Themapark over prehistorie, Romeinen en middeleeuwen met Pasen open; Archeon herbouwt het verdwenen verleden

ALPHEN AAN DE RIJN, 23 OKT. Nu is het nog een modderige bouwput waar hutten en huizen verrijzen, maar straks ploegen prehistorische boeren er hun akker om, strijden er Romeinse gladiatoren en brouwen middeleeuwse monniken er hun bier. Het archeologisch themapark Archeon in Alphen aan de Rijn wordt een wetenschappelijk verantwoord pretpark voor het hele gezin. Net voor pasen 1994 zal het opengaan.

Helemaal af is het dan nog niet, er wordt gewoon doorgebouwd. Maar dat is ook een van de attracties van het park. Bezoekers mogen meebouwen, zoals hun verre voorouders het deden, met primitieve gereedschappen en bouwmaterialen.

Het nieuwe openluchtmuseum wil een tijdperk uit de Nederlandse geschiedenis zichtbaar maken dat alleen uit opgravingen bekend is en waarvan geen complete gebouwen meer over zijn. Die periode begint zo'n 6000 jaar voor Christus en eindigt omstreeks het jaar 1350. Het zestig hectare grote terrein is in drie denkbeeldige taartpunten verdeeld: een prehistorisch, een Romeins en een middeleeuws deel. Prehistorische hutten en boerderijen, een grot van mammoetjagers, een Romeins en een middeleeuws stadje worden met hulp van wetenschappers op ware grootte gereconstrueerd.

“We bouwen het verdwenen verleden”, zegt dr. G.F. IJzereef, directeur Archeologie van Archeon en per 1 januari 1994 bijzonder hoogleraar in de experimentele en educatieve archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Wij willen laten zien hoe de gebouwen waarvan we alleen de resten kennen, er ooit nieuw uitzagen.”

Waar nodig zijn gegevens van verschillende opgravingen samengevoegd. In het Romeinse stadje Trajectum ad Rhenum stonden de thermen in Heerlen model voor het badhuis en werden het woonhuis, de herberg en het tempeltje gemaakt naar opgravingen in respectievelijk Voorburg, Nijmegen en Cuijk. Alle reconstructieplannen zijn voorgelegd aan archeologen die aan de betrokken opgravingen hebben meegewerkt.

Bordjes met teksten worden tot een minimum beperkt. Wie uitleg wil, kan terecht bij de "archeotolken', medewerkers in oorspronkelijke kledij die leven en werken als in het verleden. Sommigen zijn afkomstig van het straattoneel, anderen zijn geselecteerd op hun beroep. De middeleeuwse kapper knipt echt en in het prehistorisch deel worden boten van boomstammen vervaardigd met zelf gemaakte stenen bijlen.

Ook hieraan kan het publiek meedoen. Voor bezoekers is bovendien een "echte' opgraving nagemaakt met originele scherven en puin waarin ze leren hoe archeologen aan hun gegevens komen. Na gedane arbeid staat, tegen betaling, het romeinse badhuis open voor een sauna en kan in de herberg worden gegeten volgens oud recept, uit gereconstrueerde potten en pannen.

Het voormalige Holland-paviljoen van de wereldtentoonstelling in Sevilla doet, als baken van de moderne tijd, dienst als entreehal. Bezoekers maken er een reis door de tijd, vanaf de "oerknal' tot het heden, met als een van de trekpleisters een bewegende tyrannosaurus rex van 5 bij 14 meter.

In het park zijn heuvels opgeworpen en nieuwe waterwegen aangelegd. Ook de vegetatie wordt aangepast, vertelt archeologe drs. J.B. Geerlink, hoofd marketing en pr. Op het terrein zijn 30.000 bomen geplant die over enkele jaren voor de bosrijke omgeving van weleer moeten zorgen. “Het is natuurlijk niet mogelijk de situatie van vroeger precies terug te krijgen. We hebben in het romeinse deel kastanjebomen neergezet, omdat de Romeinen die hebben geïntroduceerd in hun steden. En we hebben oude huisdierenrassen gevonden, zoals Soay-schapen. Die zijn door de Vikingen achtergelaten op een Schots eiland en lijken op de schapen uit onze IJzertijd.”

