MAFIA IN DE MUZIEK

Stiffed, a true story of MCA, The Music Business and The Mafia door William Knoedelseder 480 blz., geïll., Harper Collins, 1993, ƒ 55,45 ISBN 0 06 016745 9

Waar anders dan in zonnig Californië zou een directeur van een grote platenmaatschappij zijn voornaamste concurrent een levende boa constrictor, verpakt in een feestelijke doos, toesturen? Met een briefje erbij, waarin naar 's mans eega wordt verwezen: "Zo, nu heb je er twee!'

Het voorval staat te lezen in Stiffed, a true story of MCA, The Music Business and the Mafia van de Amerikaanse specialist "entertainmentindustrie' William Knoedelseder. Het is niet het enige incident dat aan de betere B-film doet denken. Stiffed zou een mooi scenario kunnen zijn. De locatie is Los Angeles. De held een ambitieuze onderzoeksrechter. De kwestie: een ingewikkelde afpersing, uitgevoerd door de mafia. Ook wordt er geschoten. Uiteindelijk komt de zaak niet tot een bevredigende oplossing, want de kwade krachten gaan vrijuit.

Stiffed, op basis van vele gesprekken en documenten geconcipieerd, beschrijft het schandaal dat de Amerikaanse amusementswereld eind jaren tachtig lang bezighield. Het vormt een verhelderende aanvulling op het standaardwerk The Hit Man van Fredric Dannen, dat drie jaar eerder verscheen. Dat ging over hebzucht en ambitie binnen de platenindustrie. Knoedelseder concentreert zich op de mafia.

Het is een tamelijk onschuldige aanleiding, die de betrokkenheid van de mafia bij platengigant MCA (gelieerd aan filmmaatschappij Universal) aan het rollen brengt: een zekere Salvatore Pisello "vergeet' inkomstenbelasting te betalen. Een nadere beschouwing zal leren dat deze Pisello, bijgenaamd Sal the Baker, Sal the Swindler en Big Sal, een gereputeerd lid is van de mafiose Newyorkse Gambino-familie. Toch wordt hij getolereerd op de burelen van het MCA-hoofdkwartier in Los Angeles. Wat Pisello daar doet is cut outs verkopen, het overschot aan geperste, maar niet verkochte platen die op het MCA-label zijn verschenen. Maar waar hij op papier toppers als Elton John, Steely Dan, The Who, Olivia Newton-John, Tom Patty en Joe Walsh belooft, bedient hij zijn afnemers, eigenaars van platendiscounts, met niet-verkoopbare ramsj - het overschot van de geïmplodeerde discorage uit de jaren daarvoor.

Het gaat daarbij om grote bedragen. Zo bestelt een handelaar 4,2 miljoen platen voor 1,3 miljoen dollar. Wanneer deze gedupeerde John LaMonte van Out of the Past-platen aan de bel trekt, levert dat hem niet zozeer genoegdoening alswel een gebroken kaak op. Dan blijkt ook dat hij geen zaken doet met MCA, maar met types als Tommy ("Three Finger Brown') Luchese, Joseph ("Joe the Wop') Cantaldo, Vincent ("The Chin') Gigants.

Onderzoeksrechter Marvin Rudnick heeft daar nog geen weet van, wanneer in augustus 1984 op zijn bureau bij de Justice Department's Organized Crime Strike Force een dossier over Pisello belandt. Hij begint een routine-onderzoek, maar vermoedt allengs een hele kwestie. Als Rudnick dieper graaft, leert hij over de wankele financiële positie van MCA. Het label is nog steeds belangrijk, maar de omzet blijft ver achter bij die van CBS en Warner Brothers. Omdat de maatschappij een aantal magere hitjaren achter de rug heeft, is een omvangrijke reorganisatie ingezet. Ook is er een nieuwe president geparachuteerd, die de zaak moet saneren. Dat is Irving Azoff, voormalig manager van populaire popgroepen als de Eagles en Steely Dan. De man blijkt, behalve verzender van boa constrictors, praktizeerder van zijn zelfbedachte rock 'n' roll-regels.

