Royale tentoonstelling voor fotogenieke Haasse

Ik maak kenbaar wat bestond. Leven en werk van Hella Haasse. Tentoonstelling Letterkundig Museum, Prinses Irenepad 10, Den Haag, t/m 24 april 1994. Schrijversprentenboek ƒ39,90

Hella Haasse is au fond een Indische schrijfster, zei Rudy Kousbroek vrijdagmiddag bij de opening van de aan Hella Haasse gewijde tentoonstelling in het Letterkundig Museum in Den Haag, getiteld Ik maak kenbaar wat bestond. Daarmee bedoelde hij niet dat zij uitsluitend boeken schrijft die op een of andere manier met Indonesië te maken hebben: “het Indische van een schrijver of schrijfster zit niet in het onderwerp maar in de manier van schrijven zelf.” Iedereen die zijn of haar jeugd in Indonesië heeft doorgebracht, kent een geheime plek en herkent de titel De verborgen bron, zoals een boek van Haasse heet, dat niet in Indonesië speelt, maar waarin zich het "groene behang' van de tropische natuur laat terugvinden.

Hij verdedigde de schrijfster tegen critici die haar in het verleden die Indischheid hebben willen onthouden, omdat zij niet het juiste Indische verleden zou hebben gehad; omdat zij te Hollands zou zijn geweest, of te rijk, of omdat zij de verkeerde vragen stelde. Hij pleitte voor een verscheidenheid aan Indische verledens, ieder het zijne, het ene niet echter dan het andere, en dat van Hella Haasse niet van een mindere soort dan dat van de, wel algemeen erkend Indische schrijver, Tjalie Robinson.

Zoiets is geen onbelangrijke kwestie, zei hij erbij. Wie Hella Haasse haar Indische achtergrond betwist doet haar pijn, alsof zij voor de tweede keer uit haar vaderland werd verbannen. Dat hij daar gelijk in had bleek uit de ontroerde reactie van de schrijfster die tranen weg moest slikken om hem te bedanken. “Je hebt iets uitgesproken en onder woorden gebracht dat me diep geraakt heeft,” zei ze.

De tentoonstelling werd ingericht ter gelegenheid van Haasse's vijfenzeventigste verjaardag. "Het bereiken van een mooie leeftijd van een geliefde schrijver' is altijd een goede aanleiding, zei Anton Korteweg, directeur van het Letterkundig Museum. Nu kan het nog, zei hij erbij, straks moet het museum verhuizen naar de plek waar het ooit begonnen is, een plek waar de tentoonstellingsruimte heel wat beperkter zal zijn. In haar dankwoord sprak Hella Haasse, voormalig bestuurslid van het museum, zich sterk uit tegen een dergelijke terugkeer naar "een vorige staat van zijn'.

Wat heeft Hella Haasse toch een mooi, lief en verstandig gezicht. Op de vele foto's die van haar te zien zijn in de Gerrit Borgerszaal, waar de royale tentoonstelling is ingericht, staat ze bijna onveranderlijk prachtig. “Wat een plaatje. Wat is ze fotogeniek,” hoorde je allerwege mompelen. Het is natuurlijk niet het belangrijkste, maar vervelend is het niet om iemand te zien naar wie men graag kijkt. Vanzelfsprekend zijn er niet alleen foto's te zien. De schrijfster zelf en ook allerlei instellingen en particulieren hebben manuscripten afgestaan, boeken, historische documenten, brieven, schilderijen en affiches met aankondigingen van toneelstukken waarin Haasse optrad of van cabarets - Tingeltangel - waarvoor ze teksten schreef. Grappig is het om Haasses prozadebuut te zien liggen, niet Oeroeg uit 1948 maar Kleren maken de vrouw uit 1947, een meisjesroman over beroepskeuzes.

Bij een schrijfster die zo dikwijls gebruik heeft gemaakt van historische gegevens kan er extra veel interessant materiaal getoond worden. Er liggen enkele brieven van Koningin Sophie, die Haasse samen met prof. S.W. Jackman uitgaf in Een vreemdelinge in Den Haag. Aan de muur hangt het uit een reusachtig vel dicht beschreven papier bestaande paspoort van Charlotte Sophie Bentinck, de hoofdpersoon uit Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter; en het eigenaardig hoekige hoofd van Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol, bekend uit Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern kijkt ons in verschillende versies aan. En natuurlijk is er veel te zien uit het voormalig Nederlandsch-Indië.

Tegelijk met de tentoonstelling verscheen bij uitgeverij Querido een dik schrijversprentenboek, eveneens getiteld Ik maak kenbaar wat bestond. Daarin zijn naast een keur aan foto's vier uitstekende essays over verschillende aspecten van Haasses oeuvre opgenomen. Dat zij zich echt jarig voelde, zei de schrijfster vrijdag. Zij is dan ook op een buitengewoon hartelijke en passende manier gefeliciteerd.

    • Marjoleine de Vos