Canadezen stemmen in teken van verdeeldheid

Is Canada na maandag Canada nog wel? De Canadese kiezers stellen maandag de traditionele machtsverhoudingen in hun land op de proef, zo zeer dat ernstige nationale verdeeldheid meer dan ooit in het verschiet ligt. De Canadese politiek is van oudsher een pas de deux: met gewoonlijk de Liberalen aan de macht, maar de afgelopen negen jaar de Conservatieven. Als derde partij vervullen de Nieuwe Democraten de rol van sociaal geweten en edelfigurant.

Aan dit rituele getouwtrek komt nu een einde. De opiniepeilingen voorspellen een ongekende verschuiving: de kiezers zullen de regerende Tories enthousiast uitwuiven met een proteststem voor twee regionale partijen - ze zijn de zwaarste naoorlogse recessie, de werkloosheid van 1,6 miljoen mensen (11,6 procent) en de traditionele politiek meer dan beu. De Liberalen koersen af op de overwinning, maar het is nog onduidelijk of zij een meerderheidsregering kunnen vormen, zo groot is - tegen alle verwachtingen in - de aanhang van de twee kleine partijen.

Beide stammen uit voormalige Tory-bastions. Het Bloc Québécois dat drie jaar geleden voortkwam uit de rijen van ontevreden Tories en onder leiding staat van oud-ambassadeur en -minister Lucien Bouchard, streeft naar soevereiniteit van de Franstalige provincie Québec aan de oostkust; en als het even kan, binnen drie jaar. De Reform Party uit de westelijke provincie Alberta, aangevoerd door Ross Perot-kloon Preston Manning, zakenman en zoon van een ex-Alberta-premier, verenigt een rechts populisme met een hekel aan de onafhankelijkheidsdrang van Québec. Volgens analisten drijft het vooruitzicht van winst van het Bloc Québécois alleen maar meer kiezers in Engelstalig Canada naar de Reform Party. Die heeft nu één parlementszetel, maar worden er 40 tot 50 toegedicht.

Vooral de expansie van het Bloc maakt de toekomst van Canada onzeker: voor het eerst in de 126-jarige geschiedenis van de Canadese federatie kunnen separatisten uit Québec een aanzienlijke machtsbasis in het federale parlement (295 zetels) veroveren. Volgens de ene peiling stijgt het aantal zetels van acht naar 65 - het leeuwedeel van de 75 zetels die de provincie Québec in het nationale parlement heeft en die nu in handen zijn van de Tories. Volgens een andere peiling kan het Bloc zelfs de tweede partij worden. En daarmee komt een afscheiding van de zeven miljoen Québécois van de overige 21 miljoen Canadezen - al jaren goed voor constitutioneel geharrewar - dichterbij dan voorheen.

Zo ontpopt de degelijke Westerse bondgenoot Canada zich plotseling als een trendvolger van grillige internationaal-politieke ontwikkelingen: afkeer van traditionele politiek, separatisme en Ross-Perotisme. De dreiging van een oplawaai voor de grote partijen - ook voor de Nieuwe Democraten -, de mogelijkheid van een zwakke minderheidsregering en van Canadese instabiliteit hebben 's lands dollar de afgelopen weken al in een vrije val gebracht.

De Conservatieve premier en partijleider Kim Campbell stond voor de onmogelijke opgave om in een verkiezingscampagne van 47 dagen de herinnering aan haar ronduit gehate voorganger Brian Mulroney uit te wissen - ook al is ze de populairste politicus van het land. De Tories kozen haar in juni tot opvolger van Mulroney, die na twee gewonnen verkiezingen zijn negenjarig bewind afsloot als de impopulairste premier in de Canadese historie; niet alleen door de recessie maar ook door een goederen- en dienstenbelasting van zeven procent en het vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten, en inmiddels ook Mexico (NAFTA).

De 47-jarige juriste uit Vancouver, beschouwd als een nieuw en fris gezicht maar ook als een politieke maagd, stortte zich van oost tot west in het barbeque-circuit, maar wist zich overal achtervolgd door de economische erfenis van Mulroney en vooral het stigma lid te zijn van dezelfde partij. Zij maakte de aanpak van het begrotingstekort (circa 50 miljard gulden) tot haar centrale thema, echter zonder nieuwe of bezielende ideeën aan te reiken.

