De zaak Elco B. is bijna rond

De georganiseerde misdaad zig-zagt met gierende banden over het woonerf, en heel Nederland zit voor het raam. De achtervolging is ingezet. Ademloos kijken we toe hoe de gepantserde dienstauto van onze minister als een grommende pit-bull de mafiosi de verkeersdrempels over jaagt, totdat zij zich hopeloos klem rijden tussen de vrolijke klimrekken op een speelpleintje. Weer een beslissende slag in de war against crime, pal voor onze deur.

Een zelden vertoonde combinatie van wereldvreemdheid, vastberadenheid, evangelische roeping en computergekte heeft net op tijd de supercop opgeleverd waar de Nederlandse samenleving zo hard aan toe was. Eliot Ness en Dale Cooper verenigd in het christen-democratische bijtertje Hirsch Ballin. En zijn bezems reiken tot onder de zwaarste dressoirs en de stevigste kabinetten.

Ook bij onze volksvertegenwoordigers breekt het angstzweet uit nu het centrale rechercheteam alle mogelijke gegevensbestanden aan het koppelen is. Ongemakkelijk schuiven de dames en heren politici op hun zetels. De slimsten onder hen zagen de bui hangen en hebben zich bij voorbaat teruggetrokken uit het felle Haagse licht. Zij worden, heel bescheiden, wethouder in Rotterdam, of vinden het plotseling tijd worden om hun memoires op schrift te stellen. Zittende ministers zijn ineens niet beschikbaar voor nóg een periode regeringsverantwoordelijkheid, en geheide kandidaten willen het zover niet eens laten komen. Zowel Wiegel als Bolkestein houden de eer liever aan zichzelf. De PvdA dacht de problemen structureel te moeten aanpakken door het gehele partijapparaat uit voorzorg te vernieuwen. Helaas blijkt nu dat de headhunters geen enkele cleane kandidaat meer kunnen vinden aangezien Hirsch Ballins task force ook toegang heeft tot de bestanden van de Sociale Dienst en de Informatiseringsbank.

Studeren met een uitkering was jarenlang de leefstijl van het intellectuele deel van de Amsterdamse kraakbeweging, en juist daaruit hoopte Rottenberg een nieuw soort politicus te recruteren. Trouwens ook hijzelf liet al verdacht vroeg weten dat zijn ambities niet in Dan Haag lagen, en verblijft de laatste tijd regelmatig op een vluchtadres in Frankrijk. De onderwijsspecialisten in het rechercheteam hebben waarschijnlijk al in een eerder stadium een paar onrechtmatig verkregen studiepunten geconstateerd.

Bij D66 zijn de problemen minder. Sinds jaar en dag vangt Van Mierlo daar alle publiciteit op, zodat de anderen rustig hun gang kunnen gaan. Fascinerend is ook de wijze waarop Groen Links de dreigende ontmaskering tracht te voorkomen: de duo-constructie. Wijzen naar de ander als de politie voor de deur staat, blijft de opportunistische strategie van de oud-stasi.

Nog fascinerender wordt het als we naar het CDA kijken. Deze partij heeft een traditie hoog te houden in het afleiden van de aandacht als men zelf onder vuur komt te liggen. Het is ook de partij waar het aangeschoten wild de beste overlevingskansen heeft. En als de bewijslast overtuigend dreigt te worden is men niet te beroerd om een paar van deze zwakke broeders, bij voorbeeld wat burgemeestertjes in het diepe Zuiden, alsnog de troika uit te gooien om de jagende meute op afstand te houden.

Maar met de meesterspeurder in de eigen kring beginnen de oude tactieken te doorzichtig te worden, en stapelen de risico's zich op. In paniek heeft men getracht het gevaar bij de wortel uit te roeien door Hirsch Ballin te laten struikelen over zijn strategische heenzendbeleid (nodig natuurlijk om celruimte vrij te maken voor de hoge bazen zelf), maar dat was een wanhoopsdaad, die dan ook jammerlijk mislukte. Feller dan ooit beet hij zich vast in zijn opdracht. Van naïviteit kon nu helemaal geen sprake meer zijn. En het CDA ging fouten maken, grote fouten... De grootste blunder beging de fractieleider onlangs zelf. Tijdens een interview met Bibeb van Vrij Nederland liet hij glimmend van trots de pas aangebouwde serre van huize Brinkman zien. “Warme kleuren, boeken langs de langste wand”, zo noteerde de journaliste ijverig, “maar ook in een stapel op de donkere houten vloer, witte kleden, twee prachtige schilderijen van Kees van Bohemen, kleine beelden van brons, in smal zilver ingelijste portretjes, geluidsinstallatie, cd's, veel jazz.”

Bingo!, riep het hele rechercheteam toen op de inventarislijst de naam Van Bohemen opdook. Waren dat niet dezelfde schilderijen die Brinkman in zijn ministerkamer in Rijswijk aan elke interviewer liet zien? Op 30 mei 1987 zag Elsevier ze nog hangen. Toen waren ze nog staatsbezit.

Onmiddellijk werd het kaalplukteam naar Leiden gedirigeerd.

Onze minister van justitie kamde zijn snorretje, en draaide het nummer van Huis ten Bosch.