2 augustus al - een week na aanvang van het onderzoek - de Commissie van Gedelegeerden (CvG), het dagelijks bestuur van de beurs, in over de penibele financiële situatie bij het effectenkantoor. Een dag later wordt de directie van Nusse Brink op het matje geroepen bij bestuursvoorzitter drs. B.F. baron van Ittersum en wordt Nusse Brink onder curatele gesteld van H.W. ter Beest, hoofd controlebureau, en van toezichthouder Harbrink Numan. Een dag later constateert het controlebureau al dat er sprake is van een “onoverbrugbaar liquiditeits- en solvabiliteitstekort”. Tegelijkertijd begint MeesPierson aandelen in te kopen en financiert dit gedeeltelijk door de verkoop van de in onderpand gegeven dollarlening van Eckavit, waarmee het verlies uiteindelijk wordt beperkt van 3 miljoen tot 2,2 miljoen gulden. Op 5 augustus dit jaar wordt Nusse Brink geschorst als beurslid tot 13 augustus. Bijna een week later liquideert de effectenclearing de aanwezige short-posities (omvang 7,5 miljoen gulden) en schiet daarbij 100.000 gulden in aan koersverschillen en commissies. Op 13 augustus wordt het beurslidmaatschap voorgoed ingetrokken en op 17 augustus valt definitief het doek met het uitspreken van het faillissement van Nusse Brink.

Wat rest van Nusse Brink Commissionairs is een puinhoop. Behalve James Capel en MeesPierson, beraden ook anderen zich op juridische claims. De Amsterdamse effectenbeurs, de Vereniging voor de Effectenhandel, de effectenclearing en Nuyens zijn tegen de directieleden van Nusse Brink een bodemprocedure begonnen om gezamenlijk 1,2 miljoen gulden terug te krijgen en hebben op 13 augustus beslag laten leggen op de bezittingen. De beurs en de vereniging hebben nog een openstaande rekening voor telefoonkosten en de huur van de nis op de beursvloer, terwijl de effectenclearing de kosten van het het liquideren terug wil (100.000 gulden). De grootste schuldeiser, Joseph Nuyens (850.000 gulden) die naar verluidt een platenstudio in Nashville beheert, weigert overigens elk commentaar.

Het woord is nu aan andere betrokkenen. Aan de beursvoorzitter, aan wie het controlebureau rapporteert. Aan curator Schimmelpennick, die zich moet uitspreken over de kwestie dat bij sommige cliënten (onder wie Wind) ten onrechte zou zijn gehandeld op basis van een volmacht. Aan het fraude-bureau van de Amsterdamse politie en de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) die volgens de officiële versie onderzoek doen naar “valsheid in geschrifte” “verduistering”, maar officieus de witwaspraktijken van het kantoor onder de loep nemen.

* De namen van de betrokkenen zijn evenals die van de directeur van Nusse Brink bekend bij de redactie. Om redenen van privacy zijn de namen gefingeerd of weggelaten.