Nexus en Artpolis

In een monotone buitenwijk van de Japanse stad Fukuoka staat een complex van twee woongebouwen van de Nederlandse architect Rem Koolhaas.

Een muur van zwarte, basaltachtige blokken rondom de eerste verdieping met kleine ramen als schietgaten suggereert ondoordringbaarheid, die contrastreert met de glazen winkelwand beneden aan de voorkant. Boven de vestingachtige muur die doet denken aan kastelen uit de Japanse middeleeuwen, zijn vanaf de weg drie golvende daken gedeeltelijk zichtbaar die de glazen puien van de maisonnettes overspannen.

Koolhaas' complex is een van de zes ontwerpen die samen Nexus vormen, een gedurfd project onder leiding van de Japanse architect Arata Isozaki en diens rechterhand Hajime Yatsuka, met als uitvoerder een middelgroot bouwbedrijf uit Fukuoka. De andere architecten zijn Oscar Tuckets uit Barcelona, Christian de Portzamparc uit Parijs, Mark Mack uit San Francisco, Steven Holl uit New York en Osamu Ishiyama uit Japan.

In de afgelopen jaren van speculatieve hoogconjunctuur is Japan onthaald op een invasie van westerse architecten. Vooral innovatieve Japanse projectontwikkelaars laten zich gelden, bij voorkeur met westerse architecten met grote reputaties. Soms heeft dat vulgaire resultaten tot gevolg, zoals de Super Dry Hall van de Franse architect Philippe Starck, het restaurant bij het hoofdkantoor van de Asahi bierbrouwerij in Tokio, waarvoor zich niettemin al om vijf uur 's middags een rij vormt. Soms is absolute vervreemding het resultaat, zoals het Il Palazzo hotel van Aldo Rossi in Fukuoka, dat regelrecht uit Toscane lijkt getransporteerd.

Koolhaas' complex in Fukuoka is om zijn contrasten veruit het mooiste van de zes Nexus-ontwerpen, gevolgd door dat van de Japanse architect Osamu Ishiyama met zijn staketsels op de daken en zijn aluminium luifels opgehangen aan rails boven de balkons. Toch staan veel woningen en winkels leeg. In de borders in de halfopen binnentuin van het Mark-Mack-complex groeit onbedoeld gras en de tuin oogt daardoor een beetje als een begraafplaats.

Met Nexus is begonnen vlak voordat de Japanse luchtbel-economie van overmatige speculatie barstte. Als het project iets later was opgezet, was het nooit gebouwd. De architecten was gevraagd niet meer dan tachtig vierkante meter per appartement te ontwerpen. Koolhaas vroeg bijna tweehonderd en dat werd geaccepteerd. “De uitkomst is fantastisch,” zegt Hajime Yatsuka, een van de twee coördinatoren die de architecten mochten selecteren, in zijn kantoor in Tokio, . “Koolhaas ontwierp een nieuwe type, een gelaagd huis.” Maar het is te duur. “Ik verwijt het hem niet, maar het project is niet voor gewone stervelingen.”

Artpolis

Honderd kilometer zuidelijker, in de stad Kumamoto, woont Matsumoto met zijn jonge gezin in een driekamerwoning, achttien tatami groot (één tatami is een eenpersoonsmatras groot) voor 48.000 yen huur per maand, zo'n 600 gulden. De woning behoort tot een mooi complex ontworpen door de Japanse architect Shimon Nino, een van de vele jongeren die zelden een kans krijgen bij een openbaar project. Hij heeft zijn opdracht te danken aan Morihiro Hosokawa, destijds als gouverneur van de provincie Kumamoto de grote stimulator van een al even revolutionair project als Nexus, maar nu vooral bestemd voor gewone Japanners. Hosokawa, sinds kort premier van Japan, muntte de naam: Artpolis.

Artpolis bestaat uit wel vijftig bouwprojecten. Net als bij Nexus mochten Isozaki en Yatsuka de architecten selecteren, een verantwoordelijkheid die in Japan ongekend is. Daarbij hadden zij de zegen van gouverneur Hosokawa, die in 1987 enthousiast terugkwam van de Internationale Bau Austellung in West-Berlijn en een soortgelijk project in zijn provincie wilde beginnen. Doorgaans maakt bij publieke bouwprojecten een breed samengestelde commissie de keuze, die steevast middelmatige architectuur voortbrengt.

