"Het nationale gevoel over Karabach mag nooit uitgeput raken'; Armeniërs winnen de oorlog, maar hebben niets te vieren

Om Nagorny Karabach, de door Armeniërs bewoonde enclave binnen Azerbajdzjan, wordt nu vijf jaar gevochten. Armeense troepen uit de enclave, moreel en materieel gesteund vanuit Armenië zelf, hebben inmiddels niet alleen de enclave, maar ook grote delen van Azerbajdzjan zelf veroverd. In beide landen trekt de oorlog diepe sporen.

JEREVAN, OKT. In de Armeense hoofdstad Jerevan lijkt de avond sneller te vallen dan elders. Eerst haasten de mensen zich naar huis, dan gaat de zon onder en binnen een uur is het pikkedonker en doodstil. De lantaarnpalen maken een doelloze indruk, want elektriciteit ontbreekt. Alleen de verkeerslichten knipperen nog, al is er geen verkeer - slechts groepjes onbekende voetgangers met flessen en messen. Verder niemand. In Jerevan valt de avond niet, hij maakt een doodsmak.

In de oorlog om de enclave Nagorny Karabach zijn de Armeniërs aan de winnende hand, maar in Armenië zelf valt niets te vieren. Het land heeft zwaar te lijden door het energietekort dat na het begin van de oorlog is ontstaan. Azerbajdzjan levert geen olie meer aan een land dat de opstandelingen in Karabach steunt. Georgië kampt met verschillende burgeroorlogen die de invoer van olie en gas vanuit Rusland belemmeren. Turkije voelt zich verwant met Azerbajdzjan, Iran ook en aan meer dan aan deze vier landen grenst Armenië niet.

Armenië, een land met een ontwikkelde technische industrie, was vroeger één van de rijkste republieken van de Sovjet-Unie. Nu draaien de fabrieken niet of op halve kracht. Het gemiddelde maandsalaris is blijven steken op 6.000 roebel, dat is zes dollar of drie kilo tomaten. Zeven keer zo weinig dus als in Rusland, met prijzen die dubbel zo hoog zijn.

Armenië, een land met uitgebreide sportfaciliteiten voor de jeugd, was vroeger de republiek die beroemde gewichtheffers en turners leverde. Nu wordt er op de school van voormalige Olympisch kampioen Albert Azarian ("Koning van de Ringen') 's avonds niet meer getraind. 's Winters zelfs de hele dag niet. Leraar Hakop Seropian erkent dat vorm van zijn leerlingen achteruit is gegaan. Maar ze blijven trainen, al is het maar omdat ze de afleiding hard nodig hebben, zegt hij. Medailles winnen zullen ze voorlopig niet meer. Douchen na de training ook niet.

De oorlog in Nagorny Karabach heeft bijna alles aan het leven in Armenië veranderd. Maar wat niet is veranderd, is de overtuiging dat die strijd gerechtvaardigd is.

Roebina Stapanjan woont met haar man en twee kinderen, haar zwager en diens kinderen, in een flat aan de zuidkant van Jerevan. Deze week doet zij het huishouden tussen twee en vier uur 's nachts. Elke wijk krijgt namelijk om de beurt twee uur per dag elektriciteit. Deze vrijdag, zaterdag en zondag is Roebina's flat tussen twee en vier uur 's nachts aan de buurt, vanaf maandag tot en met woensdag tussen vier en zes uur, en de daaropvolgende drie dagen tussen zes en acht, als er dan tenminste nog stroom is.

Als om twee uur het licht en de radio aanfloepen, staat Roebina op om het eten te koken voor de volgende dag. Daarna wast ze de vaat en de luiers. Dan gaat ze stofzuigen en als er wat te strijken is strijkt ze ook nog. Ondertussen laat ze het bad volstromen met water, want de rest van de dag komt er niks uit de kraan. Hetzelfde doen de buren, de bovenburen en de onderburen. Sommigen zetten er de muziekinstallatie nog bij aan. Pas als de elektriciteit weer wordt afgesloten, gaat alles weer uit en komt de wijk weer tot rust.

Zo is het nu al meer dan een jaar. “We raken eraan gewend”, zegt Roebina, terwijl ze in de badkamer voordoet hoe je na het gebruik van de wc (“liever niet doortrekken”) bij kaarslicht je handen wast met een pannetje water uit het bad. “Afgelopen winter was het veel erger. Toen moesten we steeds wilde spelletjes met de kinderen verzinnen om ze warm te houden.”

Het is nog schitterend nazomerweer in Jerevan, maar dat duurt niet lang meer. Kan Armenië niet beter Karabach opgeven, vrede sluiten met Azerbajdzjan, de olietoevoer herstellen en het eigen land weer opbouwen? “Armenië s Karabach, de mensen daar zijn onze broeders”, zegt Roebina, die haar gelaten houding nu even verliest. “Als we dat deel van ons land opgeven, kunnen we net zo goed de rest ook opgeven. Karabach is altijd een deel van Armenië geweest en als we daar voor moeten vechten, dan moet dat.” Roebina heeft weinig begrip voor wie dat niet kan begrijpen.

