Voorzichtigheid kan ik niet uitstaan; De sensuele brutaliteit van danseres Rachel Beaujean

“Ik ben er niet op uit om sensueel te doen, het is me aangeboren,” zegt danseres Rachel Beaujean die met haar lichaam, met haar motoriek en met haar blik jarenlang de choreografieën van Hans van Manen bepaalde. Na het vertrek van Van Manen naar Den Haag moest ze opnieuw haar plaats vinden. Dat is gelukt. Ze is de enige kandidate voor de Gouden Theaterdansprijs.

Artifact van William Forsythe is te zien in het Muziektheater in Amsterdam op 22, 23, 26, 28, 29 en 30 oktober om 20.15 uur; op 31 oktober om 14.00 uur. Inl. 020-6255455

“Wil je m'n gat zien?” Met stevige pas gaat Rachel Beaujean voor, schuin over het immense podium van het Amsterdamse Muziektheater. “Ik ren me elke voorstelling een ongeluk” roept ze over haar schouder. Ik kan het me indenken. Rachel Beaujean is danseres bij het Het Nationale Ballet en ze geeft dit seizoen gestalte aan een van de voornaamste figuren in Artifact, de monumentale choreografie van William Forsythe. Ze maakt de bewegingen, “als een oermachine die zichzelf uitlegt,” zegt ze, en elke avond doet die machine dat anders. “Forsythes passen zijn de woordenschat, de zinnen moet ik ter plekke maken.”

De "andere figuur', of "Moddervrouw' zoals Beaujeans rol ook wel wordt aangeduid, duikt telkens ergens anders op. Linksvoor voert het personage een militante regie over een groep dansers en plotseling - we zagen het van kruin tot teen grauwgeverfde wezen nauwelijks verdwijnen en weer opkomen - loopt ze ver weg, rechtsachter. In de eerste acte nemen we een tijdje uitsluitend haar vingers waar, haar handen en onderarmen. Ze steken, nee, ze groeien uit de vloer: sterke planten die hun bladeren krullen, uiteenbuigen en langs elkaar rollen. Ze vormen grote en kleine figuren die je herkent, ook al kun je niet benoemen wat ze voorstellen. Ze bepalen alles, de andere dansers, het toneel, het publiek in de zaal.

Ver voorbij het midden van het podium, enkele meters voor de rand, remt Beaujean af bij een klein luik van plexiglas. Ze bukt en trekt het open. Tussen een spotlight en een knoedel elektriciteitssnoer gaat iets ondieps schuil, een kuil van hout, staal, linoleum. Beaujeans gat heeft niets van een toverketel. Toch zal ze ook vanavond uit dit slordige nest minutenlang de zwarte kunst uithalen die het publiek laat vergeten dat het kijkt naar weinig meer dan twee grijswit geschminkte handen van een vrouw, ineengedoken onder de toneelvloer.

“De Moddervrouw is een fossiel,” probeert Rachel Beaujean uit te leggen. “Ze is de oorsprong van de beschaving.” Realiseert ze zich dat, terwijl ze haar danst? “Ja, dat is het gekke. Het komt door die grijze verf, net of ik uit de grond ben gekropen. En doordat ik haar elke avond zelf moet oproepen. Nerveus ben ik niet. Ik weet dat het lukt: ik concentreer me en ze komt te voorschijn.”

Komende zondagmiddag krijgt Rachel Beaujean (Helmond, 1959) hoogstwaarschijnlijk de Gouden Theaterdansprijs uitgereikt namens de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties in Nederland. Normaal gesproken is het niet van te voren bekend wie bekroond gaat worden, maar dit jaar is zij de enige die werd genomineerd. Beaujean zag zichzelf nooit als “iemand om een prijs aan te geven. Het was een mooi cadeau dat op 2 juli, mijn verjaardag, in de krant stond dat ik was voorgedragen. Nee, dat is geen valse bescheidenheid. Die prijs is nooit eerder gegeven aan iemand als ik.”

Beaujean bedoelt dat met deze prijs een uitzonderingspositie wordt gehonoreerd. Want hoewel ze veelvuldig grote rollen danste en sinds 1980 in de kritiek wordt bejubeld, is ze geen eerste maar tweede solist bij Het Nationale Ballet.

Rudi van Dantzig nam Rachel Beaujean toen ze zeventien jaar was aan bij het Nationale Ballet. Zonder auditie, op basis van haar prestaties bij de voorstellingen van het Haags Conservatorium waar ze werd opgeleid door Job Sanders. Ze begon samen met “een stuk of acht andere lange meiden, onder wie Coleen Davis. In een andere groep had men ons vermoedelijk te groot gevonden, maar dankzij Rudi werden we overal ingezet.” De eerste keer dat Beaujean deelnam aan een optreden van Het Nationale Ballet was op toernee in Berlijn. Er was iemand ziek geworden en Beaujean viel in. De rol, in Ginastera van Rudi van Dantzig, was moeilijk en Beaujean had slechts twee dagen de tijd om hem te leren. De voorstelling verliep voortreffelijk.

