Commissie: UvA moet faculteiten vervangen door vier "clusters'

AMSTERDAM, 23 OKT. De Universiteit van Amsterdam moet haar huidige faculteiten opheffen. In plaats daarvan kunnnen vier "clusters' komen, voor alfa-, bèta- en gamma-studies en geneeskunde.

Het onderwijs en onderzoek aan de universiteit kan dan worden ondergebracht in instituten binnen die clusters. Vakgroepen, het laagste universitaire bestuursniveau, maken plaats voor "disciplinegroepen', die een veel minder grote invloed moeten hebben op de onderwijs- en onderzoeksprogramma's.

Dat stelt een commissie onder leiding van prof.dr. J. Zwemmer die de universiteitsraad van de UvA moet adviseren over een vernieuwing van de universitaire bestuursstructuur. De commissie biedt haar rapport volgende week donderdag aan het universiteitsbestuur aan.

De aanbevelingen in het rapport behelzen een ingrijpende herverkaveling van de huidige structuren, met als opvallendste element een vermindering van de invloed van de vakgroepen. Vakgroepen of "disciplinegroepen' zouden, aldus het commissielid prof.dr. H. Pinkster, vooral een dienstverlenende taak krijgen ten opzichte van de onderwijs- en onderzoeksinstituten. Die instituten - Pinkster schat het gewenste aantal op ongeveer twintig voor onderwijs en dertig tot vijftig voor onderzoek - stellen vast hoeveel werk ze willen van welke vakgroepen. De clusters, ofwel "faculteiten-nieuwe-stijl', krijgen een directeur, bestuur en raad. Zij verdelen het geld, dat wordt toegewezen door het centrale bestuur van de universiteit.

Volgens de commissie kan de universiteit in de voorgestelde opzet veel soepeler inspelen op de vraag van studenten, kan er een betere samenwerking tot stand komen tussen verschillende disciplines en worden versnippering van het onderwijs en ondoelmatige inzet van personeel voorkomen. Scheiding van onderwijsaanbod (disciplinegroepen) en onderwijsvraag (instituten) is bovendien gewenst omdat nu “bij het nadenken over studieprogramma's binnen een vakgroep vaak de personele consequenties voor diezelfde vakgroep zwaar meewegen”, aldus Pinkster.

Dr S. Noorda, lid van het college van bestuur, onthoudt zich voorlopig van commentaar op het advies. “We krijgen nu dit rapport, maar er ligt ook een eigen instellingsplan van het college van bestuur, en een voorstel om de financiering van de faculteiten anders te regelen. Daar willen we intern eerst eens goed over van gedachten wisselen.” Noorda hoopt dat vóór de jaarwisseling overeenstemming is bereikt over de toekomstige structuur van de universiteit.

Het ministerie van onderwijs wil de universiteiten al enkele jaren grotere autonomie gunnen om hun bestuur zelf in te richten. Volgens Pinkster biedt de recent in werking getreden Wet op het Hoger Onderwijs voldoende ruimte om het voorstel van de commissie uit te voeren. Wel zou het bestuursreglement moeten worden aangepast.