"Westen steeds meer afhankelijk van Opec'

DEN HAAG, 23 OKT. Het Haagse Congresgebouw was de afgelopen week het domein van geologen, de wetenschappers die kilometers diep in de aarde kunnen kijken, structuren en breukvlakken daarin aantreffen en aan de hand van miljoenen seismische gegevens vaststellen waar de bodemschatten zich bevinden.

De 1.300 vakgenoten op het internationale congres van de American Association of Petroleum Geologists (AAPG) die er bijeenwaren, ging het vooral om eens bij te praten over hun speurtocht naar fossiele brandstoffen. Daarbij schuwen ze geen detail. In deelcongressen werd van alles over aardlagen en gasbellen, kolenaders en olievelden, ontstaan tussen honderden tot enkele miljoenen jaren terug, aan de oppervlakte gebracht. De eigenschappen van het "Rotliegendes' zandgesteente in Noord-Nederland, waarin onze gasrijkdom diep ondergronds ligt opgeslagen, tot zompige stroken langs de oevers van de Venezolaanse Corinoco waar zware olie praktisch voor het opscheppen ligt. Rijke energie-bekkens die ontstaan zijn in tijdperken als Trias en Carboon passeerden de revue, en zelfs de wereld van de dinosaurussen in vroeg en laat Jura, toen gasbellen ontstonden die zich in de loop der eeuwen in de ondergrond verplaatsten.

“Ondanks al het succes dat is geboekt met andere energiebronnen, is het nog steeds zo dat in gebieden in de wereld waar olie in grote hoeveelheden makkelijk en goedkoop te winnen is, een enorme macht is geconcentreerd”, zegt dr. C.D. Masters, senior-geoloog van de AAPG. “Ogenschijnlijk is een kartel als OPEC nu geen bedreiging meer voor de Westerse energievoorziening. Dat uit zich in overproduktie van olie en een ongezond lage prijs. Maar ik waarschuw dat dat snel kan veranderen. Over slechts 17 jaar is het Westen voor meer dan 50 procent van zijn energievoorziening afhankelijk van het Midden-Oosten, en dat groeit daarna tot 70 procent. Dat creëert een enorm gevaarlijke monopoliepositie.”

Andere werelddelen hebben zich in de loop van honderden eeuwen verplaatst over de wereldbol, maar de Golfregio met het mediterrane gebied hebben altijd dichtbij de evenaar gelegen, waar klimaat en andere natuurlijke omstandigheden zorgden voor de vorming van veel fossiele verbindingen, legt Masters uit. “Wij verwachten stellig dat er nooit meer zo'n rijk oliebekken wordt gevonden. Onze rol als geologen is om de olieconcerns en de politici te adviseren. Hoe ze kunnen voorkomen dat die rijkdom de welvaartsontwikkeling in de rest van de wereld gaat bepalen is een keuze die zij moeten maken. Maar persoonlijk geloof ik dat het Westen zich te weer moet stellen door meer eigen bronnen te ontwikkelen, want een Arabische macht kan zich alleen voordoen als er een markt is voor haar olie.”

Met lede ogen ziet Masters aan hoe zijn eigen land, de Verenigde Staten, in toenemende mate afhankelijk is geworden van olie-import en er in Californië en Texas aan de lopende band oliebronnen worden gesloten omdat er geen droog brood meer met de winning is te verdienen. “Amerika is verwend geraakt met goedkope olie uit het Midden-Oosten. De benzine is bij ons veel te goedkoop, als men de moed had accijns te heffen, zoals hier in Europa, zou er veel zuiniger met brandstof worden omgesprongen, wordt het milieu ontzien, onze eigen oliewinning gestimuleerd en smelten de verstikkende overheidstekorten weg.”

Nog zeker 60 jaar kan de wereld met de huidige voorraden haar oliedorst stillen, verwacht Masters, en bij een toenemend gebruik van aardgas en kolen kan die periode aanzienlijk langer worden, voorspelt hij. Bij hogere energieprijzen, die pas na de eeuwwisseling worden verwacht, kan er veel meer geld gestopt worden in nieuwe technieken die nu al beschikbaar zijn om kolen schoner te verstoken, en dure aardgasleidingen naar veraf gelegen gebieden aan te leggen.

Van de totale ontdekte olievoorraden bevindt zich 68 procent in het Midden-Oosten, 23 procent in noordelijke gebieden, 4 procent in het zuiden en 5 procent in het Verre Oosten en de Pacific. Uitgaande van het huidige produktieniveau in Noord-Amerika en Europa zijn de olievoorraden daar over 15 jaar grotendeels uitgeput en neemt de afhankelijkheid van de Golfregio dus sterk toe. Volgens Masters biedt Oost-Europa een interessante uitwijkmogelijkheid voor de eerstvolgende decennia, “maar we geloven niet dat daar een enorm potentieel zoals in het Midden-Oosten aanwezig is, en op de korte termijn vormen de hoge kosten voor exploratie en produktie in Oost-Europa een barrière. Dat houdt vooral verband met de lage energieprijzen.” Grote voorzichtigheid is zijn advies bij de juichverhalen die in de oliewereld de ronde doen over China. “De Chinezen nodigen Westerse oliemaatschappijen nu alleen uit om hun slechtste gebieden in het noord-westen te onderzoeken, het centrale deel houden ze voor zichzelf. Wij geloven niet in een groot exportpotentieel voor China.”

De cijfers die Masters noemt over de olievoorraden in de wereld zijn veel hoger dan de “conservatieve” ramingen die elk jaar worden gepubliceerd in het gezaghebbende Statistical Review van British Petroleum. BP raamt de aangetoonde voorraden op ruim 1.010 miljard vaten, maar Masters komt op 1.600 miljard uit. “Dat komt door de verschillende definities die worden gehanteerd: bewezen, aangetoonde en mogelijke reserves. Voor Rusland en het Midden-Oosten, bijvoorbeeld, hanteert BP niet de bewezen reserves, maar een tamelijk ruime raming van wat de autoriteiten er aanwezig achten. De aangetoonde reserves zijn alleen interessant voor banken en beleggers, die de oliemaatschappijen geld lenen. Wij pleiten voor getallen die wetenschappelijk zijn gefundeerd door geologisch onderzoek naar de werkelijke voorraden, zoals BP gebruikt voor het Westen. Daarop zou het beleid moeten worden gebaseerd.”

Masters noemt de enorme voorraden aan extra zware olie in Venezuela en in de Canadese teerzanden “het Midden-Oosten van het Westen”. “Daar zit tezamen een hoeveelheid van 600 miljard vaten, bijna net zoveel als in de Golfregio. Maar het betekent slechts in zekere zin een balans, want de winning, bewerking en raffinage is nog veel te duur. Ik verwacht dat er over een halve eeuw heel andere energiebronnen zijn ontwikkeld: waterstof en kernfusie om maar een paar mogelijkheden te noemen, en ik denk dat de zware olie en de teerzanden uiteindelijk gebruikt zullen worden voor voeding van de petro-chemische industrie.”