Vijf jaar Mug

Mug viert vandaag zijn vijfjarig bestaan. Maar veel reden voor het Amsterdamse Maandblad voor UitkeringsGerechtigden om dit feit luister bij te zetten is er niet. Bij de oprichting stelde Mug zich destijds ten doel ”de positie van uitkeringsgerechtigden te verbeteren'. De kloof tussen arm en rijk is inmiddels alleen maar breder geworden en oprichter Jan Bosman stelt cynisch vast dat zijn doelgroep groter wordt: “We hebben door Mug niemand de straat op gekregen. We zijn te soft geweest.”

Mug wordt gemaakt door uitkeringsgerechtigden, veelal werkloze academici. Ze schrijven het blad vol, redigeren teksten van medewerkers en verspreiden het - gratis - maandblad zelf. Met behoud van uitkering.

In een rommelig met straatmeubilair ingericht gebouw in de Amsterdamse Jordaan is de redactie bijeen. Zeven mannen en drie vrouwen, de meesten rond de dertig. Bosman is de nestor van het gezelschap. Hij is voortdurend aan het woord, valt in de rede, krijgt de lachers op zijn hand. Fotograaf Sake Rijpema vindt dat Mug, naar aanleiding van de harde bezuinigingsplannen, een forumdiscussie moet organiseren. Bosman: “We zijn toch geen platform.” Sake vindt dat Mug op z'n minst de lezers tot actievoeren moet oproepen. Bosman: “Okee, dáár voel ik wel wat voor. Iets in de geest van ”fuck the system, pak ze'!” Bosman: “Ik heb al eerder voorgesteld om de sociale dienst te bezetten. Desnoods met geweld. Het werd weggehoond, maar het is de enige kans dat je wordt gehoord.” “En vervolgd”, voegt redacteur Bert Vink eraan toe. Bosman reageert laconiek: “Wat maakt dat nou uit! Dan gaan we toch een maandje brommen met z'n allen. We hebben toch niets te doen.”

Toen Bosman in 1988 met de Amsterdamse Mug begon, waren soortgelijke projecten in Den Haag en Rotterdam al vastgelopen. Hij besloot het allemaal heel anders aan te pakken. Er werd een Stichting ter Bevordering van de Belangen van Uitkeringsgerechtigden (BBU) opgericht, waarvoor Bosman de statuten opstelde. Voor de organisatie van de redactie kwam hij uit op een produktie-collectief, waarin iedere medewerker een gelijke stem zou krijgen, zonder hiërarchie van bovenaf. De gemeente Amsterdam zegde een jaarlijkse subsidie van 125.000 gulden toe, ruim tweederde van de begroting.

Bosman (63) ging na zijn diensttijd in de luchtmacht, zette een bedrijf op en ging failliet. Om zijn gezin te onderhouden pleegde hij een bankoverval. Na een gevangenisstraf van drieëneenhalf jaar - zijn hang naar veel geld inmiddels over - nam hij zich voor ”het allemaal te veranderen'.

In 1978 belandde hij met een uitkering in Amsterdam. Op zoek naar een betaalbare woning liep hij tegen kraakgroep De Pijp aan en stortte hij zich volledig in de kraakbeweging. Na de rellen bij de inhuldiging van Beatrix stelden met name krakers uit de Staatsliedenbuurt zich steeds extremer op en ook Bosman ontkwam niet aan de jacht van de tweede generatie krakers op de ”bonzen' van het eerste uur. Hij haakte af. Maar gebruik van geweld keurt hij nog steeds niet af. Bosman: “Als je geslagen wordt sla je terug. RaRa wordt serieus genomen omdat ze radicaal zijn. Ik ondersteun hun uitgangspunten en methodes, zolang er maar geen doden vallen.”

In 1988 richtte hij Mug op. In het lustrum-oktobernummer blikt hij terug: “We gingen er vanuit dat het anarchistische karakter de juiste mensen zou aantrekken: capabele mensen met politieke ideeën en visies.”

Maar het ”anarchistische karakter' van Bosman botst met de gematigde geest van goede bedoelingen die nu door het redactielokaal waart. Afgelopen zomer zakte hem de moed in de schoenen. Na de aanslag op het ministerie van sociale zaken publiceerde RaRa een integrale persverklaring in de radicaal-linkse bladen Konfrontatie en Nomen Nescio. Bosman vond dat ook Mug de verklaring moest plaatsen, in tegenstelling tot de rest van de redactie. Bosman: “Het was een uitgelezen kans om ons te profileren. Maar de krant was zogenaamd vol. De benepenheid! Sommige redacteuren zijn zo soft als het maar kan.”

De besluitvormingsstructuur van het collectief breekt uiteindelijk de bedenker zelf op. Bosman: “Als ik hoofdredacteur was geweest had ik gezegd: het mot erin, klaar uit. Willen we dat er naar ons geluisterd wordt, dan moet de structuur radicaal veranderen. Het collectief was mooi om mee te beginnen. We moeten nu naar een hiërarchische structuur.”

    • Tijn Sadée