Gemangelde dromen; Het geestelijk kapitaal van de Palestijnse Birzeit universiteit

In een gebied waar al jarenlang de intifadah woedt, ligt op een rotsige heuvel de Birzeit-universiteit: een symbool van Palestijnse trots en aspiraties. Toch werden studenten jarenlang geweerd door de Israeliërs, die Birzeit beschouwden als een haard van verzet. Nu breekt een nieuwe tijd aan, maar de problemen zijn groot: "Wrok en wantrouwen bepalen de verhoudingen, aan alle kanten dreigt gevaar.'

Schuin tegenover de Damascus Poort, het belangrijkste ontmoetingspunt in het Arabische deel van Jeruzalem, vertrekken de bussen naar de westelijke Jordaanoever. Israeliërs vinden het niet verstandig daarvan gebruik te maken, maar in de bus van 8 uur 15 naar Ramallah is de sfeer gemoedelijk. Als de weinige passagiers een plaatsje aan de schaduwzijde hebben gevonden, zet het voertuig zich rammelend in beweging; de radio verspreidt op volle sterkte vrolijke muziek. Toch zijn enkelen al snel na vertrek ingedommeld.

Alleen een blik uit het raam verraadt dat we in bezet gebied verkeren. Nadat aan de rand van de stad een tweede militaire wegversperring is gepasseerd, wordt het uitzicht steeds troostelozer. Verwaarloosde huizen, met op de daken tv-masten in de vorm van kleine Eiffeltorens, staan lukraak verspreid in een woestenij van bouwvallen en puin. Overal liggen bergen blikjes, flessen en dozen - een waaier van afval waartussen hier en daar een bestofte boom zichtbaar is. In een flauwe bocht van de weg hangt, hoog boven dit alles, een rij triomfantelijke Israelische vlaggen.

Binnen een half uur zijn we in Ramallah, een stadje dat een aanzienlijke rol speelt in de intifadah, de nu al bijna zes jaar durende volksopstand tegen de bezettende macht. In een met Palestijnse vlaggen getooide straat, even voorbij een poelier die korte metten maakt met zijn kippen, vind ik de bus die verder naar het noorden gaat. Na een korte rit stopt de chauffeur bij een zijweg, die langs zoet geurende pijnbomen omhoog voert naar een reeks in de zon blinkende gebouwen. Ze vormen de huisvesting van de Birzeit Universtiteit: een op een heuveltop gelegen bolwerk van Palestijnse trots en aspiraties.

Hanan Ashrawi, ex-docent op Birzeit en sindsdien bekend als woordvoerster van de PLO-delegatie naar de vredesbesprekingen, noemt de universiteit een symbool van het Palestijnse volk. ""Birzeit is veel meer dan een centrum van onderwijs'', zei ze vorig jaar. ""Voor ons vertegenwoordigt deze universiteit de identiteit en continuïteit van Palestina, de vastberaden wil om door te gaan en iets te bereiken.'' Tot haar opponenten in eigen kring behoort dr. Riad Malki, aan Birzeit verbonden als hoogleraar verkeers- en vervoerkunde. In zijn nog koele werkkamer getuigt hij deze ochtend van argwaan jegens de PLO, maar Ashrawi's visie op de universiteit onderschrijft hij volledig. ""Deze instelling is een bastion van nationalisme, daar zijn zowel de Palestijnen als de bezetters en de media van overtuigd'', stelt Malki, een aanhanger van de fundamentalistische verzetsorganisatie Hamas. ""Van begin af aan heeft men zich hier niet alleen ingezet voor de wetenschap maar ook voor de elementaire rechten van de bevolking. Zo is Birzeit een broedplaats geworden van talent en ideeën: ik overdrijf niet als ik zeg dat al onze politieke leiders hier ooit als student of docent actief zijn geweest. Daaraan hebben we onze reputatie te danken.''

