In Azerbajdzjan gaat alle energie op aan overleven

Om Nagorny Karabach, de door Armeniërs bewoonde enclave binnen Azerbajdzjan, wordt nu vijf jaar gevochten. Armeense troepen uit de enclave, moreel en materieel gesteund vanuit Armenië zelf, hebben inmiddels niet alleen de enclave, maar ook grote delen van Azerbajdzjan zelf veroverd. In beide landen trekt de oorlog diepe sporen.

BAKU/BAYRAMTEPE, OKT. Elmira Sukura (61) bezoekt al bijna een jaar lang elke dag het graf van haar zoon Elcin (30). Zijn laatste rustplaats is, net als vele andere martelaren van de Armeens-Azerbajdzjaanse strijd om de enclave Nagorny Karabach, het tot bedevaartsoord omgedoopte park tegenover het nationale parlement in Baku. “Nagorny Karabach behoort tot Azerbajdzjan”, zegt Elmira op vlakke toon. “Maar als je bij wijze van spreken iedereen in de gelegenheid stelt om president te worden, weet je zeker dat het misgaat.”

Ze doelt op Elbufaz Elçibey, de gewezen president van Azerbajdzjan, die ruim een jaar geleden de banden met Moskou radicaal verbrak. Wilde Azerbajdzjan een onafhankelijke en democratische natie worden, dan dienden volgens hem juist de betrekkingen met het seculiere Turkije te worden aangehaald en moest de gigantische olievoorraad waarover Azerbajdzjan beschikt op de wereldmarkt worden verhandeld.

Zestig procent van de Azeri steunde hem aanvankelijk in die opvatting. Maar de stemming in Azerbajdzjan is inmiddels 180 graden gedraaid. De economische malaise en de belegering van een kleine twintig procent van het Azerbajdzjaanse grondgebied door de Armeniërs hebben de ruggegraat van het nationaal-democratische elan gebroken. Elçibey heeft stuivertje gewisseld met Haydar Aliyev, het voormalige hoofd van de communistische partij, die inmiddels tot president is gekozen, en Azerbajdzjan is opnieuw toegetreden tot het door Moskou gedomineerde Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS).

In de hoofdstad Baku is op het eerste gezicht nauwelijks iets van de nu al vijf jaar durende oorlog om Nagorny Karabach te merken. Het straatbeeld wordt gevuld door vrouwen met boodschappentassen, kinderen die naar school gaan en mannen die op één van de spaarzame terrassen hun tijd verdoen met het drinken van thee, terwijl stinkende auto's van Sovjet-makelij gedisciplineerd door de straten manoeuvreren. Maar de harde realiteit is dat de bevolking is verarmd. Als gevolg van de inflatie van 1.500 procent op jaarbasis gaan de prijzen dagelijks omhoog. Het inwonertal van Baku is gestegen tot een kleine twee miljoen. Om niet nog meer vluchtelingen tot de hoofdstad toe te laten worden de toegangswegen tot de stad bewaakt, ook al is de controle al weer minder streng nu er een staakt-het-vuren is overeengekomen tussen de Armeniërs en de Azeri.

“Eén op de zeven Azeri is momenteel op de vlucht”, zegt Kaiser Zaman, vertegenwoordiger van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) in Baku, “en met de winter voor de deur is dat een alarmerend cijfer. Bovendien is het schoolsysteen in Azerbajdzjan volledig ingestort omdat tienduizenden vluchtelingen een onderkomen hebben gevonden in de schoolgebouwen die gedurende de zomermaanden leegstonden.”

De vluchtelingen uit de enclave Nagorny Karabach en de door de Armeense milities bezette districten als Lacin, Kelbecer, Agdam en Fuzuli bivakkeren in groepjes langs de kant van de weg. “De situatie is hopeloos”, zegt Elieva Tunzali (30), nabij het dorpje Ahmetbeyli, aan de grens met Iran. Ze beschikt niet eens over een tent en ze heeft de nacht samen met haar drie kinderen schuilend voor de regen onder een paardenkar doorgebracht. “Al onze huisraad is nat”, huilt ze, “terwijl we ook nauwelijks nog iets te eten hebben.” Haar man vecht aan het front.

Wegens de plotseling ingevallen nachtelijke kou en de regen trekken de vluchtelingen uit de rand van de door de Ameniërs bezette gebieden zo goed en zo kwaad weer naar hun deels verwoeste huizen en kolchozen (staatsboederijen) terug. De toekomst is onzeker, maar zonder een dak boven het hoofd is het leven onaanvaardbaar. Vrouwen en kinderen zitten boven op de meegevoerde huisraad in de laadbak van een puffende vrachtwagen of landbouwtrekker. Mannen op paarden drijven de schapen, kalveren en koeien, die men uit handen van de Armeniërs heeft weten te redden, langs de kant van de weg op.

Terwijl Turkije, de Europese Gemeenschap en het UNHCR plannen hebben voor de levering van gezamenlijk 13.000 tenten, is het Iraanse Rode Kruis al een flink eind gevorderd met een grootscheepse hulpoperatie aan de Azerbajdzjaanse kant van de grens met Iran, rond de stad Imisli: 100.000 vluchtelingen worden verspreid over tien kampen in tenten opgevangen.

De eerste 2.000 families zijn inmiddels in het kamp in de buurt van Bayramtepe neergestreken, ook al zijn de wegen nog niet geasfalteerd en hapert de elektriciteitsvoorziening. Rahumya, de "tweede man' van de Iraanse ambassade in Baku, zegt dat Iran op verzoek van de Azerbajdzjaanse regering een protocol heeeft getekend waarin het zich vastlegt op de levering van 20.000 tenten, voedselhulp en medische bijstand voor in totaal 100.000 mensen. “Over de tijdsduur zijn geen afspraken gemaakt, maar het Iraanse Rode Kruis zal zich niet terugtrekken voordat de vluchtelingen naar hun huizen kunnen terugkeren.”

“De Iraniërs zijn de enigen die ons hulp bieden”, zegt Guliyev Risvan (50), die samen met zijn vrouw en zes kinderen inmiddels in een tent is getrokken. “We hebben al voedselhulp voor een maand gekregen, evenals dekens, kleding, een lamp en kerosine.” Dat op hun tent met forse letters "Dit is een donatie van het Rode Kruis van de Islamitische Republiek Iran' staat geschreven, interpreteren ze niet als een politieke boodschap.

Net als de moeder van de in Nagorny Karabach omgekomen soldaat is ook Risvan ervan overtuigd dat de enclave deel van Azerbajdzjan moet blijven uitmaken. “En de man die dat kan bewerkstelligen is Aliyev, de nieuwe politieke leider van Azerbajdzjan”, vullen nieuwsgierige omstanders aan. “De Armeniërs kunnen een vorm van zelfbestuur krijgen in Nagorny Karabach”, zegt Amina Sivanli (40), “maar helemaal zelfstandig mag het nooit worden. Dat zou de Armeniërs de gelegenheid geven om de Azerbajdzjaanse districten rondom Nagorny Karabach te blijven bestoken.”

    • Froukje Santing