Door haar al eerder opgevallen gemis aan politieke intuïtie reeg zij bovendien de ene miskleun aan de andere; haar moeizame Frans nog daargelaten. De werkloosheid in Canada zou vóór het jaar 2000 niet verbeteren, zei ze openlijk en verbaasde zich vervolgens over de ophef die deze uitspraak losmaakte. En waar er dan precies moest worden bezuinigd om het begrotingstekort terug te dringen, zou ze nà de verkiezingen wel aangeven, beloofde ze, de kiezers in het ongewisse latend over ingrepen in hun relatief genereuze sociale stelsel.

Dat peperde haar directe rivaal, de Liberale leider Jean Chrétien (59), haar herhaaldelijk in door te wijzen op Campbells “geheime agenda”. Ook merkte hij op: “The Conservatives say: don't call us, we call you in the year 2000.” Niet dat Chrétien nu zelf zulk groot enthousiasme wist te ontketenen. Hij is een oudgediende uit de school van de ex-premier en partijleider Pierre Trudeau, een "dinosaurus' met dertig jaar ervaring in de politiek, waarvan de helft als minister van zware portefeuilles. Chrétien, een advocaat uit Québec maar een geboren federalist, staat bij veel Canadezen te boek als yesterday's man, ondanks zijn pose in denim GAP-shirt op de campagne-affiche. Een politiek analist omschreef de keuze tussen Campbell en Chrétien niet voor niets als die tussen “de frisse leider van een vermoeide partij” en “een vermoeide leider van een frisse partij”.

Desondanks vergrootte de veteraan de voorsprong van de Liberalen, door de Canadezen nieuwe banen en behoud van hun sociale stelsel en van hun gratis gezondheidszorg te beloven. Hij lanceerde een plan om zes miljard dollar in publieke werken te pompen, om daarmee banen te scheppen. Het was een boodschap van reactiveren - à la Bill Clinton in 1992 - en economisch riep het zeker vragen op, maar het was tenminste een plan.

Ook kondigde Chrétien aan de onderhandelingen over het NAFTA-verdrag dat volgens velen de werkeloosheid in Canada omhoog heeft gejaagd, te willen heropenen - om het op onderdelen aan te passen. En dat is door de collectieve weerzin tegen nog grotere toenadering tot de Verenigde Staten evenmin op veel verzet gestuit.

De programma's van de twee regionale partijen spreken voor zich. Het Bloc Québécois heeft behalve betere behartiging van de belangen van Québec in feite maar een punt: onafhankelijkheid. De kiezers in Québec gaan er kennelijk van uit dat zij er economisch alleen maar beter van worden als het Bloc hun belangen in Ottawa verdedigt. Bovendien hebben ze er geen vertrouwen meer in dat er na tal van pogingen nog een constitutionele oplossing komt voor de bescherming van de Franse taal en het Franse erfgoed binnen de federatie. Bloc-leider Bouchard (54) heeft de andere partijen al een vreedzame dialoog over de afscheiding aangeboden. Maar de uiteindelijke beslissing over onafhankelijkheid moeten de Québeckers volgens hem zelf nemen in een referendum.

De Reform Party verkoopt onder leiding van de 51-jarige zakenman Manning voornamelijk populistische wijsheden - een evenwichtiger begroting, kleinere regering en minder immigratie. Een beetje aanhanger van zijn partij heeft genoeg van hoge belastingen, vroegtijdige vrijlating van criminelen en rechten voor homoseksuelen. Veel van deze slogans worden inmiddels vanaf het olierijke Alberta tot in het dichtbevolkte Ontario met instemming begroet, vooral door ontevreden Tory-kiezers maar ook door aanhangers van de Liberalen.

Premier Campbell kan alleen maar hopen dat haar hetzelfde overkomt als Mulroney in 1988. Die stond ook op een geweldige achterstand maar liep die op de valreep in. “Zodra de Conservatieven proberen de Liberalen uit te dagen, verdwijnt hun steun naar de Reform Party of het Bloc”, zo schetste professor Michael Bliss, historicus aan de universiteit van Toronto, onlangs het “strategische probleem” van de Tories. En een opiniepeiler voorspelde: “Dit is de eerste keer dat de partij die het minst belooft, het meest kan krijgen.”

En dat is geen sinecure in een land dat zich tot nu toe altijd profileerde als betrouwbare bondgenoot en middelgrote macht - niet alleen als partner in het ingrijpende NAFTA-verdrag, maar ook als deelnemer aan vredesmissies in Bosnië, Somalië en Haïti en - nog steeds - als lid van de G-7, de groep van zeven rijkste industrielanden.

    • Robert van de Roer