ARCHIEFZORGEN (2)

G. Kleis schrijft in zijn brief in het Boekenbijvoegsel van 16-10-93 onder andere dat hij ""van een socioloog moest vernemen dat hem bij onderzoek in het Amsterdamse gemeentearchief'' was gebleken ""dat een archief waarin hij onderzoek deed plotseling vernietigd bleek te zijn''; en dat - voegt hij eraan - ""nota bene (in) een stad die altijd zo prat gaat op haar rijk en gevarieerd verleden''.

Inderdaad, een schandaal! - als het zou kloppen. Ik kan de verontruste lezers geruststellen: het verhaal klopt niet en berust op een misverstand, een misverstand dat ik zelf in de wereld heb geholpen en dat ik er ook zo snel mogelijk weer uit wil hebben.

Waar gaat het over? De desbetreffende socioloog, Gert Hekma, heeft voor zijn interessante, amusante en soms ook ontroerende boek over de opkomst van de homoseksuele kroegcultuur 1930-1970 "De roze rand van donker Amsterdam' gebruik gemaakt van rapporten van de zedenpolitie die in het archief werden opgeborgen bij de serie drankwetvergunningen. De "vergunningen' zijn in principe vernietigbaar en onlangs vernietigd. Toen Hekma mij begin dit jaar vroeg of daarbij ook de rapporten van de zedenpolitie vernietigd waren, heb ik daarop in eerste instantie positief geantwoord, tot mijn schande zonder dat eerst te verifiëren in het politiearchief zelf. Enige maanden later bleek echter dat de verantwoordelijke ambtenaar niet mechanisch had vernietigd wat op de lijst stond, maar juist zorgvuldig had bewaard wat uit historisch oogpunt bewaard moest worden: de door Hekma gebruikte rapporten van de zedenpolitie zijn niet vernietigd en nog steeds te raadplegen op het gemeentearchief van Amsterdam voor onderzoek naar het sociale leven "aan de zelfkant'. Ik wil hieraan toevoegen dat het bepaald niet de politiek van het Amsterdamse archief is blindelings uit archieven of archiefbestanddelen te vernietigen.

Het historische belang ervan wordt scrupuleus in de gaten gehouden, mede op basis van adviezen van onderzoekers en andere gebruikers. Het is zeker niet zo dat - zoals Kleis schijnt te veronderstellen - ""uitsluitend archiefstukken met betrekking tot overheidsbesluiten worden geconserveerd, terwijl stukken met betrekking tot individuele burgers spoorloos verdwijnen'', nog minder dat ""voor archiefstukken betrekking hebbend op vooraanstaande families een uitzondering wordt gemaakt''. Ik hoef in dit verband slechts te wijzen op het zeer omvangrijk archief van de sociale dienst (1870-1940), waarvan de persoonsdossiers in principe voor vernietiging in aanmerking zouden komen, maar waaruit niet vernietigd is, omdat deze dossiers - uiteraard met inachtneming van de vereiste regels voor privacy - in toenemende mate worden gebruikt om het leven en de levensomstandigheden van de "onderste lagen' in de Amsterdamse samenleving in kaart te brengen. De stad Amsterdam gaat terecht prat op haar rijke en gevarieerde verleden en stelt in de vorm van de uitrusting van het Gemeentearchief ook ruime middelen ter beschikking om bestudering van dat verleden mogelijk te maken. Dat wij op een uiterst zorgvuldige en historisch verantwoorde wijze omgaan met het in de archieven en verzamelingen opgeslagen historische materiaal spreekt voor ons vanzelf.

    • Ad Knotter
    • Gemeentearchief Amsterdam