"Ik heb heel veel van Bergkamp geleerd door te kijken hoe hij scoort'

Een balartiest uit Finland aan het front. JARI LITMANEN (22) is topscorer van Ajax. Een voetbaldier. Bezeten van voetbal, van Maradona, Platini en Bergkamp. Een voetballer met een fotografisch geheugen voor mooie acties, mooie schoten en mooie doelpunten.

"Volare, oho, cantare', zong Domenico Modugno vele jaren jaar geleden. En hij werd er wereldberoemd mee. "Litmanen, oho, Litmanen', zingen de aanhangers van Ajax dezer dagen op deze Italiaanse melodie. Het is een lofzang op hun topscorer, Jari Litmanen, een Fin nota bene.

Zomaar, uit het niets, zomaar, op de plaats van Dennis Bergkamp, zomaar, als vervanger van de genomineerde plaatsvervanger Dan Petersen. Zomaar is Jari Litmanen uitgegroeid tot de Ajacied met de mooiste bewegingen en de mooiste doelpunten. Zijn balvaardigheid verraadt Latijnse inslag, zoals de bronzen tinten van zijn haar en zijn ogen. Maar hij is Fins. Zoon van Olavi Litmanen, eens een opvallende middenvelder bij Reipas Lahti.

De gelijkenis met Latijnse voetballers dateert niet van recente acties en bewegingen. Diego, noemden ze hem. Toen hij nog niet eens besefte wie Diego was, wie Diego zou worden, dat hij toen al vergeleken werd met een voetballer die nog moest uitgroeien tot een van de beste voetballers aller tijden.

Zeven jaar oud was hij nog maar. Het was in 1978, het jaar van het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië. De jongens met wie hij voetbalde waren drie, vier jaar ouder. Ze volgden het voetbal in de wereld. Diego Maradona heette hun godskind, zestien jaar nog maar, de jongste van de Argentijnse selectie, maar nog te jong voor het Argentijnse elftal. Hij kon fantastisch voetballen, hij was klein, donker en bijzonder. Zoals Jari Litmanen. De jongste, de kleinste, de beste, de donkerste, dus geen normale Fin.

Toen hij eenmaal besefte met welke engel hij werd vergeleken, besloot hij Maradona te volgen. Zo bezeten was hij van Maradona en later van Platini, van Bergkamp, van al die voetballers die een extra dimensie toevoegen aan het voetbalspel. Zo bezeten is hij van voetbal.

Hij kan genieten van elk doelpunt, van elke mooie actie, van elke vrije trap. Een voetballer met een fotografisch geheugen. Elke mooie beweging die hij maakt, die hij van een ander ziet, krijgt een label met de naam van de voetballer die er patent op heeft. Dat typeert de universele voetballiefhebber, daarin onderscheidt het voetbaldier zich van de kortzichtige clubsupporter.

Hij vreet voetbal. Van videobanden met voetballegendes kan hij niet genoeg krijgen. Terugspoelen om in slowmotion mooie acties, mooie schoten en mooie doelpunten terug te zien, te analyseren en te doorgronden. Wanneer hij alleen op zijn flat in Diemen zit of, voorheen, toen hij eenzaam en alleen een Amsterdamse hotelkamer bezet hield. Vastbesloten als hij is zo goed als de voetballegendes te worden, een betere voetballer te worden. Van alleen zijn leer je zelfstandig worden. Avonturieren en experimenteren verruimt je blikveld.

Een Fin die na een verblijf van anderhalf jaar in Nederland in Nederlandse volzinnen praat, dat wijst op leergierigheid. Maar wat moet een volbloed voetballer met aangezwengelde onderwerpen die geen verwantschap met balbehandeling en scoren hebben? Trots als een jongen vertelt hij dat Ajax-scout Ton Pronk bij hun eerste ontmoeting overweldigd werd door zijn kennis van Ajax. Hij wist alles. Hij had al Ajax-bloed.