De provincie vroeg Isozaki en Yatsuka eerst om een richtlijn te maken, maar dat bleek onmogelijk. Japanse architecten hebben nooit geleerd ruimtelijk te ordenen en te plannen. Dat dateert volgens Yatsuka al vanaf het begin van de Meiji Periode, toen privé-eigendom van grond in Japan vrijwel heilig werd verklaard. De bureaucraten hebben er geen controle op. Zodoende zijn het grondgebruik, de grootte van de bouwwerken en de kwaliteit van de materialen eindeloos gevarieerd en chaotisch. “Japanse architecten hebben geen idee van stedebouwkundige harmonie of eenheid, zodat de steden in Japan voor de meeste mensen lelijk lijken.” Daarbij komt dat maar vijf procent van alle bouwwerken door gevestigde architecten wordt ontworpen. De commercie heeft zich van de gebouwde omgeving meester gemaakt.

Yatsuka en Isozaki lieten daarom, net als bij Nexus, hun keuze vallen op onafhankelijke architecten, zij het dit keer bijna allemaal Japanse, van wie de meesten jong. Ze wilden breken met clichématige ontwerpen waarbij een politiebureau eruit moest zien als een politiebureau. Voor die opdracht kozen ze Japans meest provocerende architect, Kazui Shinohara, die de visuele chaos van ongeplande stedelijke gebieden ziet als bron van vitaliteit. Hij ontwierp een fragiel, instabiel en alles behalve afschrikwekkend politiebureau in de stad Kumamoto.

Dat mag een beetje onverantwoordelijk lijken, zegt Yatsuka terugblikkend, maar Isozaki en hij wilden geen gebouwen zoals die tijdens de luchtbel-economie uit de grond zijn gestampt. “Wij wilden een nieuw paradigma voor publieke bouwwerken, met een of twee zouden we daarin niet slagen, maar met veertig of zestig kwam dat anders te liggen.” Bovendien wilden hij en Isozaki zoveel mogelijk soorten gebouwen, van openbare wc's, een poppentheater, bruggen over rivieren en musea tot "betaalbare' woningbouw en collectieve woonhuizen, verspreid over de hele provincie.

In februari 1991 stelde Hosokawa zich tot grote teleurstelling van zijn kiezers niet beschikbaar voor een derde termijn als gouverneur. Zijn opvolger was een voormalige bureaucraat van het ministerie van financiën uit Tokio, een consensus-bouwer, niet een man met de flair van zijn voorganger. Het voortbestaan van het ongeëvenaarde Artpolis, bedoeld als een "accumulatie zonder einde', werd onzeker. Gemeenten in de 1,6 miljoen inwoners tellende provincie Kumamoto, die eerst enthousiast meededen aan Artpolis, begonnen een voor een af te haken uit vrees de nieuwe gouverneur tegen zich in het harnas te jagen. Hosokawa had toegestaan dat voor elk bouwproject de kosten tien procent hoger mochten uitvallen dan de richtlijnen van Tokio voorschreven voor publieke bouwprojecten en dat de provincie de extra kosten voor haar rekening zou nemen. Nu stond deze royale regeling ineens op het spel. De onzekerheid groeide. Pas in oktober 1991 kwam daaraan een einde. De nieuwe gouverneur zei dat Artpolis mocht doorgaan, maar dat het selectieproces van de architecten - de sleutel tot het succes van Artpolis - zou worden herzien.

Staat of valt een project als Artpolis met één man? Een man die de identiteit van regio's zegt te verdedigen tegenover het centralistische Tokio, waar bureaucraten graag over alles beslissen, tot de verplaatsing van een bushalte in de provincie toe, en alleen over grond niets te zeggen hebben? Yatsuka is er heel stellig over. “Iemand die in Japan met drastische ideeën komt aanzetten, die veranderingen bepleit, die ruimtelijk wil ordenen, ook al is het op een heel rudimentaire, losse, verspreide manier, zoals in Kumamoto, moet bereid zijn eindeloze disputen te voeren. Helaas bestaan zulke verlichte, machtige leiders niet. Artpolis werd geïnitieerd door een heel machtige gouverneur, die alle verantwoordelijkheid voor de kwaliteit delegeerde. Dat is zeer, zeer uitzonderlijk.”

    • Paul Friese