Van Abbemuseum

Bernard Hulsman vraagt zich in de Vrijdag-rubriek van 1 oktober af waarom architectuurminnend Nederland zweeg bij het bekend worden van de uitbreidingsplannen van Abel Cahen voor het Van Abbemuseum. Hij geeft zelf eigenlijk al het antwoord in het eerste deel van zijn stuk: is het bedreigde gebouw van architectonische waarde, dan hoeft men echt geen stilte te vrezen van de kant van de deskundige critici.

Maar deze zwijgen nu. Terecht, want de waarde van Krophollers Van Abbemuseum zit in het interieur - de maatverhouding van de zalen, het licht, de routing - al die vermaardheden waardoor, behalve wegens de collectie, het Van Abbemuseum nationale en internationale roem kent. Dat interieur blijft behouden, wordt zelfs als maatstaf genomen door Abel Cahen in zijn uitbreidingsontwerp.

Zoals bij alle goede zaken in de kunst gaat het om de inhoudelijke waarde (en niet slechts om het plaatje), die zich bij een geslaagd architectonisch ontwerp doorzet in het exterieur waardoor een gebouw een monumentale waarde krijgt. Maar Kropholler heeft indertijd slechts een muur om zijn interieur gezet: voor zijn eigen, meer ornamentele exterieurstijl was geen geld beschikbaar.

    • d Weyden
    • M. V