In die periode was hij al een belofte, bijna een held in Finland - voor zover een voetballer in Finland een held kan worden. “Ik wilde altijd al naar Ajax. Ajax had iets extra's als we thuis naar voetbal op televisie keken. Misschien zijn er grotere clubs, zoals Barcelona waar ik ook stage mocht lopen. Maar Barcelona was te groot voor me. Ik had nog te weinig ervaring. Te veel spelers, te veel buitenlanders, die kans zou ik nooit kunnen grijpen. Barcelona was te hoog, Ajax paste precies bij mij.”

Bang voor het hoogste, bang voor grote jongens was hij toch nooit geweest. Als jongetje speelde hij altijd met ouderen mee. Toeval? “Ik had al heel jong de drang om steeds beter te worden. En mijn vader stimuleerde dat. Ik vond mezelf nooit goed genoeg. Toen ik veertien jaar was, wilde ik het Finse elftal onder vijftien jaar bereiken. Toen dat lukte stelde ik mijn doel hoger. Langzaam begon ik door te krijgen dat mijn droom weleens werkelijkheid kon worden.”

Hij is vriendelijk, verlegen bijna met de onverwachte positie in het Nederlandse topvoetbal, verlegen met de aandacht waarvan hij altijd heeft gedroomd. Hij is blij voor zijn vader, die nooit heeft kunnen bereiken wat hij nu meemaakt. Dat hij op school niet goed was omdat hij liever voetbalde, verklaart hij bijna als prijzenswaardig. Altijd maar voetballen. Wat kan jongens toch bezielen? Hij speelde zelfs een periode in drie elftallen tegelijk. In een team van leeftijdgenoten, in een team van oudere jongens en in een seniorenteam. Ze wilden hem overal hebben. Zonder Jari Litmanen geen goed elftal.

Als vijftienjarige maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van Reipas. Toen hij achttien jaar was speelde hij voor het eerst mee met het Finse nationale elftal. Een jaar later werd hij gekozen tot Fins voetballer van het jaar. Hij vertrok van Reipas naar HJK Helsinki, kampioen en bekerwinnaar. Maar voelde zich korte tijd later gedwongen voor MyPa '47 te gaan spelen, een ambitieuze provincieclub in Myllekosken met veel jonge, talentvolle spelers. Zijn verblijf was er maar kort. PSV, Barcelona, Leeds United, Roda JC en Ajax hadden het talent Litmanen ontdekt. Hij volgde er stages. Het profvoetbal lokte.

Finnen ijshockeyen wanneer ze niet voetballen. 's Winters dus. “Ze zeggen dat ik beter in ijshockey was dan in voetballen. Maar ik vond voetbal altijd leuker.” Hij zegt het bijna verontschuldigend. Maar hij dankt er wel zijn gevoel voor combinaties aan, zijn overzicht en inzicht. Geen snellere teamsport dan ijshockey, geen fysiekere sport ook, heeft hij ervaren. Hij heeft veel van ijshockey geleerd, maar bodychecks omzeilt hij liever dan hij ze uitdeelt. Want fysiek voetbal verafschuwt hij, als een Ajacied.

Wie zo bezeten is van voetbal, zo geobsedeerd is een droom te verwezenlijken, het allerhoogste te bereiken, wordt eens en onverbiddelijk geconfronteerd met zichzelf, met depressies. Litmanen maakte er een mee toen hij zijn militaire dienstplicht vervulde. Zijn kazerne was in Lahti, zijn club in Helsinki. Elke morgen om zes uur appèl. Tot drie uur de dienstplicht, daarna honderd kilometer reizen voor de voetbaltraining en 's avonds terug naar Lahti. Elf uur naar bed op die rumoerige grote slaapzaal, niet kunnen slapen omdat 's morgens om zes uur weer dat appèl zou klinken.

Hij raakte vermoeid, verslapte, voelde zich koortsig, kreeg griep en lag vervolgens drie weken in het ziekenhuis. De artsen wisten het niet. Volkomen uitgeput, meenden ze. “Het is een goede ervaring geweest. Geestelijk', voegt hij er aan toe. Hij is ervan overtuigd. “Ik weet nu hoe ver ik gaan kan, waar ik moet stoppen. Ik ken mijn grens.”