Kleurenfoto's

In de gang buiten zijn kamer hangen, zoals op tal van andere plekken, grote kleurenfoto's van een jonge man en vrouw. Het gaat hier om twee studenten die wegens verzetsdaden werden opgepakt: de man, Hazem Eid, bezweek aan martelingen in gevangenschap, de vrouw heet Abeer Al-wihadi en zit nog steeds in de cel, aldus een medestander die zich verlegen voorstelt als Basem. De laatste jaren werden in totaal tien studenten van Birzeit gedood en vele anderen opgepakt, iets dat Basem niet meer dan logisch vindt. ""Bijna iedereen is hier in verzet'', zegt hij, zijn schroom snel overwinnend. ""Sinds alle opgekropte spanning een uitweg vond in de intifadah, vechten de studenten voor hun vrijheid. We gaan de straat op en gooien stenen naar de bezetters, nu al bijna zes jaar lang is dat aan de orde van de dag. Zelf ben ik daarbij eens in de voet geschoten, mijn broer is zwaar gemarteld en anderen werden voor tien jaar vastgezet - iedereen lijdt onder de gevolgen van onze daden. Maar die consequentie aanvaarden wij, voor ons land hebben we dat over.''

Toch kan Basem er niet omheen dat in de praktijk een minderheid van de 3200 Birzeit-studenten een radicale koers kiest. Bij de laatste verkiezingen voor de studentenraad, nu een jaar geleden, ging 67 procent van de stemmen naar aanhangers van de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie die nu op een vergelijk met Israel aanstuurt. Van de rest van de studenten schaarde 32 procent zich achter het aan Hamas gelieerde Islamitisch Blok, in Basems ogen een "gematigde groepering' die geweld tegen andersdenkende Arabieren afwijst maar tegen Israel aanvaardt; slechts één procent bracht zijn stem uit op de Islamitische Groep, een beweging waarvan de leden zich associëren met de extremistische Jihad.

Ondanks de stemverhoudingen beschouwen de Israeliërs Birzeit als "een belangrijke verzetshaard'. Om die reden gaven de autoriteiten, zoals zij al eerder hadden gedaan, eind 1987 opdracht de universiteit te sluiten, een maatregel die ditmaal bijna vijf jaar van kracht bleef. ""Het leger meldde dat hier "cellen van illegale activiteit' waren ontdekt'', aldus Albert Aghazarian, woordvoerder van Birzeit. ""Het is een zeer beladen term die gewoonlijk wordt gereserveerd voor drugshandelaren en terroristen. Ditmaal werd hij op lichtvaardige gronden maar welbewust gebruikt om het onderwijs te criminaliseren.''

Daarbij ging men heel ver, zegt prof. Malki. ""Ook andere universiteiten, talloze scholen en zelfs kleuterscholen moesten hun deuren sluiten. Maar voor Birzeit betekende dit niet het einde. Gebruik makend van privé-huizen zijn we, zo goed en zo kwaad als dat ging, heimelijk doorgegaan met colleges geven. Hieraan waren grote risico's verbonden. Omdat bijeenkomsten van meer dan vijf personen waren verboden, moesten we één voor één en zonder boeken in de hand op bepaalde adressen naar binnen glippen. Later hadden we de moed hetzelfde te doen op de campus: daaraan is het te danken dat we af en toe toch toegang hadden tot de apparatuur en de 94.000 boeken in de bibliotheek.''

Hoewel de regeringsgezinde pers schreef dat militairen een welwillende houding aannamen, stellen Malki's studenten dat de omstandigheden afschuwelijk waren. ""Door de constante dreiging hebben we jarenlang in stress geleefd'', zeggen twee meisjes die, kort voor zij in Delft en Newcastle hun studie gaan voltooien, liever anoniem blijven. ""Vooral de eerste jaren drongen de soldaten nogal eens binnen in huizen waar mensen tijdens de lessen werden gearresteerd. We verkeerden voortdurend in angst en voelden ons bovendien alleen staan, geen enkele organisatie bood hulp. Het enige pluspunt was dat er onderling een grotere eenheid ontstond: voordien was ieder voor zichzelf bezig, nu zetten we de eigen belangen opzij en trokken we één lijn tegen de autoriteiten.''