Binnen enkele jaren werd Beaujean bevorderd tot tweede solist, de op een na hoogste rang in een balletgezelschap. Voor een 21-jarige is dat geweldig. Is diezelfde danseres dertien jaar later vierendertig en nog steeds tweede solist, ook al heeft ze consequent een aandeel gehad in baanbrekende voorstellingen, dan gaat die stagnatie op zijn zachtst gezegd opvallen.

Hoe is het mogelijk dat jij nog altijd een tweede solist bent?

“Ik heb dolgraag eerste solist willen worden. Om de eer: ik wil bij dit gezelschap horen en ik heb meegeschreven aan de geschiedenis van Het Nationale Ballet. Vier jaar geleden, toen er weer een plaats voor een eerste solist vrij kwam, heb ik het zelfs aan Rudi van Dantzig gevraagd of ik die kon krijgen. Hij zei dat de staf me niet wil bevorderen omdat ik nooit klassieke hoofdrollen heb gedanst. Dat is waar. In The Sleeping Beauty deed ik niet Prinses Aurora maar de Seringenfee, in Het zwanenmeer niet Odette maar een van de Grote Zwanen, in Gisèle Myrtha, de koningin van de Willis. Dat ik die hoofdrollen nooit kreeg, begrijp ik: ik had er met geen mogelijkheid in kunnen uitblinken. Niet dat ik er bang voor ben, ik houd ervan. Ik vind het heerlijk om in tutu te staan en net te doen of ik een fee ben, lekker schijnheilig. Maar die balletten gaan over schattige meisjes en het zou een enorme worsteling voor me zijn om dat waar te maken.”

Toen Beaujean haar opleiding had voltooid, kon ze ook een engagement krijgen bij het Nederlands Dans Theater. Een keuze voor het NDT was een exclusieve keuze voor de moderne dans van de choreograaf Jir Kylián, dacht ze en ze wilde "ook alle klassieke dingen doen'. Ze ging naar Het Nationale Ballet.

Muze

Wat ze bij het NDT ontvluchtte, liep ze bij Het Nationale Ballet tegemoet. Hans van Manen betrok deze beginneling direct bij zijn Vijf tango's. Hij liet haar niet meer los. Ze danste in het werk van Rudi van Dantzig en van Toer van Schayk, ze werd ingezet voor de Balanchine-balletten, maar ze zou tussen 1980 en 1987 in de meeste van Van Manens choreografieën de toon zetten, met name in diens legendarisch geworden serie Pianovariaties. Beaujean bleef al die jaren Van Manens voornaamste muze, Van Manen werd haar belangrijkste leermeester.

Rachel Beaujean bepaalde met haar lichaam, met haar motoriek en met haar blik - bijna loens uit een tikje scheefstaande ogen - de Van Manen-choreografieën. Uit de hoogte is haar houding, uitdagend haar uitstraling. Soms venijnig, soms bewolkt, altijd verleidelijk, nooit zoetelijk of lieftallig - en steeds met een gezicht of er geen andere manier van kijken kan bestaan. Ook nu ze niet meer met elkaar werken zijn er nog altijd echo's van Beaujean terug te vinden in Van Manens werk.

Wat in jou trok hem aan?

“Mijn sensualiteit, denk ik. Herinner je je Pose? Dat was die choreografie voor danseressen op hoge hakken. Toen dat gefilmd werd voor een televisieprogramma, besloot hij om zelf mee te doen. Op die hakken. Bloedserieus en met veel pijn in zijn voeten. Volgens mij wilde hij met me in competitie: wie is er zinnelijker, jij of ik.

“Ik ben er niet op uit om sensueel te doen, het is me aangeboren. Als er een sexy rol is in een ballet, roepen ze altijd in de groep, doe jij die maar. Ik vat dat op als een compliment. Erotiek is mooi in het theater. Ik kijk er graag naar. Als het maar niet klef is. Het moet van wie-doet-me-wat. Liever arrogant dan met een slag om de arm. Voorzichtigheid kan ik niet uitstaan. Uit iemands manier van dansen is altijd zijn karakter op te maken en Hans van Manen versterkte dat in mijn geval. Zijn choreografieën zijn net als ik: kom maar op, zeggen ze.

“Toen Van Manen me vroeg voor Vijf tango's was ik een liefhebber van zijn werk, maar de man zelf kende ik verder niet. Al direct de eerste keer dat hij met me werkte werd me duidelijk dat het goed zat. Hans heeft de gewoonte per dag iemand uit te kiezen om op te vitten. Die repetitie was ik dat dus. Ik deed een pasje fout en het lukte me niet om het goed te krijgen. Hans stond me luidkeels te verbeteren en overdreven na te doen, steeds gênanter, terwijl alle anderen stonden te wachten. Ik dacht, zal ik nu gaan huilen of doorgaan. Het werd doorgaan en het was verschrikkelijk. Na de repetitie kwam ik hem tegen op de trap. "Nou schat,' riep hij, "je was fantastisch. Je vond 't toch niet erg?' Toen had ik 'm door. Hij had willen weten hoe sterk ik was en of ik hem begreep. Dat kan niet beleefd, dat gaat niet voorzichtig en daar kon ik inkomen. Dankzij hem ben ik alles gaan durven. Hij heeft mijn beste kanten opgespoord en me het lef bijgebracht om die te laten zien. Soms kwam ik uit de repetitie en dan voelde ik me helemaal verheven, zo verbaasd had hij me laten staan over wat ik kon.”