ZAKENMAN

""Either I win, or I win,'' bijt Azoff zijn vijanden toe. Het is onder zijn leiding dat Sal Pisello zijn entree bij MCA maakt. Hij komt van de ene op de andere dag als volkomen onbekende "zakenman' het hoofdkantoor binnen, legt zijn voeten op het bureau van de dienstdoende vice-president Sam Passamano en wijst deze erop dat hij zojuist is vervangen. Bovendien wordt het Pisello toegestaan een flink deel van de winst in eigen zak te steken. Later zal Azoff zich dat herinneren als "een pijnlijk incident,' waarvoor hij iedere verantwoordelijkheid van de hand wijst.

De MCA-kwestie staat niet op zichzelf. Zo raakt Rudnick ook betrokken bij het justitieel onderzoek naar The Network: een organisatie van "onafhankelijke' platenpluggers, die zorgen dat nieuw verschenen plaatjes op de 200 belangrijkste radiostations van Amerika worden gedraaid. Na een eerder schandaal in de jaren '50, toen er combines tussen grote platenmaatschappijen en radiostations werden gesloten, dit om andere labels uit de markt te drukken, was The Network bedoeld om eerlijke concurrentie te waarborgen. Het duurt niet lang of ook The Network verzandt in dezelfde corruptie: een fijnmazig web van steekpenningen, cocaïne en publieke dames, met wederom een fors aandeel voor de mafia. Het zijn deze kwesties die in het boek door elkaar lopen. En niet alleen in het boek. Juist door die verschillende onderzoeken werken de diverse departementen van de FBI en de Organized Crime Strike Force elkaar lelijk tegen.

Knoedelseder schetst hoe "de jongens van de Oostkust' informatie en getuigen achterhouden voor "de jongens van de Westkust' en vice versa, uit angst om het eigen succes te verspelen. Tegen die tijd is het onderzoeksrechter Marvin Rudnick allemaal al zwaar te moede. Hoewel hij in handelaar John LaMonte een kroongetuige heeft, met wie hij het monsterverbond tussen MCA en de mafia zichtbaar kan maken, lukt het hem maar niet de connectie rond te krijgen.

Sterker nog: door zijn superieuren wordt hij van de zaak afgehaald, en wegens verregaande dwarsigheid (""Je zeurt. Het gaat hier slechts om een eenvoudige belastingzaak'') uiteindelijk ontslagen. Pisello komt er met een lichte straf voor belastingfraude van af. Geen van de MCA-topmannen wordt tijdens de rechtszaak onder ede ondervraagd. De Los Angeles Times en Variety schrijven dat de zaak in de doofpot wordt gestopt en mompelen iets over friends in high places, die de president van MCA zou hebben. Helpen doet het dan allang niet meer.

Voor de lezer is dat na 480 pagina's een lichte teleurstelling. Maar bewezen of niet, onderwijl heeft Knoedelseder in Stiffed veel van de mores in de platenindustrie blootgelegd. Daarbij geeft het boek een plausibele theorie: de Gambino-familie heeft een klusje geklaard voor iemand bij de top van MCA, waarschijnlijk voor Azoff, of voor algemeen president Sidney Sheinberg zelf. Namens de familie kwam Pisello even incasseren.

Feit is dat de hele kwestie wel nooit meer zal worden opgelost. Net als CBS is MCA inmiddels opgekocht door de Japanners, in 1990 nam Matsushita het hele bedrijf voor 6 miljard dollar over. Irving Azoff verliet in 1989 al de stal en richtte met de winst voor 50 miljoen dollar zijn eigen label op. Sal Pisello werd in de zomer van 1991, na twee van zijn vier jaar gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vrijgelaten en leurt thans in Hollywood met twee zelfgeschreven filmscripts: een drama en een comedy, beide over de mafia. Platenhandelaar John LaMonte heeft inmiddels een andere identiteit. En de ontslagen onderzoeksrechter Marvin Rudnick? Die is, zoals dat hoort in een echte film noir, te Pasadena, Californië voor zichzelf begonnen. Als detective, uiteraard.