Averechts gevolg

Wat dit betreft had de sluiting een averechts gevolg: in plaats van de geest van verzet te onderdrukken, nam door deze maatregel de sympathie voor Hamas juist toe. Een lang gesprek waarin Aghazarian en anderen dit duidelijk maakten aan de toenmalige minister van defensie Moshe Arens had het gewenste effect. In het voorjaar van 1992 werd de universiteit, mede onder druk van de Verenigde Staten en Israelische intellectuelen, in fases heropend. Niet lang daarna kreeg de rector van de universiteit, dr. Hanna Nasir, na negentien jaar ballingschap toestemming terug te keren.

""Zijn rentree in maart van dit jaar was onvergetelijk'', zegt zijn dochter Samia Khoury, een markante vrouw van bijna zestig. ""Woorden ontbreken me om aan te geven wat ik voelde toen hij hier binnenstapte. Sinds 1974 was hij niet meer op Birzeit geweest. Op een dag in dat jaar kreeg hij een oproep 's avonds om 10 uur te verschijnen op een vergadering. Bij aankomst werd hij in de boeien geslagen en geblinddoekt in een auto gezet. Een uur later gooide men hem, samen met vier anderen, zonder enig identiteitsbewijs over de Jordaanse grens. "Loop door, als je je omdraait schieten we', was het laatste dat hij te horen kreeg. Dank zij een bericht op de radio hoorden we de volgende ochtend wat er was gebeurd. Sindsdien heb ik mijn vader eens per jaar opgezocht in Amman. De grenscontrole was de laatste jaren een beproeving. Ik moest me volledig uitkleden voor een onbehouwen politie-beambte, die me vroeg hoe zij mij moest zien: als een moslim of een christen. Het laatste is het geval, maar naar mijn idee doet dat er niks toe. "Het spijt mij voor u dat u zulke vragen moet stellen', zei ik dan.''

Nu Birzeit opnieuw functioneert en de PLO met Israel tot een akkoord is gekomen, voelt Samia Khoury geen vreugde. ""Na al het onrecht dat ons is aangedaan, wenst de hele wereld ons geluk met wat wij hebben bereikt. Maar veel is dat niet: we voelen ons als mensen die na een maand vasten een ui krijgen opgediend. Ik kan alleen maar hopen dat we daarmee overleven. Zelf heb ik me in de loop van de tijd bij de politieke situatie neergelegd: naarmate je ouder wordt, neemt de kracht om te vechten af. Het zou mooi zijn als ik nog wat jaren in vrede kan leven.''

Ook anderen zijn nuchter gestemd over de jongste gebeurtenissen. ""De snelheid van de ontwikkelingen overvalt ons'', zegt Aghazarian, heen en weer lopend in zijn rommelige kantoor. ""Na jaren van beteugeling verwacht men van de Palestijnen opeens ongeremde en positieve actie. Maar dat is natuurlijk veel gevraagd: wie jarenlang verlamd op een stoel heeft gezeten, kan niet opeens meedoen aan de Olympische Spelen.'' Na een korte verhandeling over de merites van het akkoord gebruikt hij een andere vergelijking: ""Wat men ons heeft gegeven is een auto zonder koplampen en motor. Toch heb ik het idee dat we hem met de nodige moeite ooit in beweging krijgen. Dit optimisme baseer ik op het Palestijnse karakter, dat ook na jaren van lijden open en dynamisch is. We zullen hard moeten werken en veel moeilijkheden krijgen, maar er is reden om vertrouwen te hebben in de toekomst. Een Arabisch spreekwoord zegt immers: "zolang onze vrouwen voor nakomelingen zorgen, zullen wij nieuwe sterren aan de hemel zien'.''

