Lubbers somber over komst van Europese bank

DEN HAAG, 22 OKT. Premier Lubbers lijkt de hoop op vestiging van de Europese Centrale Bank in Nederland te hebben opgegeven.

De dreigementen uit Duitsland, dat men niet meer meedoet met de monetaire unie als de bank niet in dat land wordt gevestigd, zijn zo krachtig, dat de kansen voor Amsterdam minimaal zijn geworden. In de omgeving van Lubbers wordt bevestigd dat de premier ook tot die conclusie is gekomen.

In een vraaggesprek in Het Parool, dat morgen wordt afgedrukt, zegt Lubbers: “Het zou jammer zijn voor Nederland, dat de eerste prioriteit van Nederland niet vervulbaar blijkt.” De Rijksvoorlichtingsdienst herhaalde vanmorgen het formele standpunt dat Lubbers "all out' blijft gaan bij zijn pogingen de bank voor Nederland binnen te halen. “De signalen uit Duitsland en ook uit andere landen zijn echter niet hoopgevend”, aldus een woordvoerder.

In Het Parool toont Lubbers zich duidelijk geïrriteerd over Duitsland. “Het te nauwe verbindingsstreepje tussen de mark en de Ecu doet de Europese munt geen goed. Het is begonnen om een Europese centrale bank en niet om de uitbreiding van de Duitse Bundesbank.” Eerder deze week in de Tweede Kamer wees Lubbers er ook al op dat het "non possimus' van de Duitsers “in de loop der tijden sterker is geworden”. Het lijkt erop, zei hij, “dat naarmate de mark zwakker wordt, de gebiologeerdheid hierop (op de bank) groter wordt bij onze oosterburen”. In het vraaggesprek zegt Lubbers dat er in Duitsland “bankkoorts” heerst. “Dat werkt als een enorme druk. Zoals in Frankrijk het grote GATT-debat, zo heb je in Duitsland het D-markdebat.”

In een rede in de Duitse stad Münster, gistermiddag, pleitte premier Lubbers er nog eens uitvoerig voor de bank niet in een van de grote EG-lidstaten te vestigen. Hij maakt andermaal duidelijk dat de bank naar “de grootste van de kleine lidstaten” (Nederland) moet komen, een land met een sterke gulden en een stabiele economie. “In Amsterdam staat een gebouw op een uitstekende plaats gereed, waarin een institutie als de Europese Centrale Bank kan worden ondergebracht.”