Twee elftallen met dezelfde toga en bef

"En dan geef ik nu graag het woord aan de oud-president van het Gerechtshof te Amsterdam', sprak de voorzitter en noodde mij op het spreekgestoelte. Ik begon dus mijn toespraak met de niet onbelangrijke rechtzetting dat mijn waardigheid bij de rechtbank was blijven steken, terwijl ik mij afvroeg hoe deze vergissing was ontstaan. De voorzitter en ik hadden het tijdens de lunch uitvoerig over de rechtbank en de kort-gedingrechtspraak gehad en over het Gerechtshof was met geen woord gerept. Na afloop werd het mij duidelijk. De voorzitter (en sociaal-psycholoog) dacht dat "gerechtshof' een net woord, zeg maar een stadhuiswoord was voor "rechtbank', zoals bij voorbeeld pantalon een net woord is voor broek.

Wanneer men in de juristerij geen vreemdeling is, komt men dit soort fouten en misverstanden herhaaldelijk en tot in de hoogste kringen tegen. Zo kan men met regelmaat via de media vernemen, dat het Hof een bepaalde straf eiste, dat de officier een zware gevangenisstraf heeft opgelegd, enzovoort.

Er zijn nogal wat vakgenoten die zich hierover opwinden en die van mening zijn dat de media hun medewerkers beter zouden moeten opleiden. Nu wil ik niet zeggen dat deze vakgenoten het verkeerd zien, maar ik wil daarnaast graag opmerken dat wij zelf als rechter, officier van justitie en advocaat in de eerste plaats schuld hebben aan de verwarring die alom bestaat over onze taak en presentatie. Eigenlijk irriteert mij een beetje de naar hovaardij zwemende glimlach waarmee wij ons vrolijk plegen te maken over alweer een nieuwe misvatting die wij - het zij toegegeven - met grote regelmaat in de media tegenkomen. De minzaamheid waarmee wij de schuld en verantwoordelijkheid bij het publiek en de media leggen is niet terecht.

De rechterlijke organisatie is gewikkeld in een ingrijpend moderniserings- en integratieproces. Nadat per 1 juli 1992 de rechtbanken en raden van beroep/ambtenarengerechten met elkaar zijn gefuseerd, zullen nu over enkele maanden (naast nog enkele andere wijzigingen), de bestuursrechtelijke geschillen tussen burger en overheid niet langer door de afdeling rechtspraak van de Raad van State, doch door de rechtbanken worden behandeld met een mogelijkheid van hoger beroep op de Raad van State. Daarmee is dan de eerste fase van de herziening van de rechterlijke organisatie afgesloten. Twee jaar later zullen de 62 kantongerechten fuseren met de 19 rechtbanken, waardoor dan de rechtbanken in hun definitieve nieuwe stijl een feit zijn geworden. Die rechtbanken bestaan dan uit een civiele sector, een strafsector, een bestuursrechtsector en een kantonsector. In die laatste sector zullen de civiele zaken worden behandeld, die thans door de kantonrechters worden behandeld.

En wat lees ik nu in TREMA, het vakblad van de rechterlijke macht? Dat men de benaming kantonrechter wil afschaffen, of in elk geval wil laten uitsterven met degenen die ten tijde van de fusie al kantonrechter waren. Het eerste is onverstandig, het tweede is zonder meer dwaas, omdat er dan gedurende zo'n 30 jaar twee soorten kantonrechters zullen bestaan, sommige met de naam rechter en andere met de naam kantonrechter.

Over de kantonrechter heeft nu werkelijk nooit enig misverstand bestaan. Iedereen kent hem. Ik zou haast willen zeggen: iedereen heeft wel eens met hem te maken gehad. Waarom kan de kantonrechter zijn overbekende naam en functie - ook binnen de rechtbank - niet gewoon houden? Omdat er geen kantons meer bestaan? Kom nou! We kennen binnen de rechtbanken al sinds 1921 de politie-rechter. Waarom nu dan niet ook de kantonrechter? Bij dat woord denkt toch niemand aan de geografische grenzen van zijn ambtsgebied, doch uitsluitend aan de functie van de dicht bij de burger staande rechter. Laat de kantonrechter dus liever bestaan, maar als men dan toch voor de toekomst rechtspraak-verwarringen wil voorkomen, dan wil ik best een paar suggesties doen.

Om te beginnen het gerechtshof. Aan deze naam valt helaas en ten onrechte niet af te lezen dat dit college vrijwel uitsluitend in hoger beroep recht spreekt. Waarom wordt deze naam niet veranderd in "Hof van Beroep'? Natuurlijk kleeft aan het woord "gerechtshof' een lange traditie, en tradities zijn waardevol, maar als er verwarring door ontstaat kan er aanleiding bestaan tot bezinning. De naam "Hof van Beroep' sluit ook aan bij de ons omringende landen: Cour d'Appel, Court of Appeal. Tot 1 juli 1992 was de naam "Hof van Beroep' geblokkeerd, omdat er tot die datum tien "Raden van Beroep' bestonden. Die raden behandelden zaken betreffende de sociale verzekering, nota bene niet in hoger beroep, maar in eerste instantie. Over verwarring gesproken! Die raden zijn sedertdien als sector bestuursrecht geïntegreerd in de 19 rechtbanken.

Een volgende verandering die ik zou willen bepleiten betreft het Openbaar Ministerie (op zich al een bijzondere naam, want openbaarheid is niet zijn meest in het oog springende kenmerk en tot het ministerie wil men een respectabele afstand bewaren). De leden van het Openbaar Ministerie die het meest naar buiten treden zijn de officier van jusitie en de advocaat-generaal. Welnu: de eerste is geen officier en de tweede is geen advocaat en ook geen generaal. Waarom heten die mensen niet gewoon (openbaar) aanklager bij de rechtbank respectievelijk het hof van beroep? Het woord aanklager is voor iedereen duidelijk en sluit ieder misverstand uit.

En ten slotte de kleding. Rechters, aanklagers en advocaten, ze zien er allemaal hetzelfde uit. Voor de leek is er geen touw aan vast te knopen. Het is alsof men twee voetbal-elftallen en de scheidsrechter allemaal in hetzelfde tenue het veld instuurt! Zou het nu geen goed idee zijn, de rechter zijn witte bef te laten houden, de aanklager uit te rusten met een blauwe bef en de advocaat met een groene? Met een minieme wetswijziging en minieme kosten voor betrokkenen wordt dan een wereld van duidelijkheid geschapen.

Wij geven miljoenen uit om de herziening van onze rechterlijke organisatie te laten slagen. Zou het geen aanbeveling verdienen voor een fractie van dat bedrag professionele krachten in te huren voor een verbetering en verduidelijking van de presentatie?

    • B.J. Asscher