Donker verleden

Aan het eind van de morgen voert Basem zijn gast rond door de in natuursteen opgetrokken gebouwen van Birzeit. We lopen langs werkvertrekken en simpel ingerichte collegezalen, drinken koffie in de kantine en kijken uit een hoog gelegen lokaal over de rotsige heuvels van Palestina. Dan lopen we het natuurkundig laboratorium in van dr. Safi Safi, een docent met gematigder opvattingen dan mijn begeleider. Terwijl Basem enigszins ongemakkelijk uit het raam staart, spreekt Safi geëmotioneerd zijn vertrouwen uit in het akkoord. ""Ik heb goede hoop dat het geweld zal afnemen en de economische omstandigheden beter zullen worden. Misschien kunnen we ons hier zelfs weer concentreren op de wetenschap in plaats van op de politiek. Jaar in jaar uit hebben we over niets anders gepraat en als dat zo doorgaat zal het ons verstikken. Het is nu tijd onze mentaliteit te veranderen, we moeten ruimte scheppen voor een menselijk leven. Ik droom ervan dat we met onze kinderen 's avonds gewoon op straat kunnen lopen, dat we kunnen genieten van het bestaan in plaats van eeuwig bang te zijn. Wat dit betreft zijn wij teruggeworpen in een donker verleden dat weinig heeft te maken met de situatie waarin de meeste mensen tegenwoordig verkeren.''

Een medewerker van Safi, die aan de andere kant van het vertrek heeft meegeluisterd, geeft een voorbeeld. ""Een tijdje geleden werd er 's nachts om twee uur op de deur gebonkt. Het waren Israelische soldaten die, op zoek naar verzetsmensen, onze zoon wilden verhoren. Zij drongen zijn kamer binnen en zagen een tengere, elfjarige jongen die met zijn duim in de mond lag te slapen. De meeste ouders zouden het vreselijk vinden dat hun zoon is achtergebleven in zijn ontwikkeling, maar wij waren er die nacht dankbaar om.''

Ten afscheid zeggen de docenten dat zij een simpele wens hebben: ""We willen dat onze kinderen na jaren van ellende een normaal leven kunnen leiden, dat is alles.'' Terwijl we even later naar buiten lopen, maakt Basem duidelijk dat hij en zijn medestudenten daarmee niet tevreden zijn. ""Om normaal te kunnen leven hebben we volledige onafhankelijkheid nodig. Pas als het zo ver is kunnen we hier in rust studeren.''

De universiteit komt voort uit een christelijke school die Nabiha Nasir, een zuster van de huidige rector, in 1924 oprichtte in het dorp Birzeit. De school voorzag in een behoefte: ouders brachten hun kinderen van heinde en ver en voldeden het schoolgeld zo nodig in vijgen en olijfolie. ""Van begin af aan was er een sfeer van harmonie'', weet Samia Khoury, een nicht van de oprichtster. ""Christenen en moslims zaten naast elkaar in de klas en ook van een onderscheid in sekse was geen sprake. Niemand durfde er aanmerkingen op te maken dat de familie Nasir haar eigen weg ging.''

Onder leiding van Samia Khoury's vader werd de school aan het eind van de jaren zestig omgevormd tot een universiteit. ""Hij zag het als een plicht daar al zijn energie in te steken, naar zijn idee was hoger onderwijs voor de Palestijnen van essentieel belang. Tenslotte is kennis ons kapitaal, wat in het hoofd zit is het enige dat men ons niet kan afnemen.'' Anderen op Birzeit dragen dezelfde gedachte uit. ""De intellectualistische inslag van dit volk heeft alles te maken met wat in 1948 is gebeurd'', stelt dr. Malki vast. ""In reactie op het verlies van ons land hebben we geïnvesteerd in onderwijs en zelfontplooiing. Geleidelijk aan vonden we zo een nieuwe identiteit die houvast biedt.'' Albert Aghazarian op zijn beurt spreekt van een vorm van overcompensatie die hem, naar hij toegeeft, doet denken aan de weg die de joden kozen. ""Wij hebben met elkaar gemeen dat we ons staande weten te houden, dat we onder moeilijke omstandigheden kans zien te overleven. Eindelijk oogsten ook wij daar enige waardering voor. Dat is belangrijk: een gevangene die weet dat men zich om hem bekommert, geeft de moed niet op.''

