Krant alleen te koop bij de politie

DIYARBAKIR, 22 OKT. Wie in Diyarbakir, de grootste stad in het Koerdische Zuidoosten van Turkije, een landelijke krant wil kopen, moet daarvoor tegenwoordig naar het politiebureau. Maar wie na deze extra moeite verwacht dat er in dat dagblad nieuws over de Koerden valt te lezen, komt bedrogen uit.

Het Koerdische zuidoosten van Turkije kampt sinds dinsdag met een nieuwsblokkade: op last van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) hebben - op de pro-Koerdische Özgür Gündem (Vrije Agenda) en de religieus georiënteerde Zaman (tijd) na - de landelijke kranten hun regionale bureaus in Diyarbakir gesloten. Het verbod geldt ook de verspreiding van de dagbladen, die daarom nu op bescheiden schaal onder bescherming van de politie plaatsheeft. Ook buitenlandse journalisten die zich in de Koerdische regio willen oriënteren, zijn niet langer gewenst.

Met het sluiten van hun redactielokalen in Diyarbakir onderschrijven de plaatselijke journalisten niet de stelling van de PKK dat ze “handlangers zijn van de Turkse staat en eenzijdig over de geurrilla-oorlog in het Koerdische Zuidoosten berichten”, maar ze geloven er niet in dat de autoriteiten bij machte zijn om hen - en hun familieleden - te beschermen tegen eventuele wraakacties van de PKK. In de afgelopen 18 maanden zijn in Zuidoost-Turkije al zeker vijftien journalisten en vijf distributeurs van kranten vermoord, zonder dat de daders gepakt zijn. “De staat heeft ons wapens en bescherming aangeboden”, zegt de bureauchef van Hürriyet (vrijheid), een van de grootste populaire Turkse kranten, in Diyarbakir, “maar je kan toch onmogelijk je werk doen als journalist als je voortdurend wordt omringd door een stoet lijfwachten.” De verslaggevers in Zuidoost-Turkije hebben dan ook besloten dat ze pas weer aan de slag zullen gaan als de PKK de nieuwsblokkade opheft. Een deel van de journalisten heeft de regio inmiddels verlaten, de rest is tijdelijk met ziekteverlof of zogenaamd op vakantie.

Die opstelling is een nagel aan de doodskist van de Turkse regering, die er na negen jaar van guerrillastrijd en 8000 doden nog steeds niet in is geslaagd de PKK te ontmantelen en het sterk achtergebleven Koerdische zuidoosten van Turkije tot ontwikkeling te brengen. Bovendien is het een aanslag op de - nog steeds niet volledige - persvrijheid in Turkije. Om een voorbeeld te stellen houdt de Turkse regering dan ook de bureaus van het staatstelevisie- en radiostation TRT en het semi-staatspersbureau Anatolië in Diyarbakir open. Gisteren bracht een groep van zo'n 150 journalisten uit heel Turkije een bezoek aan Diyarbakir om hun collega's in het Koerdische zuidoosten een hart onder de riem te steken en de bevolking ervan te verzekeren dat de nieuwsvoorziening vanuit deze regio moet worden voortgezet.

Maar hoe? “Mijn inschatting is”, aldus Koray Düzgören, die eveneens verbonden is aan Hürriyet, “dat we de situatie even op zijn beloop moeten laten. Komt de PKK niet op zijn schreden terug, dan zullen we als journalisten een roulatiesysteem moeten ontwikkelen. Voortdurend moeten er nieuwe groepen verslaggevers naar de regio worden gestuurd om over de situatie daar te berichten.” Maar volgens Düzgören hebben de Turkse media ook nog een andere taak: “We moeten de regering ervan zien te overtuigen dat het conflict in Zuidoost-Turkije niet kan worden opgelost door slechts terreur te bestrijden. Ook de politiek zal een antwoord moeten vinden op de roep vanuit de Koerdische bevolking om meer vrijheden om hun identeit te kunnen uitdragen.”

Nogmaals: maar hoe? De Turkse krantenuitgevers hebben in de afgelopen jaren - evenals de politieke partijen - een uiterst nationalistische opstelling gekozen: in hun berichtgeving hebben ze de opeenvolgende regeringen gesteund in het idee dat “de gewapende strijd van de PKK slechts kan worden bestreden met geweld”. En uit de verklaringen van de woordvoerder van de Turkse regering, Yildirim Aktuna, gisteren op een persconferentie in Diyarbakir, bleek dat het nog steeds eenzijdig als dé taak van het leger - dat inmiddels zeker 140.000 manschappen en 40.000 dorpswachters in de regio heeft gestationeerd - wordt gezien om de terreur te bestrijden.

De journalisten van de landelijke kranten in Zuidoost-Turkije weten maar al te goed dat hierdoor de aandacht in de Turkse media zich eenzijdig richt op de gewelddadigheden die de PKK aanricht onder de eigen Koerdische bevolking. Hun berichten dat ook de de Turkse veiligheidstroepen dorpen platwalsen en - onschuldige - slachtoffers maken, halen maar zelden de krant. De persvrijheid die door het PKK-verbod nu dan ook in het geding is in Zuidoost-Turkije, was ook voorheen nooit een volledige vrijheid van berichtgeving. Dat is gedeeltelijk het gevolg van de zelfcensuur die kranten toepassen en gedeeltelijk het gevolg van de restrictieve Turkse wetgeving. Volgens de Turkse Vereniging voor de Rechten van de Mens bevatten in totaal 157 wetten artikelen die de persvrijheid aan banden leggen. Sinds de antiterreurwetgeving van kracht werd, zijn 296 publikaties in beslag genomen, zijn 45 journalisten veroordeeld tot celstraffen die in totaal oplopen tot ruim 800 jaar en lopen er nog 278 rechtzaken tegen journalisten. Bovendien zijn volgens de vereniging in de afgelopen jaren 108 verslaggevers tijdens hun werk lijfelijk bedreigd en zitten vier hoofdredacteuren en één eigenaar van een krant momenteel in de gevangenis.

    • Froukje Santing