Na einde Koude Oorlog is nieuw en organisch net van veiligheidsrelaties nodig; Navo moet reageren op wensen van Oost-Europa

De Koude Oorlog is voorbij, de geopolitieke orde die Europa in Jalta werd opgelegd, ligt aan scherven. Dit is het begin van een nieuw tijdperk. We staan voor ongeveer hetzelfde soort uitdagingen als die waarmee de architecten van de periode na de Tweede Wereldoorlog zich geconfronteerd zagen. In ons streven politieke structuren voor het nieuwe millennium vorm te geven, dienen wij doortastende, verstrekkende besluiten te nemen.

De oorlog in het vroegere Joegoslavië is een waarschuwing dat de centrale doelstelling van de NAVO, zoals die in 1968 werd uitgesproken - “een rechtvaardige, duurzame vrede in Europa” - nog bij lange na niet is gerealiseerd. De vormgeving van nieuwe veiligheidsstructuren zal rekening moeten houden met geheel Europa. Daarvoor is een organisch net van veiligheidsbetrekkingen nodig.

Het pakket maatregelen waartoe in november 1990 op de topconferentie van de CVSE in Parijs werd besloten, voorzag in zo'n net. De belangrijkste onderdelen van het pakket waren het twee-plus-vier-akkoord inzake Duitsland, het akkoord over de vemindering van conventionele wapens in Europa, het Weense document inzake vertrouwen-scheppende maatregelen, het in Parijs door alle CVSE-landen aangenomen Handvest voor een Nieuw Europa en de gezamenlijke verklaring die daar werd getekend door leiders van NAVO- en Warschaupact-landen.

Toch moeten thans nieuwe maatregelen worden overwogen, willen de veranderingen in Europa beheersbaar blijven. De CVSE, de enige organisatie die het gehele spectrum van internationale samenwerking tussen Vancouver en Vladivostok omvat, kan de grondslag leveren voor de opbouw van een integrale Europese veiligheidsstructuur.

Als regionale instantie onder het VN-handvest is de CVSE zeer geschikt om een voornamere rol te spelen bij de beheersing van conflicten en crises. Natuurlijk is stipte en volledige uitvoering van het akkoord over de conventionele strijdkrachten in Europa onontbeerlijk voor de opbouw van hechte onderlinge veiligheidsstructuren. In Wenen wordt thans onderhandeld over een bindende politiek-militaire gedragscode voor CVSE-landen die de groei van deze structuren moet bevorderen.

Ook de NAVO zal een nieuwe rol moeten gaan spelen: ze zal de blik ook buiten het eigen grondgebied moeten richten en nieuwe uitdagingen moeten aangaan. De NAVO moet in staat worden gesteld het volledige spectrum van militaire taken uit te voeren, variërend van collectieve defensie tot crisisbeheersing en vredestaken. De coördinatie tussen NAVO, CVSE en VN op het vlak van vredestaken, voorkoming van conflicten en crisisbeheersing moet worden verbeterd. Bij wijze van aanzet zou de NAVO voorstellen kunnen formuleren over onderlinge samenwerking op veiligheidsgebied en wederzijdse consultatie, n deze voorleggen aan landen in Midden- en Oost-Europa die geen NAVO-lid zijn, zoals Rusland, Oekraïne en mogelijk ook andere voormalige Sovjet-republieken.

Versterking van de Noordatlantische Samenwerkingsraad naarmate de NAVO zich verder oostwaarts openstelt, zou een aantrekkelijke optie kunnen zijn. De raad zou kunnen optreden als coördinator van gezamenlijke acties voor vredestichting en crisisbeheersing; hij zou zich kunnen concentreren op gezamenlijke oefeningen en de ontwikkeling van gemeenschappelijke militaire standaarden. Dit alles zou bijdragen tot het wederzijds militair vertrouwen.

Daarnaast zal de NAVO moeten reageren op de wens van Oosteuropese landen om tot het bondgenootschap toe te treden. Uitbreiding stelt haar echter voor serieuze problemen. Als nieuwe lidstaten worden toegelaten, moeten de interne eendracht, doelgerichtheid en besluitvastheid en kerntaken van de NAVO worden versterkt in plaats van te verwateren.