Uitwisseling

Vooral tijdens de gedwongen sluiting had Birzeit steun aan de contacten die waren gelegd met buitenlandse universiteiten, waaronder die van Amsterdam en Delft. De laatste jaren kwam het tot uitwisselingen van studenten, een initiatief dat naar men zegt begrip kweekte voor de Palestijnse zaak. ""In Europa merkten we dat er weinig over ons bekend was'', zeggen de twee studentes die binnenkort naar Nederland en Engeland vertrekken. ""Van de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever was men nauwelijks op de hoogte en over ons volk bestonden vreemde ideeën. Veel mensen dachten nog dat Palestijnse meisjes gesluierd op kamelen zitten, maar langzamerhand komt aan dat soort misverstanden een eind. Ook Nederlanders weten nu dat wij, ondanks alles, gewone mensen zijn die opleidingen volgen, banen hebben en ook verder een normaal leven proberen te leiden.''

De band met Nederland wordt verder versterkt nu ingenieurs uit Delft en collega's van Birzeit twee jaar nauw zullen samenwerken op het gebied van milieu en waterbouw. Dit door de EG gefinancierde project betekent een impuls voor de universiteit, die al geruime tijd nauwelijks geld meer heeft om de zaak draaiend te houden. Dit is een gevolg van de financiële crisis die binnen de PLO ontstond toen de Golfstaten, uit woede over Arafats steun voor Saddam Hussein, in 1991 hun toelagen staakten. Volgens de officiële lezing krijgt Birzeit sindsdien zo weinig subsidie dat het collegeld omhoog moest, het onderhoud van gebouwen is opgeschort en het salaris van docenten niet of te laat wordt uitbetaald.

Hoewel ook vluchtelingen en guerrillastrijders geen uitkeringen meer krijgen, neemt Malki de crisis niet serieus. Volgens hem gaat het hier om een spel dat door zijn tegenstander Arafat en de PLO is opgevoerd om de bewoners van de bezette gebieden onder druk te zetten. ""Men wil dat zij zich scharen achter het akkoord met Israel dat, zo luidt de boodschap, aan de financiële problemen een eind zal maken. Maar ik ben ervan overtuigd dat die problemen helemaal niet bestaan. Arafat zei mij persoonlijk dat hij altijd geld heeft gehad. Hij neemt dan ook bergen met geld mee naar Jericho, dat hij gebruikt om steun en loyaliteit te kopen. Waarom zou ik het besteden aan de infrastructuur als we daarvoor toch al geld krijgen van de EG en Japan, luidt zijn redenering. Hij hecht meer waarde aan de verkiezingen van volgende zomer: voor het zover is moet hij ervoor zorgen dat zijn kandidaten winnen.''

Hiermee is niet gezegd dat buitenlandse steun geen belangrijke factor is, voegt Malki er snel aan toe. ""We hebben miljarden dollars nodig voor huisvesting, wegen, scholen en ziekenhuizen, want sinds 1967 is aan dit alles niets meer gebeurd. Vooral in Gaza, een klein gebied met een miljoen inwoners onder wie 600.000 vluchtelingen, moet veel gebeuren. Enorme investeringen zijn noodzakelijk om van deze slechtste plek op aarde nog iets redelijks te maken.''

Maar even noodzakelijk als geld is een stevige morele basis, zegt Albert Aghazarian namens Birzeit. ""We moeten niet strijden voor zomaar een onafhankelijke staat, maar voor een democratie die past bij het open karakter van de Palestijnen. Dat zal niet makkelijk zijn, het ligt in de aard van het politieke establishment de vrijheid aan banden te leggen. Nu al zijn er mensen die tegen geëmancipeerde vrouwen zeggen dat ze terug moeten naar de keuken. Gezien dergelijke tendensen moeten we alert zijn: we hebben een klasse van intellectuelen nodig die een buffer vormt tegen fascistische en andere destructieve krachten. Aan alle kanten zijn er gevaren. De kans bestaat bijvoorbeeld dat in de nieuwe politiemacht straks ex-activisten het recht in eigen hand nemen. Dit soort ontwikkelingen moeten we zien te verhinderen; alleen dan kunnen we, ondanks alle onderlinge verdeeldheid, een eenheid vormen.''

