NAVO opent deur slechts op een kier voor Oost-Europa

TRAVEMÜNDE, 22 OKT. Het was bedoeld als een mooi politiek-symbolisch moment, gisteren voor het ouderwetse Kurhaushotel in de Duitse badplaats Travemünde. Voormalige Warschaupact-landen mogen in principe lid worden van de NAVO, zo beloofden de ministers van defensie van het bondgenootschap elkaar. Kleumende badgasten lieten zich intussen in het grijze water van de Lübecker Bocht zakken. Aan de overkant doemde de voormalige DDR op uit het koele Oostzee-licht.

De NAVO “stelt zich open naar het Oosten”, concludeerde de Duitse gastheer, minister Volker Rühe, tevreden met een blik over het water. De Duitse minister en zijn Nederlandse collega Ter Beek spraken gloedvol over het “exporteren van stabiliteit” naar het Oosten. Op Amerikaans voorstel zullen zogeheten "vredespartner'-verdragen worden gesloten, die de aspiranten moeten voorbereiden op het lidmaatschap, zo werd besloten. Als die landen tenminste zin in een "partnerschap' hebben, want de keizer die uit het Kurhaus kwam paraderen droeg maar weinig kleren.

Met het "partnership in peace'- programma lijkt de NAVO vooral tijdwinst te willen boeken en Moskou gerust te stellen. De hoop op snelle toetreding bij de Polen, Hongaren, Tsjechen en Slowaken is na Travemünde in ieder geval in de grond geboord. De Amerikaanse minister Aspin legde gisteren uit wat het partnerschap voorstelt. Intensieve militaire samenwerking met het oog op vredesoperaties, rampenbestrijding en reddingsmissies. De alliantie en de kandidaat-lidstaten moeten gezamenlijk gaan oefenen, zodat er "inter-operabiliteit' kan groeien. De nieuwe partners en de NAVO-legers moeten vlot leren communiceren, gelijke commando-procedures volgen en hetzelfde materiaal gaan gebruiken.

Dat lijkt dus in niets op het lidmaatschap waar Warschau en Praag zo op hopen. Hooguit is het een uitgebreide stageperiode. De Amerikanen weigeren de in Oost-Europa zo zeer gewenste veiligheidsgaranties. “We beloven op dit moment helemaal niets” zei Aspin. En: “We bieden hiermee ook geen lidmaatschap aan”. Hooguit kan er uit de nauwe militaire samenwerking “een zeker veiligheidsgevoel groeien”. Aspin ziet het partner-programma vooral als een praktische vooropleiding voor toekomstige leden. “Landen die lid willen worden moeten ook iets kunnen inbrengen”, aldus de Amerikaan. Hij noemde de partner-verdragen zelfs een goede manier om het bondgenootschap te versterken.

Daarmee was de indruk gewekt dat de Amerikanen niet zozeer stabiliteit naar Oost-Europa willen exporteren, alswel verse mankracht voor VN-operaties willen importeren. Ook viel het meteen op, dat werkelijk alle ongebonden landen in Europa worden uitgenodigd om mee te doen, Rusland incluis. Daarbij zei Aspin gisteren dat er geen enkel criterium voor een partner-overeenkomst zal gelden. Eergisteren werd in de Amerikaanse delegatie nog gezegd dat er alleen met legers uit democratische landen samengewerkt mocht worden. De Amerikaanse minister herhaalde dat gisteren echter niet.

Travemünde lag gisteren dus duidelijk in de slagschaduw van Moskou: de brief van Jeltsin vorige maand waarin hij waarschuwde de NAVO niet naar het Oosten uit te breiden, heeft doel getroffen. Rusland is vooral bezorgd voor de gevolgen van selectieve uitbreiding met landen die in zijn (voormalige) invloedssfeer liggen. Landen die dan buiten de NAVO zouden blijven, kunnen makkelijk ten onder gaan in etnische spanningen en ultra-nationalistische conflicten, zo vreest Moskou. Ook bestaat bij een deel van de Russische militaire klasse nog altijd een reële angst voor de NAVO als vijandig bondgenootschap. Onder meer de Visegrád-landen protesteren daar dan weer heftig tegen. Zij vrezen door deze houding te worden "gefinlandiseerd', in de rol van bufferstaat te worden gemanoeuvreerd. Verbannen naar een onzeker machtsvacuüm aan Europa's oostgrens, terwijl ze zich nu juist zo wanhopig Europees voelen en daarvoor erkenning zoeken bnnen de alliantie. Met een voet tussen de deur zullen deze landen niet tevreden zijn.

Voorlopig gaan de angsten van Moskou voor. “We willen echt niets tégen Rusland ondernemen”, zo verzekerde secretaris-generaal Wörner. “We willen Europa niet verdelen en zeker Rusland niet isoleren”. Aspin prees zijn plan om met alle gegadigden partner-verdragen te sluiten aan als “de enige rationele methode, waarmee vermeden wordt dat we nieuwe problemen scheppen”.

Van een voorkeursbehandeling waar de Visegrád-landen die in Oost-Europa het verst gevorderd zijn met de militaire reorganisatie, recht op menen te hebben, komt dan ook niets terecht. Het partnerschap komt zelfs niet in de buurt van een geassocieerd lidmaatschap - de nieuwe partners krijgen geen politieke invloed binnen de NAVO. Ook dat is een zware tegenvaller. Dat Oost-Europa niet meteen op de veiligheidsgaranties van artikel 5 van het NAVO-verdrag hoeft te rekenen was al min of meer ingecalculeerd. Maar dat nu ook artikel 4, het recht om geconsulteerd te worden, achter de horizon verdwijnt, is een bittere pil. Aspin zei zich alleen te kunnen "voorstellen' dat de geallieerden hun "partners' zouden consulteren als ze bedreigd worden.

De Amerikanen zien de "partnerships in peace' vooral als een uitbreiding van de NAVO-capaciteit ten bate van VN-operaties - stabiliteit en veiligheid in Oost-Europa worden als neveneffecten op de koop toe genomen. Het is dus niet de ambitieuze politieke voorzet voor een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur. Aspin nam in zijn toelichting de operatie "Desert Storm' als invalshoek. “Daar hebben we gezien dat militairen die samen in NAVO-verband hebben getraind zeer effectief kunnen zijn.” De Oosteuropese landen moeten hun lidmaatschap dus eerst verdienen: door zich als blauwhelmen naadloos in de Westerse legers te voegen.

De bijeenkomst in Travemünde was zo een aardig voorproefje van de NAVO-top in januari - de regeringsleiders zullen het onderwerp "toetreding' met de grootst mogelijke omzichtigheid behandelen. Moskou mag niet de indruk krijgen dat het buitengesloten wordt. Terwijl de Oosteuropese "partners' toch bij de NAVO betrokken moeten worden. Maar opvallen mag dat absoluut niet.

    • Folkert Jensma