Hij wil leren, elke dag. Er komen mindere periodes, misschien zijn ze al aangebroken. Vorig jaar, in zijn eerste seizoen bij de Ajax-selectie zat hij meestal op de reservebank. Dan observeerde hij de bewegingen van Dennis Bergkamp, de man op zijn favoriete positie, de man die hij nu moet doen vergeten. “Ik heb geleerd van Bergkamp door te kijken hoe hij scoort. Hij scoort altijd met concentratie. Hij weet precies wat hij wil doen. Hij heeft altijd een idee. Nooit: boem! Hij is meester van de situatie, meester over de keeper. Daarom mist hij ook wel eens. Wie zo bekeken schiet, verliest zijn zelfvertrouwen wanneer hij mist.”

Hij voelt zich niet de opvolger van Bergkamp. “Ik moest niet de opvolger zijn. Ik speel alleen op zijn positie. Bergkamp is anders, sneller, hij speelt dieper. Hij kan individualistisch scoren. Ik scoor uit de combinatie, via een een-twee. Ik ben afhankelijk van andere spelers. Ik scoor nooit uit een dribbel. Ik probeer te spelen volgens het systeem. Ik moet nog leren de wedstrijd te lezen, zoals de trainer zegt.” Hij lacht besmuikt om het voetbaljargon van zijn trainer.

Van Gaal begint behoudend in zijn oordeel over Litmanen. “Een voetballer kun je pas beoordelen na een reeks van wedstrijden. Litmanen staat er nog goed voor, een doelpuntengemiddelde van één op één. Het goede aan hem is dat hij een tegenstander kan stuklopen. Bergkamp is makkelijker uit te schakelen. Litmanen blijft bewegen, blijft gaan. Zijn omschakeling van balbezit naar balverlies kan beter. Hij is nog te veel individualistisch, hij moet collectiever worden.”

De trainer vindt dat Litmanen nog te veel bewegingen maakt, dat hij simpeler moet spelen. “Het eerste wat me opviel aan hem dat hij het positiespel aanvoelt. Maar als nummer 10 moet hij dieper spelen. Hij zou meer versnelling moeten hebben. Hij heeft niet de versnelling van Bergkamp. Daar valt niet meer aan te sleutelen. Daar is hij te oud voor. Maar hij compenseert het door te blijven lopen. Hij moet nu laten zien wat hij kan. Nu krijgt hij een mannetje bij zich, nu kennen ze hem. Tegen Twente, tegen Besiktas. Of hij de nummer 10 blijft? Dat ligt aan hem, niet aan de trainer.”

Het kenmerk van een goede voetballer is, dat hij constant is. “Hij heeft nu al twee wedstrijden niet gescoord”, roept Van Gaal luidkeels. Er zijn moeilijke tijden aangebroken voor Litmanen.“Ik ben nooit een echte topscorer geweest”, had de Fin zich even tevoren verontschuldigd voor zijn onverwacht hoge productie. “Ik scoorde altijd wel. Maar het hoorde er bij mij alleen maar bij. Ik léér nu scoren. Zoals vorige week in het Finse elftal. Als je veel scoort, weet je dat je kunt scoren.”

Scoren is mooi, maar het maakt hem niet uit wie scoort. Beweert hij. “Als we maar winnen en ik lekker voetbal.” Daarom die lichte ergernis na de wedstrijd tegen Besiktas. Gelukkig winnen, maar niet lekker spelen. Een Turk die hem voortdurend voor de voeten liep, die niet aan voetballen dacht, die er alleen maar op uit was hem het voetballen te beletten. Dat zulke voetballers bestaan!

Zo mooi als hij kan scoren, zo mooi als hij kan voetballen, zo mooi kan Dan Petersen voetballen, de Deen, deze zomer de beoogde nummer 10 die nu al maanden sukkelt met blessures. Petersen zal zijn concurrent zijn zodra hij weer gezond is. Maar zo voelt Litmanen het niet. Concurrent? Zo mooi als Petersen kan voetballen en scoren, daar kan hij uren van genieten. Ook als hij op de reservebank zit. Echte voetballers genieten.

    • Guus van Holland