Omgeving Schiphol zwaar belast; Vijfde baan in strijd met milieu-eisen

ZATERDAGS BIJVOEGSEL PAG.4 DE SCHIPHOL-PARADOX

ROTTERDAM, 23 OKT. De aanleg van een vijfde start- en landingsbaan op Schiphol is niet te realiseren binnen de milieu-eisen die hiervoor in 1991 zijn vastgesteld.

In de omgeving van de luchthaven nemen de gemiddelde geluidoverlast en luchtverontreiniging weliswaar af, maar wat veiligheid en stank betreft gaat de situatie achteruit.

Deze conclusie staat in een vertrouwelijk concept van de Integrale Milieu-Effectrapportage Schiphol en omgeving (IMER). Deze milieurapportage, die wettelijk verplicht is, is opgesteld door een speciale commissie van deskundigen. Het kabinet heeft deze commissie ingesteld. Het rapport speelt een belangrijke rol in de besluitvorming over de uitbreiding van Schiphol. Daarover moet het kabinet in december de zogeheten planologische kernbeslissing nemen. Na een inspraakronde neemt het kabinet een definitief besluit over de uitbreiding, dat vervolgens aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Afgelopen zomer heeft het kabinet al zijn voorlopige voorkeur uitgesproken voor een vijfde baan.

Ondanks de geconstateerde spanning tussen de aanleg van een vijfde baan en het milieu is volgens het IMER de ontwikkeling van Schiphol tot Europese "mainport' onontbeerlijk voor de verbetering van het leefmilieu. Zonder een rigoureuze grootschalige aanpak op het gebied van ruimtelijke ordening, infrastructuur en milieu zou de situatie rondom Schiphol door de autonome groei van de luchtvaart namelijk aanzienlijk verslechteren. Alleen de keuze voor een Groot-Schiphol - de plannen gaan uit van een verdubbeling van de capaciteit in 2015 - biedt volgens de rapporteurs het financieel-economische draagvlak om voorzieningen te treffen tegen de toenemende overlast.

De conclusie van de IMER over een nieuwe, vijfde baan staat op gespannen voet met de milieudoelstellingen voor de uitbreiding van Schiphol. In het zogenoemde Plan van Aanpak hebben alle betrokken overheden en bedrijven (Schiphol, KLM en NS) in 1991 afgesproken dat de luchthaven mocht uitgroeien tot mainport, op voorwaarde dat het leefmilieu zou worden verbeterd. Van een beter milieu zou sprake zijn indien stank, (lokale) luchtverontreiniging en externe veiligheid na 2003 ondanks de groei van de luchtvaart niet zou verslechteren ten opzichte van 1990 ("stand-still'). Het luchtvaartlawaai moet verminderen. Afgelopen zomer werd al duidelijk dat aan deze laatste eis met een vijfde baan moeilijk kan worden voldaan.

De dubbele doelstelling - groei van de luchthaven en verbetering van het leefmilieu - is volgens het IMER alleen haalbaar bij zeer grote investeringen. “Een geforceerde "milieu-standstill' zou het mainport-perspectief van Schiphol doen verdwijnen,” aldus de commissie. Dit zou ten koste gaan van de “betekenis op nationaal en internationaal niveau”.