Het grondbeginsel van de NAVO moet blijven dat de lidstaten bereid zijn in zowel voor- als tegenspoed hun lot te verbinden aan dat van andere lidstaten. Een veiligheidsgarantie waarop niet onder alle omstandigheden kan worden gerekend is kwalijker dan geen garantie. Die onderlinge garantie voor een collectieve defensie vormt de duurzame basis voor de militaire aanwezigheid van de VS in Europa. In een sfeer van aanhoudend risico verschaft die de Europeanen een belangrijke zekerheid. En zonder de Amerikanen in Europa zou de CVSE uit balans raken. Stabiliteit in dit gebied waar de grote meerderheid van de kernwapens in de wereld zich bevindt, is niet alleen voor Europeanen maar ook voor de Verenigde Staten van levensbelang.

Daarnaast zal uitbreiding van de NAVO niet alleen de veiligheid van de zittende leden maar ook die van nieuwe lidstaten moeten vergroten, in feite die van Europa als geheel. Een beleid gericht op geleidelijke oostwaartse openstelling van Euro-Atlantische instellingen moet ook streven naar herwaardering van de betrekkingen tussen de NAVO met niet alleen Midden- en Oosteuropese landen, maar ook met Rusland, Oekraïne en andere landen van de voormalige Sovjet-Unie.

We mogen niet riskeren dat de strategische rivaliteit tussen Oost en West de kop weer opsteekt. Het zou tragisch zijn als we door sommige landen zekerheid te bieden, andere zouden alarmeren. Er is dus een geleidelijke overgang vereist wat betreft de veiligheid en de economie. We kunnen ons niet veroorloven nieuwe muren op te richten.

Veiligheid is meer dan de afwezigheid van militaire dreiging. De nieuwe gevaren zijn economische ontwrichting, kernrampen (civiel dan wel militair), migratie op grote schaal en de georganiseerde internationale misdaad.

We hebben behoefte aan een integraal veiligheidsbeleid dat economische, politieke en militaire elementen omvat, en daarvoor is de onvoorwaardelijke inzet van alle westerse democratieën nodig. Dat is de reden waarom niet over de toekomstige rol en reikwijdte van de NAVO kan worden gesproken zonder verwijzing naar de toekomstige omvang en aard van de Europese Gemeenschap en de geprojecteerde Europese instantie voor defensie- en veiligheid.

In Kopenhagen heeft de Europese Gemeenschap royale, verstrekkende toezeggingen gedaan aan de nieuwe democratieën in Oost-Europa, en opnieuw bevestigd dat de Gemeenschap hen graag als leden ziet toetreden wanneer ze politiek, economisch en financieel in staat zijn aan de Gemeenschap deel te nemen. Tot die tijd zal de praktische samenwerking gestaag toenemen, op het gebied van buitenlands beleid, handel, binnenlandse veiligheid, immigratie en het milieu.

Een land dat lid wordt van de Europese Unie (zoals de Gemeenschap uiteindelijk zal gaan heten) zal tevens in aanmerking komen voor toetreding tot de Westeuropese Unie, de gezamenlijke Europese instantie voor een samenhangend veiligheidsbeleid. Thans zijn de WEU-leden ook NAVO-leden. Nieuwe leden van de Europese Unie zouden zich daarom moeten kunnen aansluiten bij de NAVO zodra zij lid worden van de WEU.

De toekomstige gedaante van de Europese pijler van de NAVO zal in nauwe, voortdurende samenwerking met de Verenigde Staten en Canada moeten worden ontworpen. Door het lidmaatschap van de Westeuropese Unie te combineren met dat van de NAVO kunnen we ervoor zorgen dat het vergrote Europa niet van zijn transatlantische ankers los zal slaan. Met dat doel heb ik onlangs een voorstel gedaan tot een integrale herbevestiging van de Europees-Amerikaanse banden in een nieuw Atlantisch Handvest.

Dit is een ver toekomstperspectief. Maar de nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa hebben nu behoefte aan een teken van solidariteit, aan een nieuw besef van oriëntatie en gemeenschap. Zij vragen om een tastbaar bewijs dat hun moeizame aanpassing aan de politieke en economische vrijheid de moeite waard is en dat de vrije wereld vierkant achter hen staat. Rusland en Oekraïne moeten ervan worden verzekerd dat zij niet zullen worden buitengesloten wanneer wij gezamenlijke Europese veiligheidsstructuren opbouwen.

© International Herald Tribune

    • Klaus Kinkel