Staatsprijs voor droom-tekeningen van Klemann

Prix de Rome 1993 Tekenen/Grafiek. T/m 26 okt. Sociëteit Arti et Amicitiae, Rokin, Amsterdam. T/m ma 12-19u, di 12-17u.

AMSTERDAM, 22 OKT. In een overvol en ongedurig Arti et Amicitiae heeft Minister Hedy d'Ancona (WVC) gisteravond de prijzen voor de Prix de Rome 1993 Tekenen en Grafiek uitgereikt. Paul Klemann (1960) won binnen de categorie Tekenen - dit jaar ingesteld - de eerste prijs ter waarde van veertigduizend gulden. De tweede prijs (twintigduizend gulden) ging naar Bernadette Beunk (1958). De gouden laureaat in de categorie Grafiek was Hewald Jongenelis (1962). Tweede werd Wapke Feenstra (1959). David Bade (1970), Remco Vlaanderen (1969) en Britta Huttenlocher (1962) kregen drie basisprijzen van tienduizend gulden. Bade voor zijn energieke, cartoon-achtige tekeningen, Huttenlocher en Vlaanderen voor hun grafisch werk.

Minister d'Ancona, meer dan een uur te laat vanwege "de enthousiaste verkeerssituatie in Amsterdam', greep de feestelijke gebeurtenis aan om nog eens een lans te breken voor haar cultuurpolitiek. Zij waarschuwde voor een eenzijdige oriëntatie op "het allernieuwste en het allerjongste'. Ze maande de genomineerden aan om de tradities niet uit het oog te verliezen en met het gewonnen bedrag eventueel een reis naar Rome te maken om de klassieken te bestuderen. Het waren wat merkwaardige kanttekeningen bij de Prix de Rome. De grootste staatsprijs van Nederland is speciaal bedoeld voor jonge kunstenaars die worden geselecteerd op originaliteit, eigenzinnigheid en persoonlijkheid. Ook dit jaar ging het de jury niet in de de eerste plaats om stijl of technische bekwaamheid.

De beslissing van de jury om uit de 273 inzendingen bij Tekenen het werk van de nog vrijwel onbekende Klemann als eerste prijs te kiezen is een juiste geweest. Tientallen potlood- en viltstifttekeningen, op het formaat van een krantepagina; allemaal ontstaan in drie maanden. Klemann tekent zijn angstwekkende en vervreemdende dromen met felle toetsen. Nauwe gangen, gevangenentransporten, gehangenen; uitvergrote bakkebaarden, baseballpetjes en bloemen zijn slechts een paar van de hoofdrolspelers in Klemanns fabelrijk. De bladen zijn van links naar rechts, van onder tot boven, als door een bezetene gevuld met filmscènes. Achter een verhalende titel als "Ik zal de aardappelen schillen. Je moet je scheren en de tramkaartjes zijn ook weer duurder geworden' gaat een interieurgezicht schuil dat aan Gerard Reves roman De Avonden doet denken. Details zijn geestig, de teneur is somber, zelfs morbide. Een knus tafereeltje als een poes op bed is niet meer knus wanneer de poes in blokken uit elkaar valt. En bij "Opnames voor een bloemencommercial' valt er niets meer te lachen. Alle medewerkers liggen dood in het badwater of zijn aan het verhongeren.

Het werk van de tweede prijs-winnares bij Tekenen, Bernadette Beunk, is fundamenteel anders. Als een notenschrift laten de tentoongestelde papierrollen en bladen zich lezen. Beunk, die opgetogen door haar zaal huppelde, gaat niet van het verhaal uit, zij onderzoekt het ritme van lijnen in ijle, secuur getekende composities.

Het onderdeel Grafiek brengt minder verrassingen. Hewald Jongenelis was eerder winnaar van de Koninklijke subsidie en te zien op tentoonstellingen in het Centraal Museum in Utrecht en in galeries in Den Haag, Rotterdam en Eindhoven. Ook Britta Huttenlocher is met haar bekraste zwart-wit foto's van Zwitserse alpenlandschappen geen onbekende.

Uit 103 inzendingen koos de jury het "Plan voor Bronbemaling' van Jongenelis als eerste. Het is een autobiografisch project van tientallen zeefdrukken, die uit tentoonstellingsaffiches, foto's van vrienden, huizen waar de kunstenaar in heeft gewoond, gebruiksvoorwerpen (bierpullen) en tekstjes over actuele gebeurtenissen zijn opgebouwd. De jury schrijft in haar eindrapport geboeid te zijn “door de ironie die spreekt uit details, maar ook uit het gegeven om op 31-jarige leeftijd een soort oeuvrecatalogus of monografie van jezelf te maken.” Het feit op zichzelf is zeker ironisch, maar Jongenelis mist de zelfspot en diepgang om zijn levenswandel interessant voor onbekenden te maken.

Hetzelfde geldt voor Wapke Feenstra's werk, genomineerd voor een tweede prijs. Feenstra maakt sterk uitvergrote gomafdrukken op stof van planten en alledaagse voorwerpen: een cactus, een roos, een mand, een spinneweb. Meditatie-objecten noemt de jury de op dikke lijsten gespannen drukken, maar dat is te veel eer voor het esthetische werk dat nu te zien is.

Bij de uitreiking van zo'n prestigieuze prijs als de Prix de Rome vraag je je altijd af van wie je in de toekomst nog zal horen. De genomineerden van nu bevinden zich in ieder geval in goed gezelschap. Niek Kemps, Marc Mulder en Erik Andriesse gingen Klemann en Beunk voor.

    • Lucette ter Borg