Demissionair zijn belet regeren niet

Het debatje dat de Tweede Kamer onlangs voerde over de positie van staatssecretaris Simons heeft ons een voorproefje geleverd van de roerende zorg om "staatsrechtelijke zuiverheid' die ons weer te wachten staat als straks alle bewindslieden demissionair worden. "Controversiële onderwerpen' zullen dan niet meer worden behandeld. De vertragingen die dat oplevert zullen schade opleveren voor ons land, maar ja, "staatsrechtelijke zuiverheid' mag kennelijk wat kosten.

Hoezo eigenlijk, staatsrechtelijke zuiverheid? Welke staatsrechtelijke regel wordt hier geschonden? Dat ministers ontslag moeten nemen als zij niet langer het vertrouwen van het parlement hebben? Dat is hier niet aan de orde. Het hoofdredactionele commentaar van 7 oktober heeft het over het verstoord zijn van het natuurlijke "machtsevenwicht' tussen parlement en staatssecretaris. Hoezo verstoord? Welk machtsmiddel is het parlement komen te ontvallen? De staatssecretaris op staande voet naar huis sturen? Dat kan nog steeds. Zijn wetsontwerpen afstemmen? Kan ook nog steeds. Als het machtsevenwicht verstoord is, dan is dat het geval ten nadele van de staatssecretaris: hij kan niet meer met aftreden dreigen. Maar moet dat voor de Kamer een reden zijn om geen zaken meer met hem te willen doen?

De Tweede Kamer heeft drie hoofdtaken: achteraf controleren van het gevoerde bestuur, vooraf invloed uitoefenen op de hoofdlijnen van het beleid en meewerken aan wetgeving. De controle achteraf heeft uit de aard der zaak enige beperkingen. Het kan gemakkelijk zo zijn dat een minister die verantwoordelijk is voor wanbeleid al lang geen minister meer is tegen de tijd dat het wanbeleid blijkt. Maar als hij nog wel minister is, kan de Kamer hem met onmiddellijke ingang het vertrouwen opzeggen. Daarbij is niet van belang of de minister demissionair is of niet.

Bij het uitzetten van de hoofdlijnen van het beleid heeft het kabinet het voortouw. Dat gebeurt in de gewone ambtsperiode even goed als in de demissionaire periode. Er is dan ook geen reden de demissionaire periode in dit opzicht een bijzondere behandeling te geven. In ieder geval zou het primair aan de bewindslieden overgelaten moeten worden te beslissen welke zaken zij voor hun opvolgers willen laten liggen en welke niet.

Bij wetgeving is er al helemaal geen reden voor het stoppen met de behandeling van "controversiële zaken'. De vraag of een minister kan worden weggestuurd speelt in dit kader geen rol. Ministers plegen niet tot aftreden te worden gedwongen omdat zij een onhaalbaar wetsontwerp hebben ingediend. De Kamer stemt het eenvoudig af.

Dat het "staatsrechtelijk zuiver' zou zijn om "controversiële wetsontwerpen' niet te behandelen met een demissionair kabinet behoort tot de mystificaties in onze politieke cultuur. Ooit heeft iemand, die het goed uitkwam, het geroepen en men is het elkaar blijven nazeggen. Het klinkt ook heel wijs en prudent. Maar het is gewoon onzin.

    • H.M. Linthorst