Of Karabach altijd een deel van Armenië is geweest, is moeilijk te bewijzen: Armenië heeft zelf als onafhankelijk land maar nauwelijks bestaan. Nadat het in de oudheid een belangrijke rol speelde, toen de Armeniërs een gebied bewoonden dat grote delen van de Kaukasus en het huidige Turkije besloeg, is het volk bijna ononderbroken geregeerd door buitenlandse machten, die het land telkens maar weer verdeelden.

Maar de volgende jaartallen kan elke Armeniër opsommen: in 301 aanvaardde het land als eerste ter wereld het christendom als staatsgodsdienst. In 405 kreeg Armenië zijn eigen alfabet. In 1915 vermoordden de Turken anderhalf miljoen Armeniërs. In 1920 werden de overlevenden onderdanen van de Sovjet-Unie en in 1923 besliste Stalin dat Karabach voortaan deel zou uitmaken van Azerbajdzjan. In 1988, aangemoedigd door Gorbatsjovs glasnost, begonnen de Armeniërs aan de herontdekking van hun cultuur en begonnen die in Karabach aansluiting te vragen bij Armenië. Dit leidde tot spanningen met Azerbajdzjan en anti-Armeense rellen in de Azerbajdzjaanse stad Soemgait die 26 Armeniërs het leven kostten. Nadat Armenië in december 1988 werd getroffen door een aardbeving werd de hulpverlening gehinderd door de blokkade van Azerbajdzjan. In 1991 werd Armenië onafhankelijk. De leidende politici zijn de mannen die bekendheid hebben verworven met hun strijd voor Karabach.

Minister van economische zaken Armen Jaghiazarjan is een van de weinigen in Jerevan die openlijk twijfelen aan de juistheid van de oorlog om Karabach. Jaghiazarjan vindt als econoom dat de oorlog veel meer kost dan oplevert. Maar hij denkt dat als de regering zou besluiten tot terugtrekking uit Karabach, “we binnen twee dagen zouden zijn afgezet”. “De meeste mensen hier vinden dat nu we voor het eerst weer een eigen land hebben, we de andere Armeniërs die zich bij ons willen aansluiten, niet in de kou kunnen laten staan.”

Hij vreest dat ook als Armenië zich uit de strijd zou terugtrekken, de problemen thuis nog niet zijn opgelost. “Terugtrekking zou een vluchtelingenstroom van gewapende en gefrustreerde Armeniërs uit Karabach tot gevolg hebben, vluchtelingen die nergens anders heen kunnen dan naar hier. Dat is een reëel gevaar wanneer het nationale gevoel over Armenië en Karabach ooit uitgeput zal raken.”

Het is de vraag of dat laatste ooit zal gebeuren. De opera is deze zondagmiddag tot de laatste plaats bezet bij de première van Donizetti's Poliutto, waarin de Armeniërs zich tot het christendom bekeren hoewel de Romeinen hen er om afslachten. “Net als nu”, snikt een dame als de zaal in een ovationeel applaus uitbarst, een applaus dat de dirigent en orkestleden beantwoorden met het triomfantelijk schudden van gebalde vuisten.

“Hoewel de artiesten op sterven na dood zijn, bloeit onze opera volop”, vertelt directeur Tigran Levonian van de Nationale Opera- en Ballet Theater na afloop. “Het is jammer dat nu we eindelijk onze geestelijke vrijheid hebben, we er lichamelijk zo slecht aan toe zijn.” Met geestelijke vrijheid doelt Levonian op de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie. De fysieke tekortkomingen leidden dit jaar al tot het vertrek naar het buitenland van zes zangers, vijftien musici en alle goede dansers.

Levonian blijft. “Na vijftien jaar te hebben moeten nadoen wat in het Bolsjoj gebeurde, kan ik nu eindelijk mijn eigen visie op opera geven.” En die visie is: “De Armeense klassieke geschiedenis tot leven brengen in moderne opera.” Over medewerking van de regering heeft Levonian niet te klagen. De opera is door de regering aangewezen als strategisch object en krijgt 24 uur per dag elektriciteit.

De opera, dat vindt de 28-jarige Armien Grigorian natuurlijk niks. Hij zou het liefst Stevie Wonder naar Armenië halen: deze afgestudeerde student medicijnen en amateur-caberatier organiseert met zijn "cultureel-commerciële' onderneming Sharm namelijk popconcerten. Of beter gezegd: een popconcert, want Grigorian is net begonnen. Hij wil voorkomen dat Jerevan inslaapt door het energie-tekort, zegt hij, terwijl hij zijn Rola-cola drinkt en een hamburger naar binnen werkt.

"Showman en businessman' had hij op zijn kaartje willen zetten, maar hij heeft geen kaartje. Wel lef. En dat concert komt er. De opbrengst zal echter maar voor een klein deel worden geïnvesteerd in Sharm. De rest gaat namelijk naar de Armeense slachtoffers van de oorlog in Karabach. “Vanzelfsprekend”, zegt Grigorian. “Dat is toch het minste wat wij kunnen doen. Iedereen moet zijn deel bijdragen.”

    • Hans Nijenhuis