Veel infecties HIV bij junks uit Suriname

AMSTERDAM, 23 OKT. Het aantal heteroseksuele, niet spuitende druggebruikers van Surinaamse of en Antilliaanse afkomst dat met het aidsvirus (HIV) is geïnfecteerd blijkt in Amsterdam verontrustend hoog. Dat stellen onderzoekers van de Amsterdamse GG en GD in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Het onderzoek werd vorig jaar gedaan.

Volgens recente schattingen is achttien procent van de druggebruikers in Amsterdam van Surinaamse of Antilliaanse komaf. In tegenstelling tot andere druggebruikers blijken Surinamers of Antillianen niet vaak te spuiten. Slechts 15 procent van de deelnemers injecteert drugs. Over het algemeen wordt aangenomen dat een derde van de druggebruikers injecteert.

Aan het onderzoek namen 198 druggebruikers deel, van wie 93 procent mannen. Twintig procent heeft geen vast onderdak. De meeste deelnemers gebruiken gemiddeld veertien jaar. In het laatste half jaar gebruikte 98 procent heroïne, 59 procent snoof cocaïne en 73 procent rookte crack. De voorgaande zes maanden was 61 procent seksueel actief, 31 procent had een vaste partner. Van die vaste partners gebruikt 42 procent ook drugs. Een kwart van de deelnemers heeft losse of vaste seksuele contacten met spuitende verslaafden. Van de ondervraagden zegt tien procent altijd condooms te gebruiken bij seksuele contacten met vaste partners, 49 procent gebruikt geen condoom bij seksueel contact met losse partners. Vier mannelijke ondervraagden zeiden zich in het homoseksuele circuit te prostitueren.

Het vóórkomen van HIV onder spuitende Surinaamse en Antilliaanse gebruikers lijkt niet af te wijken van de situatie bij andere gebruikers. Onder niet spuitende druggebruikers van Surinaamse of Antilliaanse afkomst blijkt echter 4,8 procent seropositief. Het is de onderzoekers echter niet duidelijk wat daarvan de oorzaak kan zijn. “Niet helemaal uit te sluiten valt dat ze toch hebben gespoten of toch homoseksueel actief zijn geweest. Het feit dat een groot aantal hepatitis B heeft gehad wijst daar op”, stelt één van de onderzoekers, professor dr. R.A. Coutinho.

Zij wijzen er op dat de kans op verdere verspreiding onder heteroseksuelen duidelijk aanwezig is: de ondervraagden rapporteerden met elkaar 400 verschillende partners in de voorgaande zes maanden. Van deze heteroseksueel actieven waren er tien geïnfecteerd. Geen van deze geïnfecteerden wist dat hij of zij seropositief was. Vier van die tien vertelden niet altijd een condoom te grbuiken.

Het percentage geïnfecteerden in deze groep ligt beduidend hoger dan in andere groepen niet spuitende, heteroseksuele druggebruikers. Tussen 1985 en 1992 bleek geen van de 157 ondervraagde hereroseksuele, niet spuitende druggebruikers seropositief.

Coutinho meent dat voorlichtingscampagnes voor preventie bij deze groep met kracht ter hand moeten worden genomen. “In de VS - hoewel maar deels vergelijkbaar met de Nederlandse situatie - zie je ook dat in binnensteden zwarte heteroseksuele groepen, die zich vlakbij druggebruikers ophouden een sterk verhoogd risco op infectie hebben. Ik ben bang dat zoiets ook in Amsterdam aan de hand is.”