Kohl: Duitsland mag geen recreatiepark worden

BONN, 22 OKT. Duitsland mag geen “collectief recreatiepark” worden, met de langste vakanties, de meeste feestdagen, de langstdurende opleidingen en de laagste pensioenleeftijden. Als het als industriestaat wereldwijd in de pas wil blijven bij concurrenten als Japan, de VS en Aziatische groeistaten, moet meer aan deregulering, privatisering van overheidsbedrijven en structurele vernieuwing, beter en sneller onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden gedaan. Ook zal het accent in de samenleving en in het bedrijfsleven weer meer op prestatie moeten worden gelegd.

Dit heeft kanselier Kohl gisteren gezegd in een regeringsverklaring waarover de Bondsdag vijf uur debatteerde. De kanselier riep werkgevers en werknemers op tot matiging in de CAO-sfeer. Maar, maakte hij duidelijk in een bezorgde rede, kostenmatiging mag nodig zijn om de huidige recessie te boven te komen, voor het doorbreken van de structurele crisis waarin Duitsland als industriestaat steekt is méér nodig. De verhouding tussen het grote aantal studenten en academici en leerlingen en vaklui in het Westduitse bedrijfsleven noemde hij “ongezond”.

Als voorbeeld noemde Kohl dat de "doorsnee-academicus' in de Bondsrepubliek pas op zijn 28ste jaar in het bedrijfsleven aankomt en gemiddeld rond zijn 58ste alweer met werken ophoudt. “Dat kan zo niet doorgaan”, zei hij met een verwijzing naar de snelle vergrijzing van de Duitse bevolking. Hij kritiseerde voorts de lange procedures die voor bestemmingsplannen en wegenbouw gelden, de te grote greep van de overheid op het universitair onderwijs en de zeer trage voortgang van “in principe door niemand betwiste” privatiseringsplannen voor de post en de spoorwegen. Volgens de kanselier zijn de afgelopen twintig jaar in de Bondsrepubliek veel noodzakelijke vernieuwingen “verslapen” en is de voortgeslopen economische en industriële “verkorsting” de afgelopen jaren gemaskeerd door het Duitse eenwordingsproces en zijn aanvankelijke economische effecten.

Als eerste woordvoerder van de SPD-oppositie verweet de Saarlandse premier Lafontaine Kohl en de Duitse regering dat zij “geen enkel concept” hebben voor de bestrijding van de werkloosheid. Die bedraagt nu 6 à 7 procent, de prognoses zijn somber. En dan is er niet eens rekening mee gehouden dat wie serieus spreekt over de emancipatie van de vrouw eigenlijk nu al een veel hoger werkloosheidscijfer moet aanhouden”, zei hij.

Volgens Lafontaine zit de coalitie “op dood spoor” met haar pleidooien voor langere arbeidstijden en minder vakantie- en feestdagen. “U bedriegt uzelf en ons opnieuw”, verweet hij Kohl in een debat dat al sterk in het teken stond van het verkiezingsjaar 1994 (met 19 verkiezingen). De strijd tegen de “massawerkloosheid” moet juist worden gevoerd door werktijdverkorting en betere verdeling van het wèl beschikbare werk, zei hij.

Naar Lafontaine's optreden in het debat over de “kwaliteit van Duitsland als produktieplaats” was met spanning uitgezien omdat hij de afgelopen weken tot woede van de partijtop en Oostduitse partij-afdelingen openlijk had gepleit voor een vertraagde aanpassing van lonen en uitkeringen in Oost-Duitsland aan het Westduitse niveau. Voor zulke opmerkingen, die hij maakte met verwijzingen naar de nog lage produktiviteit in de vroegere DDR én het feit dat te grote kostenstijgingen daar alleen maar tot nog meer werkloosheid leiden, had hij wel bijval gekregen van oudere SPD-prominenten als ex-kanselier Schmidt en de vroegere superminister Schiller, maar hij bracht er partijvoorzitter en aspirant-lijsttrekker Scharping mee in verlegenheid. Pas begin deze week besloot de SPD-top na dagenlange interne discussies dat Lafontaine gisteren als “eerste financieel-economische deskundige” mocht spreken. Uit de regeringsfracties werd gisteren dan ook geregeld geïnformeerd namens wie hij eigenlijk sprak, terwijl Kohl hem onderbrak met de opmerking: “U was in 1989/'90 al tegen de Duitse eenwording”.

    • J.M. Bik