De bouwkosten bedragen 69 miljoen gulden. Daarvan is 57 miljoen bij de bank geleend. Verder is er subsidie van de gemeente, de provincie en de ministeries van Economische Zaken en WVC. In totaal zullen er straks 100 tot 120 mensen in dienst zijn, exclusief de horecagelegenheden. Volgens een marktonderzoek is er belangstelling voor zo'n populair-wetenschappelijk openluchtmuseum. Het eerste jaar verwacht Archeon volgens Geerlink 650.000 tot 700.000 bezoekers. Het onderzoek voorspelt zelfs een toeloop van 800.000 tot een miljoen per jaar. Naast de recette moeten de inkomsten ook komen van de horecavoorzieningen en de entreehal die al deels te huur zijn voor feesten, partijen en congressen.

Het park biedt ook gelegenheid voor educatie en onderzoek. Studenten kunnen er terecht voor praktijkonderzoek. Het "educatief erf' wordt al sinds mei gebruikt door schoolklassen en andere groepen die onder deskundige begeleiding enkele dagen kunnen leven in een prehistorische boerderij. Overdag verzorgen ze het vee en bakken brood boven een houtvuur, 's nachts slapen ze op stro tot het ochtendlicht door de ramen van geitehuid binnendringt.

Aan Archeon wordt onder andere meegewerkt door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en het Instituut voor pre- en protohistorie van de Universiteit van Amsterdam. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft met zijn pas geopende afdeling Archeologie in Nederland rekening gehouden met de komst van het park. Wat het museum op kleine schaal presenteert, is in het park op ware grootte te zien.

De voorbereidingen voor Archeon zijn al in 1978 begonnen. Het idee is oorspronkelijk van een amateurarcheoloog die enthousiast was geraakt door een prehistorisch park in Denemarken. Hij wendde zich tot de ROB, die een werkgroep samenstelde. Het idee breidde zich vervolgens uit tot de hele verdwenen geschiedenis van ons land.

IJzereef, toen nog zoö-archeoloog bij de ROB, werd enkele jaren vrijgesteld om het project op te zetten, maar is inmiddels full-time Archeon-directeur. “Een jongensdroom die werkelijkheid wordt,” zegt hij terwijl hij door de modder naar een prehistorische hut waadt. “Een park dat drie perioden uit de geschiedenis combineert bestaat in de hele wereld niet.” Zijn vakgenoten stonden eerst sceptisch tegenover het plan. “Het heeft heel lang geduurd voor het lachen uit wetenschappelijke hoek verstomde. Men vond het zonde van het geld. Ze vonden dat je het beter aan opgravingen kon uitgeven. Maar voor opgravingen krijg je nooit zoveel geld bij elkaar. Hier ziet men iets in.”

De oprichters hopen met het park een groter publiek voor archeologie te interesseren. De verwachting is dat men dan ook sneller geneigd zal geld te geven voor opgravingen. IJzereef: “Astronomen hebben veel voor een breed publiek gedaan en daarom is sterrenkunde zo populair. In Nederland worden op tientallen plekken interessante opgravingen gedaan, maar het duurt altijd lang voor die bekendheid krijgen.”

Sommige archeologen zijn bang dat de reconstructies niet wetenschappelijk genoeg zijn. “Wetenschappers zijn nu eenmaal geneigd hun conclusies met "misschien' en "waarschijnlijk' te omkleden,” zegt directeur dr. G.J. Verwers van het Rijksmuseum van Oudheden, die in het stichtingsbestuur van Archeon zit. “Hier moesten we keuzes maken. We denken op grond van interdisciplinair onderzoek dat gebouwen er op een bepaalde manier hebben uitgezien en zo voeren we ze uit. Maar het kan best zijn dat de wetenschap onze hypothesen later achterhaalt en we bepaalde reconstructies moeten aanpassen.”

    • Gerda Telgenhof