Over één ding lijkt men het in ieder geval eens: moeilijker dan alle andere problemen is het vinden van een nieuwe houding tegenover Israel. Vooralsnog overheerst een gevoel van bitterheid over de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Studenten vertellen over de behandeling die vrienden en bekenden na arrestatie ondergingen: sommigen verbleven enkele etmalen achtereen in een donkere miniatuur-cel, anderen werden nachtenlang uit hun slaap gehouden of moesten in de winter naakt buiten staan, weer anderen ondergingen martelingen. Zo zijn er vele voorbeelden van praktijken die, de studenten zeggen het er nog maar eens bij, zijn vastgelegd in rapporten van organisaties als Amnesty International.

Bepalend voor het dagelijks leven is vooral het niet aflatende gevoel van onvrijheid, wordt gezegd. ""Iedereen die een boodschap doet of in de moskee wil gaan bidden, kan elk ogenblik staande worden gehouden door soldaten. De ene keer bekijken ze alleen je identiteitspapieren, de andere keer winnen ze via hun walkie-talkies informatie over je in, maar hun houding is altijd hetzelfde: ze behandelen je als een inferieur wezen. Dit drukt een stempel op ons hele leven. Ramallah stond vroeger bekend als de zomerstad, een vrolijke plaats waar je uit kon gaan, nu valt er niets meer te beleven. Zo is het overal: op de hele westelijke Jordaanoever is niet één bioscoop, niet één Turks Bad en niet één zwembad meer. 's Avonds zijn de straten uitgestorven, zodra de zon onder is, waagt niemand zich meer buiten. Het is een droevig, doods gebied geworden.''

Prikkeldraad

Twintig kilometer ten zuiden van Ramallah, aan de rand van Oost-Jeruzalem, staat Samia Khoury voor het raam in haar woonkamer. Ze kijkt uit over haar tuin waarachter rollen prikkeldraad de afscheiding vormen van een Israelische legerplaats; even verder staat een uitkijkpost, waarop een soldaat de wacht houdt. ""Het is wonderlijk'', zegt ze, ""dat wij moeten lijden onder het bewind van een volk dat zelf zoveel heeft geleden. Eens te meer wordt hier bewezen dat onrecht in bepaalde omstandigheden nieuw onrecht veroorzaakt. Voor iemand van mijn generatie, die zich nog herinnert dat joden en Palestijnen als goede buren met elkaar omgingen, is dat moeilijk te aanvaarden. Maar een uitweg is er niet: decennia lang nu al bepalen wrok en wantrouwen onze verhouding en hoe langer die situatie voortduurt hoe gecompliceerder hij wordt.

""In 1967, na de Zesdaagse Oorlog, leek het mogelijk tot overeenstemming te komen. Mensen in mijn kring hebben toen opgeroepen tot tolerantie, maar niemand luisterde. Sindsdien is de zaak steeds verder uit de hand gelopen. Onze kinderen groeiden op in abnormale omstandigheden, nu gebeurt hetzelfde met onze kleinkinderen. De enige Israeliërs die zij ooit hebben gezien zijn soldaten, maar daar zijn er dan ook veel van. Wat dit betekent merk je op de kleuterschool: in plaats van huizen en bloemen tekenen ze steevast soldaten en geweren. Voor ons is dat hartverscheurend om te zien.''

Als zij haar zojuist gearriveerde kleindochtertje heeft omhelsd, zegt Samia Khoury dat de permanente noodtoestand aan vrouwen de zwaarste eisen stelt. ""Wij moeten doen alsof het leven gewoon doorgaat. Veel mannen zijn uitgeput en gedesillusioneerd, maar wij staan voor de opgave het gezin bijeen te houden en de kinderen op te voeden. Hoe doe je dat als je altijd in angst leeft dat er iets met hen gebeurt? Hoe moet je ze in deze situatie discipline en morele waarden bijbrengen? Van nature ben ik optimistisch, maar de schrik slaat me om het hart als ik zie voor welke opgave wij staan.''

Terug in Ramallah wijzen twee studenten later die middag de weg naar de bushalte. Als we een kruispunt oversteken, vestigen zij de aandacht op de resten van verbrande autobanden. ""Vijf keer per week zijn er hier acties'', zeggen ze. ""Het is het werk van Hamas, maar wij staan er allemaal achter.'' Als de bus naar de Damascus Poort zich in beweging zet, wuiven ze me hartelijk na.