Vrijdag 22; Een miljoen

In 1987 besloot het ministerie van WVC twee theatergezelschappen in de provincie op te heffen. Dat waren Globe in Eindhoven en Theater in Arnhem. De reden was dat de artistieke kwaliteit laag was; ze waren verstard en doodgebloed. Met de opheffing kwam tien miljoen gulden vrij.

In plaats van de vaste gezelschappen creëerde WVC zogenoemde toneelvoorzieningen: kleine organisaties met een artistieke en een zakelijke leiding, die per voorstelling een regisseur, decorontwerper en acteurs inhuren. Het mes sneed aan twee kanten. Een voorziening is goedkoper omdat de contracten niet over een heel seizoen lopen. En ze fungeert als kweekvijver voor eventuele vaste gezelschappen.

WVC erkende vijf jaar geleden al dat een voorziening niet ideaal is. Theater gedijt nu eenmaal beter wanneer acteurs en regisseurs een tijdlang kunnen samenwerken binnen de beslotenheid van een vast ensemble. Pas dan kan het eigen gezicht van een groep ontstaan. Maar de situatie van het Nederlandse toneel rechtvaardigde volgens het ministerie op dat moment geen zes repertoiregezelschappen: drie in de grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam) en drie in de provincie. Sinds 1987 telt Nederland drie toneelvoorzieningen: het Noord Nederlands Toneel in Groningen, Theater van het Oosten in Arnhem en het Zuidelijk Toneel in Eindhoven.

Vorige week liet regisseur Ivo van Hove van het Zuidelijk Toneel weten niet langer aan het hoofd van een voorziening te willen staan. Volgens hem is toneel veel meer gebaat bij een groep spelers en een regisseur die welbewust de intimiteit en zekerheid van een repertoiregezelschap zoeken. Van Hove verbindt dus consequenties aan de scepsis die WVC in een eerder stadium onderkende. Echt onverwacht komt zijn besluit niet. Ruim een jaar geleden gaf hij al te kennen dat het woord "voorziening' hem aan een hospitaal deed denken.

WVC reageerde opmerkelijk laconiek en opgetogen op Van Hoves beslissing. Ook het ministerie ziet dat hij erin is geslaagd van de toneelvoorziening het Zuidelijk Toneel een volwassen en hoogstaand gezelschap te smeden.

Dank zij Van Hove sorteert het pragmatische, afwachtende beleid van WVC verrassenderwijs een groot effect. Het bleek dus geen doodskus voor het toneel in de zuidelijke provincies. Onvoorzien is daar een van de meest vooraanstaande Nederlandse gezelschappen ontstaan. Het Noord Nederlands Toneel in Groningen heeft toegezegd de weg van Van Hove te willen volgen; Arnhem is nog niet zover.

Tien miljoen werd in 1987 bezuinigd. Vijf in Armhem, vijf in Eindhoven. Op dit moment krijgen de beide voorzieningen slechts acht in totaal. Er is dus geruisloos twee miljoen bezuinigd. Nu zonneklaar is dat het Zuidelijk Toneel een volwaardig toneelensemble is geworden, past WVC slechts één geste: terug naar het zuiden met die ene miljoen.