Alternatieve middelen toetsen door middel van black box-benadering

ROTTERDAM, 23 OKT. Ze helpen wel maar ze werken niet. Zo omschreef advocaat mr. G.R.J. de Groot namens de gedaagde staatssecretaris Simons vorige week in een kort geding de antroposofische en homeopathische geneesmiddelen, die per 1 juli van dit jaar definitief niet meer worden vergoed in het basispakket van de AWBZ. De Haagse rechtbankpresident mr. A.H. van Delden riep De Groots definitie gisteren in herinnering bij het voorlezen van het vonnis in het kort geding dat de Landelijke Patiëntenvereniging ter Bevordering van de Anthroposofische Gezondheidszorg, de Vereniging voor Recht en Persoonlijke Vrijheid in de Gezondheidszorg en de Koninklijke Vereniging tot Bevordering der Homeopathie in Nederland en veertien particulieren hadden aangespannen tegen staatssecretaris Simons. Hun eis om het besluit ongedaan te maken werd verworpen.

De consequentie van het besluit is dat ziekenfondspatiënten hun homeopathische en antroposofische medicijnen voortaan bij aankoop in apotheek en drogist contant moeten betalen. Wel bestaat voor een deel van hen de mogelijkheid tot declaratie aangezien veel ziekenfondsen althans voor volgend jaar hebben besloten de middelen toch te vergoeden. Ook een aantal particuliere verzekeraars is in het gat gesprongen. Er zijn in Nederland 2.621 alternatieve geneesmiddelen op de markt. De Ziekenfondsraad heeft de kosten voor homeopathische en antroposofische produkten voor 1992 geraamd op 65 miljoen.

Werkzaamheid, en vooral de toetsbaarheid daarvan, is opnieuw het belangrijkste thema in de discussie over alternatieve medicijnen. De belangenorganisaties van de alternatieve geneeskunst lieten tijdens het kort geding weten dat bij de beoordeling van hun geneesmiddelen met een andere maat moet worden gemeten dan bij de beoordeling van gewone medicijnen. Waarom veel mensen baat hebben bij alternatieve medicijnen is onbekend, toetsing aan de hand van criteria die op gewone geneesmiddelen worden toegepast is niet mogelijk en daarom moet toetsing plaatsvinden volgens een methodiek waarin de alternatieve genezers zich kunnen vinden, aldus de redenering. Hierin vinden de alternatieve genezers vele tegenstanders op hun weg. “Dat de gangbare methoden van onderzoek niet geschikt zijn voor onderzoek van de werkzaamheid van homeopathische en antroposofische geneesmiddelen is niet geloofwaardig”, aldus de rechtbankpresident Van Delden, die eraan toevoegde: “Aantoonbare werkzaamheid is een eis die zeker gesteld mag worden.”

De uitspraak van de rechtbankpresident ligt in de lijn van het deze week verschenen rapport "Alternatieve Behandelwijzen en Wetenschappelijk Onderzoek' van de Gezondheidsraad. Hierin waarschuwt de Raad voor een "aangepaste methodologie' voor onderzoek naar de werking van alternatieve geneeskunst. “Deze betiteling zou de suggestie kunnen wekken dat, gezien de complexiteit van wetenschappelijk onderzoek op alternatief gebied, zou kunnen of moeten worden volstaan met onvoldoende of niet gevalideerde methoden.” De Gezondheidsraad is van oordeel dat ondanks de verschillende uitgangspunten die de reguliere en de alternatieve geneeskunst er op na houden wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve geneeskunst zeer wel mogelijk is. Dit zou dan moeten gebeuren volgens de zogeheten black box-benadering, waarin alleen de uitgangssituatie en de eindsituatie van een patiënt wordt gemeten. Wat er tijdens de behandeling gebeurt en wat van beslissende invloed is op het effect, is bij de black box-benadering minder belangrijk. Een verklaring op moleculair niveau, die in de reguliere geneeskunde tegenwoordig het summum van wetenschappelijkheid is, blijft dan achterwege. Bij de black box-benadering blijft wel de mogelijkheid bestaan om het effect van een behandeling te vergelijken met een controlegroep die een nepbehandeling of nepmedicijn (placebo) krijgt.

Er lijkt voor alternatieve genezers niet veel anders op te zitten dan mee te werken aan zulk toetsingsonderzoek, althans als zij serieus willen worden genomen en hun patiënten in aanmerking willen laten komen voor vergoedingen door verzekeraars. Immers, zoals de Gezondheidsraad schrijft: “Voorwaarde voor acceptatie van alternatieve behandelwijzen buiten de eigen kring is derhalve ten minste enig inzicht in de wijze waarop eventueel geconstateerde effecten tot stand komen.”

De laatste twee organisaties zijn overigens door het Havenbedrijf betrokken bij het plan voor natuuraanleg aansluitend bij de Maasvlakte 2. Ir. Van den Berg van de projectorganisatie Maasvlakte 2: “Wij hebben beide organisaties gevraagd te studeren op de wijze hoe natuur ontwikkeld kan worden, door natuurbouw of op dynamische wijze en hoe het beheer zou moeten worden georganiseerd. Daar hebben wij geen verstand van. Het Zuidhollands Landschap en Natuurmonumenten stemden daar mee in onder de conditie dat zij zich daarmee niet committeren aan de tweede Maasvlakte. Overigens wordt op de kustmorfologische effecten van een tweede Maasvlakte nog gestudeerd.”