Prestigezucht

De paringsdrang van twee Ajax-pubers, zoenend en knuffelend op weg naar de catacomben, tilde me even op naar een land met ander licht. Dit was van een andere wereld. Het bijna gewelddadige geluk waarmee Martijn Reuser en Ignacio Tuhuteru zich al lopend om elkaars nek bleven slingeren was zo zuiver dat ik het had willen vasthouden als aanschouwelijk onderricht voor mijn coïtusrijpe dochters. Een mooie innigheid in tweevoud, zie je wel dat het nog bestaat.

Martijn speelde de macho, Ignacio het vrouwtje. Maar dat was een kwestie van karakter, niet van hierarchie. Beiden vechten nog tegen dezelfde puisten in het gezicht.

Na dat liefdestafereel tussen die twee van Ajax besloten, zo vermoed ik, tienduizend jongeren in een glinstering van eigenwaan om ook voetballer te worden. Liefst bij Ajax. Zo gaat dat in de sportmaatschappij: daar is geluk nog wervend. Martijn en Ignacio hebben weer een nieuwe generatie van een droom voorzien die er voor de wedstrijd Ajax-Besiktas niet was. Goede voetballers zijn, maatschappelijk gesproken, superieur aan kamerleden, soldaten en prelaten. Om een of andere reden wordt daar te weinig gebruik van gemaakt. Zoveel is zeker: laat Danny Blind drie dagen naast Kok rozen uitdelen op de markten in Zeeland en het scheelt de PvdA drie zetels. Tenminste, als Rottenberg onderwijl zijn kop houdt. Of nog beter: Advocaat en Wöltgens samen op stap in Limburg, zwaaiend met rijsttaarten en bij het vallen van de duisternis dertig rondjes pils. Vijf zetels winst. Zelfs bij de EO hebben ze inmiddels begrepen dat een onderhuidse striptease van Gullit veel wervender is dan al die reli-refreintjes.

Ajax heeft nog een marxistische signatuur: de bloei komt van onderen. Daarom begrijp ik die opwinding van Van Praag rondom dat nieuwe stadion niet. Het fiat van de Raad van State noemde hij de overwinning van de dag. Toen ik het bericht vernam heb ik heel hard gegild in mijn kantoor, liet hij gisteren in een krant noteren. Zielig, zielig. Dat nieuwe stadion is nergens voor nodig. Sterker, in het maanlandschap van Amsterdam-Zuidoost kan nooit goed gevoetbald worden. Een oude, prestigieuze club moet even oude knotwilgen om zich heen weten en herfstbladeren, ergens nog een houten dak en zelfs een beetje betonrot op de staantribune. Aan de passing van PSV is te zien dat er al jaren in een mega-couveuse wordt gespeeld. De huurlingen van Philips kennen het geluid van de wind niet meer en zijn schijtziek geworden van het gesteriliseerde stadion. Is het dat wat Van Praag met zijn goudhaantjes wil?

Het verraad van de Ajax-president aan traditie en verleden valt me lelijk tegen. Zou het te maken hebben met prestigezucht? De charme van deze praeeses was juist dat hij tot vandaag over het ereterras liep in een armoedig C&A-jasje, altijd geassorteerd met de verkeerde stropdas. Waarschijnlijker is dat Van Praag nu ook in de ban is geraakt van het autoritaire kapitalisme zoals dat nog alleen in de sport bestaat. Magnetisch aangezogen door de riool van het geld, dat moet het zijn. Van Praag zul je dus niet gauw meer in staat van ontroering en vervoering zien voor het kinderlijke geluk van Reuser en Tuhuteru. Terwijl die jongens een vaderlijk compliment wel nodig hebben.

Sport en geld. De bodem in het schaamtegevoel werd deze week weggeslagen door NOC-voorzitter Huibregtsen. Met een kop als een kerstbal hield hij op de televisie een vurig pleidooi voor de Krasloterij. En hij schuwde de grove middelen niet, deze gokhitser: desnoods zou hij hoogst persoonlijk de atleten mobiliseren voor de strijd tegen de Eerste Kamer en tegen het kabinet. Huibregtsen is sinds zijn aantreden bij het NOC alleen maar met geld en persoonlijke eer bezig geweest. Hij wil gevleid, gestreeld en geëerd worden door Samaranch, Lubbers en Freek de Jonge. Het zou mij verbazen als hij ooit al twee woorden met Ellen van Langen heeft gewisseld. Aan een schouderklop voor Delibas zal deze modieuze bons de handen al helemaal niet vuil maken. Hij draagt tenslotte hemden die bestikt zijn met zijn initialen. Als Huibregtsen voorzitter van Ajax was geweest had Van Gaal met hooguit negen man tegen Besiktas moeten spelen. Reuser en Tuhuteru waren dan op de dag van de wedstrijd ondergedoken in de hitte van een gokkast in een Amsterdams café. Of misschien wel in het casino van Zandvoort.

    • Hugo Camps