Vrouwelijke warmte

De eerste maal dat Van Manen speciaal voor Beaujean creëerde was in 1980: een brutale pas de deux in Pianovariaties I. In een strijd tussen de seksen liet Van Manen haar het opnemen tegen Clint Farha. Danscritica Ine Rietstap roemde in haar recensie in NRC Handelsblad "de jonge Nederlandse Rachel Beaujean', in wier bewegingen zij een "weldadige vrouwelijke warmte' herkende en "een opvallende zuiverheid'. Voor Beaujean was dit ballet belangrijk als aanzet tot Sarcasmen (Pianovariaties II, 1981), de choreografie die zij beschouwt als "de rode draad in mijn carrière', zo vaak dook het op. Op dit moment is zij er opnieuw mee bezig: nu omdat haar gevraagd is het in te studeren met jonge dansers in Essen.

Op muziek van Prokofjev, uitgevoerd door een pianist die samen met zijn vleugel het derde personage van Sarcasmen vormt, ontwikkelde Van Manen voor Beaujean en Farha een wreed, teder, tintelend spel van aftroeven en provoceren. Ze kijken elkaar geen seconde niet aan. Beaujean: “Elke voorstelling was het of Clint en ik onder een stolp een fel gesprek voerden, een intieme dialoog over liefde die we nooit hebben uitgesproken. We zouden dat ook niet kunnen. Wat we daar zeggen is met woorden niet te vatten. Wel met dans. Met dans kun je je uitdrukken waar de taal tekort schiet. Bij groot verdriet kan huilen adequater zijn dan je ellende te vertellen. Ben je woedend, dan is schreeuwen vaak toepasselijker dan uitleggen wat er aan de hand is. Dat tussengebied tussen taal en emoties bestrijkt de dans en daar beweegt zich Sarcasmen.”

Sarcasmen besluit met een van de meest fameuze gebaren in het oeuvre van Van Manen: jij slaat Farha met stomheid door hem in zijn kruis te grijpen. Hoe ontstond dat?

“Dat ging heel droogjes. Hans stond naast me, in de rol van Clint. Mijn armen waren geheven. Hans zei: nu langzaam die armen laten dalen, lager, lager, ja, ga door... en nu pak je mijn kruis vast. Ik volgde automatisch zijn opdracht en kreeg een heel rood hoofd. Clint kreunde, oh néé. Aanvankelijk slaagden we er niet in om het te repeteren, hij trok altijd zijn achterste naar achter en dan miste ik. Maar toen het was opgenomen in de magie van het stuk leverde het geen enkel probleem meer op.”

In 1987 verliet Hans van Manen na onenigheid met de artistieke leiding Het Nationale Ballet. Hij ging werken in Den Haag, bij het Nederlands Dans Theater. Beaujean vond dat verschrikkelijk. Tot op de dag van vandaag heeft ze wekelijks contact met Van Manen en ze assisteerde hem in 1987 aan de Universiteit van Nijmegen waar hij colleges gaf als bijzonder hoogleraar. Toch besloot ze niet te proberen mee te gaan naar Den Haag, al overwoog ze het wel. Maar: “het zou onzuiver geweest zijn. Wie gaat dansen bij het NDT doet dat voor Kylián. Ik dacht, nu moet ik ervoor zorgen zonder Hans hier bij het Nationale Ballet iemand te worden en de groep ervan te overtuigen dat ik wil blijven. Dat was moeilijk en naar. Ik heb een aantal jaren veel minder gedaan.”

Afgelopen winter bracht een programma met werk van Martha Graham verlossing. Beaujean merkte hoeveel affiniteit ze met de Graham-stijl had en voelde zich weer op haar plaats: “Het swingt en swingen lukte me. Voor Graham moet je alles wat je doet laden met energie. Tegelijk moet je jezelf loslaten, zonder angst dat je jezelf niet zult opvangen. Net als Fred Astaire: balanceren tussen tegenstrijdige krachten, tussen beheersing van de beweging en overgave eraan.”

Op Graham volgde William Forsythe. Hij koos Beaujean uit voor een sleutelrol in zijn Artifact. Het werken met hem aan de "moddervrouw' herinnerde haar aan het werken met Van Manen. Nu is ze voorstelling na voorstelling heftig geëmotioneerd door haar rol. “Ik heb het gevoel dat ik heel stil over het toneel zeil. Niets is overbodig, er is geen greintje kunst om de kunst.”

Waarom emotioneert je dat?

“Dat roert me zoals een heel mooie bloem me kan raken. Dansen is puur fysieke verslaving, maar ik doe het voor publiek. In mijn huiskamer begin ik er niet aan. Voelt een ballet volmaakt, dan beleef ik mijn rol. Dan zit hij in mijn hoofd en dan mag ik dansen voor mijn eigen genoegdoening.”

    • Joyce Roodnat