Rente-reppende rattenvangers

Houders van obligaties en aandelen worden op papier met de dag rijker, omdat de koersen (buiten bereik van de fiscus) blijven stijgen en de financiële muzikanten met verleidelijke deuntjes mensen overhalen haasje-repje aan te sluiten bij de reidans op de beurs. Wie kan deze rattenvangers die luidkeels reppen over dalende rente en stijgende aandelen nog langer weerstaan?

Intussen voelen spaarders met een rekening waarvan de rente op en neer gaat met die op de markt zich gediscrimineerd: niks onbelaste koerswinst, minder rendement en zelfs geen meldpunt om je hart eens lekker te luchten.

Sterker nog: ze mogen niet eens uitkijken naar een rekening die een hoge rente oplevert, want een bank die zelf wat minder biedt waarschuwt: "Op zeker sparen, spaargeld in goede handen leggen, liefst om de hoek.' Dat klinkt alsof wit geld bij hun concurrenten zwart gewassen wordt.

Zo krijg je binnen één financieel samenwerkingsverband de raad geen dief te zijn van de eigen spaarpot, maar een andere afdeling waarschuwt op te passen voor die gulle reppers achter het volgende loket. Verwarrend.

Een lezer van 54 jaar zit met een ton in een beleggingsfonds voor deelnemers in de 60 procent inkomstenbelastingschijf die hun rente-en dividendvrijstelling benut hebben. Hij gaat over elf jaar met pensioen en wil weten of een spaarverzekering op den duur meer oplevert voor de oude dag dan het fonds.

De lezersvraag draait dus om het verschil tussen een fonds en een spaarverzekering. Zijn fonds is een beleggingsmaatschappij die geen winst uitkeert, maar deze na afdracht van 35 procent vennootschapsbelasting toevoegt aan de reserves. Daardoor gaat de waarde van een aandeel omhoog. Die koerswinst is vrij van inkomstenbelasting voor particulieren.

Een zo'n groeifonds heeft in drieënhalf jaar tijd 30 procent onbelaste winst behaald. Een ton van toen doet nu 130 duizend gulden. Wie nu nog mee wil doen moet zich afvragen of het zo door blijft stijgen. Immers wanneer de rente oploopt dalen de koersen van de fonds-obligaties. Is dat meer dan de inkomsten, verminderd met kosten, dan daalt de koers van het fonds.

Daarom lijkt dit niet ideaal om een kapitaal te vormen voor de oude dag. Bovendien betaal je 35 procent belasting en drukken de kosten die het fonds maakt de koers. Een belegging van 100 duizend gulden in een 9 procent 1990-lening, ter vergelijking, geeft nu circa 20 procent onbelaste koerswinst. Tel je daar de ontvangen netto rente in de afgelopen jaren bij, dus na aftrek van 60 procent belasting, dan levert een eigen belegging, ruw geschat, meer of nauwelijks minder op dan deskundig beheer.

Obligaties in eigen beheer, evenzo onderhevig zijn aan grillen van de rente, zijn goed te combineren met een spaarverzekering of spaarplan. Zo'n contract tussen een financiële instelling en een verzekerde (in een beleggingsfonds daarentegen ben je vrij om te komen en te gaan) combineert een levensverzekering met sparen en een onbelaste uitkering van ten hoogste 70 of 220 duizend per persoon, afhankelijk van de looptijd; 15 of 20 jaar.

Deze faciliteit biedt de overheid indien de opzet aan enkele voorwaarden voldoet. Anders dan bij een fonds gaat het hier om een echte vrijstelling. Helaas weten sommige verzekeraars van wanten als het om kosten gaat. Daar moet je op letten, anders gaat het fiscale voordeel naar de verkeerde.

Een van de plannen op de markt biedt een gegarandeerde rente van 4 procent over de looptijd en meer als het spaarfonds (een groeifonds met een vaste stroom premie-inkomsten en te plannen uitkeringen) de wind mee heeft. Je betaalt iedere maand een vast bedrag krijgt de garantie-uitkering bij leven en welzijn op de einddatum òf bij eerder overlijden. Voor een 45-jarige die 100 gulden per maand betaalt komt dat op 21.661 gulden na 15 jaar. Daarvoor betaalt hij 18 duizend aan premie.

De lezer kan zijn deelneming in het fonds verkopen (indien hij meent dat er geen stijging aankomt) en beleggen in obligaties of een spaarrekening. Zet hij die honderdduizend voorlopig op een rekening tegen 6 procent, dan blijft er jaarlijks 2.400 gulden (40 procent van 6.000) netto rente over om in een spaarverzekering te stoppen. Je moet de beste (hoogste garantie en laagste kosten) zien te vinden in het bos van aanbiedingen. Of de combinatie obligaties of spaarrekening plus spaarverzekering meer oplevert is niet helemaal zeker. Wel is de uitkering onbelast.

    • Adriaan Hiele