De landbouw wordt in Afrika als stiefkindje behandeld

IBADAN, 23 OKT. Kenia, tot voor kort zelfvoorzienend in voedsel, moet sinds enkele jaren voedsel importeren. In Ivoorkust en Ethiopië, waar de afgelopen decennia miljoenen hectare bos zijn gekapt, is daardoor de regenval afgenomen en gaat de verdroging van landbouwgronden door. In Zambia, na twee jaar ernstige droogte, is dit jaar een grote oogst mais binnengehaald, maar de regering kan het overschot niet opslaan of verkopen. De voedselproduktie per hoofd van de bevolking in Afrika neemt af, de ondervoeding toe. De landbouwsector, basis van de Afrikaanse economie, verkeert in een crisis.

“In Europa heb je weinig boeren met ontzaglijk veel macht, in Afrika heb je enorm veel boeren met weinig macht”, zegt Lukas Brader. Deze Nederlander is hoofd van het Internationale Instituut van Tropische Landbouw, een internationaal onderzoekscentrum bij de Nigeriaanse stad Ibadan. “Afrikaanse boeren zijn niet goed georganiseerd”, vervolgt hij. “Landbouwcoöperaties of boerenbonden kom je in Afrika nauwelijks tegen. De boeren hebben geen stem. Daarom konden Afrikaanse leiders na de onafhankelijkheid straffeloos de nadruk leggen op industrialisering. De landbouw is als stiefkindje behandeld.”

De meeste Afrikanen zijn boeren, maar de landbouw is verontachtzaamd. Sinds acht jaar beloven de Afrikaanse leiders beterschap. De meeste regeringen breidden hun landbouwbegrotingen uit. Voedselprijzen zijn verhoogd. Maar vooralsnog boekten deze hervormingen geen overweldigend succes. Door de economische crisis blijft er weinig geld over voor hervormingen. De economische crisis overigens werd deels veroorzaakt door teruglopende prijzen op de internationale markten van exportgewassen als koffie en cacao. Vergeleken bij tien jaar geleden zijn deze prijzen gehalveerd.

“Het is een vicieuze circel”, meent Brader. “De voedselprijzen zijn niet afgesteld op door de boeren gemaakte kosten, maar op wat de stadsbevolking zich kan veroorloven. Je dient dus eerst de economische situatie te verbeteren om hogere salarissen te creëren, waarna de stadsbewoners voor een goede prijs van de boeren voedsel kunnen kopen. Maar de economie van Afrika kan pas verbeteren wanneer de landbouw wordt gestimuleerd. De uitweg voor dit dilemma is om de landbouw aantrekkelijker te maken en daarbij zullen subsidies moeten worden ingesteld. De landbouw vormt de enige mogelijkheid om Afrika uit het moeras te halen.”

De traditionele landbouwmethodes bleken tot dertig jaar geleden voldoende om de bevolking te voeden. Na de onafhankelijkheid in de jaren zestig exporteerde Afrika zelfs voedsel. De meest voorkomende vorm was zwerflandbouw. Boeren verbouwden enkele jaren hun akker, lieten deze vervolgens braak liggen om na ongeveer tien jaar hun activiteit op deze grond te hervatten. Het was een duurzame maar weinig produktieve vorm van landbouw. Door de hoge bevolkingstoename van 3,3 procent per jaar, gekoppeld aan de groeiende stadsbevolking en de veranderende eetgewoontes, blijken deze tradities niet meer toepasbaar. Afrika heeft een groene revolutie nodig.

Waarom is die, in tegenstelling tot in Azië, in Afrika nooit van de grond gekomen? “De groene revolutie was in Azië een groot succes, want er bestond voldoende goed plantenmateriaal en mogelijkheden tot irrigatie”, vertelt Brader. “In Afrika is het percentage geïrrigeerde landbouwgrond slechts een paar procent, de voorwaarde voor irrigatie ontbreekt. Bovendien is de groene revolutie verbonden aan gewassen als rijst, tarwe en in mindere mate mais, gewassen die een lange geschiedenis kennen van onderzoek en verbetering. In Afrika gaat het om cassave, bananen en plantaan. Dat zijn weinig veredelde gewassen.”

Een extra belemmering vormt de slechte bodemgesteldheid in Afrika bezuiden de Sahara. Behalve enkele vulkanische gronden in Zuid-Kameroen en de Oostafrikaanse hooglanden blijkt Afrika vrij onvruchtbaar. Ook Zuid-Afrika, momenteel het best producerende land, heeft een arme landbouwgrond en zal in de toekomst vermoedelijk voedsel moeten importeren uit bijvoorbeeld Mozambique. De Afrikaanse grond wordt gemakkelijk vernietigd, door zware regenval - de mineralen spoelen weg -, of door hoge temperaturen die de organische materialen afbreken. De grond heeft bovendien de neiging te verzuren. “Landbouw bedrijven in Afrika is een moeilijke zaak, moeilijker dan in Azië en moeilijker dan in een gematigd klimaat zoals in Nederland”, aldus Brader.

Wat zijn de mogelijkheden voor verbetering? Lukas Brader toont zich geen pessimist. “Als we de landbouwactiviteiten gaan verhogen kan op dezelfde grond als nu voedsel worden geproduceerd voor de bevolking in de komende dertig jaar”, stelt hij. Hij waarschuwt echter: “Als we doorgaan met dezelfde landbouwmethodes, dan zullen de laatste bossen worden weggekapt en de savannes vernietigd.”

Er vallen enkele successen te melden. In Nigeria bijvoorbeeld verdubbelde in zeven jaar de produktie van cassave na verbetering van de plant. Maïs wordt op steeds grotere schaal verbouwd in West-Afrika, op de savannes staan nu grote velden van dit gewas. “Als de boer de mogelijkheid ziet om zijn produkt te verbeteren doet hij dat, hij staat open voor vernieuwing is mijn ervaring”, betoogt Brader. “Maar we zien nu helaas een terugval. Het is moeilijk om aan kunstmest te komen, door de economische crisis en door slechte organisatie. Je begrijpt dat een boer dan geen veredelde zaden aanschaft, hij neemt geen risico's.”

Onderzoek vormt volgens Brader de sleutel tot een groene revolutie, een revolutie die zich in Afrika per definitie in een laag tempo zal voltrekken. Het Internationale Instituut voor Tropische Landbouw, het grootste in zijn soort in Afrika, werkt aan het kweken van verbeterde gewassen, aan gewasbescherming en aan het ontwikkelen van nieuwe teeltsystemen. De kwaliteit van landbouwonderzoek in Afrika ligt laag. “Zelfs in Nederland wordt twee procent van het bruto produkt uit de landbouw geherinvesteerd voor onderzoek”, aldus Brader. “In Afrikaanse landen, die veel meer afhankelijk zijn van landbouw, bedraagt dat een half procent, meestal minder.” Intussen neemt de steun van internationale financiële instellingen als de Wereldbank af voor projecten in de Afrikaanse landbouw. Ook het Internationale Instituut voor Tropische Landbouw moet volgend jaar zijn activiteiten met tien procent inkrimpen door teruglopende fondsen.