Moderne concertserie begint uitstekend maar weinig eigentijds

Concert: Kon. Concert gebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Ronald Brautigam, piano, en Leo van Oostrom, saxofoon. Programma: C. Debussy: Khamma; F. Martin: Ballade voor piano en orkest en Ballade voor saxofoon en orkest; I. Strawinsky: Petroesjka. Gehoord: 21/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 27/10 20.02 uur Avro Radio 4.

De "moderne' C-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest, die gisteravond werd geopend met een concert onder leiding van Riccardo Chailly, is dit seizoen wel heel weinig eigentijds. Alle componisten in zes van de zeven concerten zijn dood, op Pierre Boulez na. Alleen bij het Adams-concert in maart, geleid door John Adams zelf, gaat het om "levende' muziek. De helft van het programma van gisteren (Debussy en Martin) wordt vanavond herhaald in de serie "Het romantisch pianoconcert' en dat zegt genoeg.

Voor dit concert stond oorspronkelijk de wereldpremière van Alliage van Theo Verbey op het programma, maar de componist kreeg het niet af. In plaats daarvan klonk nu Strawinsky's Petroesjka, voorafgegaan door Khamma van Debussy en de balladen voor orkest en piano en voor orkest en saxofoon van Frank Martin. "Dertig jaar twintigste-eeuwse orkestmuziek met piano' had het concert kunnen heten, of "Concertmuziek omlijst door balletmuziek', of "Muziek aan de vooravond van wereldoorlogen' of "Muziek die tussen de 54 en 83 jaar oud is'.

Alle muziek was destijds inderdaad min of meer "modern', het antieke Petroesjka nog het meest. Debussy's balletmuziek Khamma dateert uit dezelfde tijd (1911) en blijkt een nog steeds fascinerend experiment in de collagetechniek waarbij vluchtige impressies elkaar deels overlappen.

De moderniteit van de Zwitser Frank Martin was erg braaf en conventioneel. Zijn twaalftoonsmuziek is meestal niet als zodanig te herkennen en doet in de Ballade voor orkest en piano aan als een compromis tussen 19de en 20ste eeuw: ronkende pathetiek, met af en toe een "eigentijds' trekje. Ronald Brautigam speelde het werk alsof hij er echt in geloofde en droeg ook bij aan de Ballade voor orkest en saxofoon. Die bleek totaal achterhaald: er kan immers zó oneindig veel meer met een saxofoon dan Leo van Oostrom nu kon demonstreren.

De uitvoeringen waren alle uitstekend, Petroesjka was geweldig.